Home Nationale ParkenBezienswaardighedenUpdate
Reisverslag - West Usa & New York 2004
Inleiding:
We hadden een luxe probleem. Eigenlijk, diep in ons hart, wilden we gewoon weer terug naar ons favoriete stukje Amerika: de Grand Circle. Maar we wilden ook wel eens iets anders proberen, er is immers nog veel meer moois in Amerika te zien. New York bleek bij ons alle vier op het verlanglijstje te staan, en al snel waren we het met elkaar eens dat we daar de laatste dagen van onze vakantie zouden gaan doorbrengen. Dat betekende wel dat we voor de rondreis in het westen maar een week of twee overhielden, we konden dan ook geen al te lange route uitkiezen.
Tijdens onze reis in 2003 hadden we in verband met slecht weer onze planning in Death Valley flink aan moeten passen. Dat zouden we nu in 2004 helemaal goed gaan maken; we trokken maar liefst een dag of drie voor dit schitterende park uit, zodat we ook enkele minder bekende plekken konden gaan bezoeken, zoals Titus Canyon en de Racetrack Playa. Ons plan om naar de staat Washington te gaan moesten we daardoor wel laten schieten, de route zou dan echt te lang worden. Maar ook in Noord-Californië en Oregon bleken genoeg mooie plekken te vinden… onze planning begon vorm te krijgen.
Tijdens onze eerdere vakanties hadden we steeds alle hotels vooraf geboekt. We wilden nu echter ook eens proberen hoe het zou bevallen om meer vrijheid te hebben, om per dag te kunnen bekijken hoe ver we wilden rijden en om de route eventueel aan slechte weersomstandigheden aan te kunnen passen. We boekten dan ook alleen de eerste en de laatste overnachting in San Francisco, en het hotel in New York. En daarna begon het lange wachten, totdat dan toch eindelijk de datum 14 augustus op de kalender verscheen….
PS:  Ook nu bestaat het reisgezelschap uit Hans (jaargang 1959), Henriëtte (1959), dochter Melanie (1983) en zoon Rob (1984).

 
De route

dag 1: Gerwen – Amsterdam – San Francisco
dag 2: San Francisco - Avenue of the Giants - Eureka
dag 3: Eureka - Redwood NP - Grants Pass
dag 4: Grant Pass - Klamath Falls
dag 5: Klamath Falls - Crater Lake NP - Yreka
dag 6: Yreka - Lassen Volcanic NP - Susanville
dag 7: Susanville - Lake Tahoe - Lee Vining
dag 8: Lee Vining - Bodie - Mono Lake - Mammoth Lakes
dag 9:  Mammoth Lakes - Alabama Hills - Lone Pine
dag 10: Lone Pine - Alabama Hills - Lone Pine
dag 11: Lone Pine - Mono Lake - Lee Vining
dag 12: Lee Vining - Yosemite NP - Mariposa
dag 13: Mariposa - Yosemite NP - Mariposa
dag 14: Mariposa - Palo Alto - Redwood City - Carmel
dag 15: Carmel - Big Sur - San Francisco
dag 16: San Francisco
dag 17: San Francisco - Detroit - New York
dag 18: New York
dag 19: New York
dag 20: New York
dag 21: New York
dag 22: Amsterdam - Gerwen

Klik hier om de foto's in groot formaat te zien.
Klik hier om reisverslag te openen als Pdf.

© hanz meulenbroeks
 
Dag 1: zaterdag 14 augustus - Gerwen - Amsterdam  - San Francisco
De reis naar San Francisco verliep zeer voorspoedig. Nergens vertraging, geen noemenswaardige turbulentie, gewoon een lekker rustige vlucht. En omdat we rechtstreeks vlogen, met de KLM, landden we al vroeg in de middag op San Francisco International Airport. Bij de douane hadden we net de verkeerde rij te pakken, de zuur kijkende douanebeambte had twee keer zoveel tijd nodig voor elke passagier dan zijn collega’s naast hem. “Of we van plan waren naar Disneyland te gaan?”, informeerde hij. En zowaar, ondanks zijn chagrijnige blik leek de vraag toch écht als grap bedoeld te zijn. Toen we ontkennend antwoordden, gaf hij ons het bevel het pretpark alsnog in onze route op te nemen, “want”, zo zei hij, “elke toerist móet naar Disney toe!”. Maar netjes ja geknikt, dan waren we het snelst van hem af.
Korte tijd later reden we met onze huurauto, een vierwielaangedreven Chevrolet Blazer, het autoverhuurstation uit. Volgens de papieren bood de auto plaats aan 5 personen, 4x groot en 1x klein. Mmm, dan hadden we de vriend van Melanie ook wel mee kunnen nemen, was de conclusie (sorry, Marcel)!
Ons hotel, de Travelodge, lag op slechts enkele minuten rijden van de luchthaven. Het was geen probleem om het te vinden, want het lag schuin tegenover de Ramada Airport Inn waar we nog maar een jaar geleden twee nachten hadden doorgebracht. De Ramada Airport Inn was geen geweldig hotel, en ook de Travelodge verdient niet echt een schoonheidsprijs. Maar ach, we vinden luxe niet al te belangrijk, als we maar fatsoenlijk kunnen douchen en slapen is het al gauw goed genoeg.
We hadden in het vliegtuig niet veel gegeten, dus besloten we nog even naar McDonalds te gaan. Ook nu wisten we de weg, we hadden vorig jaar in diezelfde vestiging ons ‘laatste avondmaal’ gehad. Nou ja, helemaal precies wisten we het dus toch niet, want toen we met de auto de parkeerplaats van het hotel afreden, konden we schuin de weg oversteken en meteen de parkeerplaats van McDonalds oprijden. Het was veel dichterbij dan we ons herinnerden. Zo voelden we ons echte Amerikanen, met de auto naar de vette hap, terwijl we te voet misschien nog wel sneller zouden zijn geweest!
Terug in de hotelkamer sloeg de vermoeidheid toe. We hebben heerlijk geslapen!
 
Dag 2: zondag 15 augustus
San Francisco – kustweg – Avenue of the Giants – Eureka      (348 mijl)
‘t Was toch wel even wennen om op pad te gaan zonder te weten waar we die avond zouden gaan overnachten. Sterker nog, we hadden niet eens een duidelijke afspraak of we überhaupt wel San Francisco uit zouden gaan, deze eerste dag. Uiteindelijk gaf het weerbericht de doorslag: het zou ten noorden van San Francisco waarschijnlijk nog een paar dagen mooi weer blijven, maar daarna werd de kans op regen groter. Rijden dus, op naar het noorden!
We verlieten de stad via de Golden Gate Bridge, en kozen voor de kustweg Highway 1. In het begin was de weg enorm bochtig, en in een traag tempo sukkelden we door het heuvelachtige landschap achter het andere verkeer aan. De oceaan kregen we daarbij vrijwel niet te zien. Een gedeelte van de rit ging langs een lagune waar we enorm veel vogels zagen, waaronder een heel stel pelikanen.
© melanie meulenbroeksVia de kustweg reden we verder naar het noorden. Op een mooie plek hoog boven het water namen we even de tijd voor onze inmiddels traditionele vakantie-picknick, en natuurlijk stopten we ook nog op enkele andere fotogenieke plekjes. We waren al heel wat uurtjes onderweg toen Highway 1 weer landinwaarts boog; we reden nu door een schitterend bosgebied waar we veel enorme bomen zagen staan. En dan moest het échte werk, de Avenue of the Giants, nog komen!
Van te voren had ik verwacht dat we de Avenue of the Giants nog niet zouden zien, die eerste dag. Leek me toch wel wat te ver. Maar we waren nu zo dichtbij; niemand had zin om al naar een hotel op zoek te gaan, dus eensgezind besloten we om er nog wat extra mijltjes aan vast te plakken. En zo reden we laat op de middag het Humboldt Redwoods State Park binnen, dat over een afstand van 32 mijl wordt doorkruist door de Avenue of the Giants. Een betere naam hadden ze voor deze weg niet kunnen verzinnen, de bomen die langs de weg staan zijn werkelijk gigantisch groot. En het zijn er ook zo ontzettend veel! We wilden nog even een bezoekje brengen aan het Visitor Center, maar dat bleek al gesloten te zijn.
Als mogelijke overnachtingsplaatsen had ik Fortuna, Eureka en Arcata in gedachten. Het werd uiteindelijk de wat grotere kustplaats Eureka. Qua ligging een goede overnachtingsplaats, maar behalve een grote keuze in hotels heeft het stadje de toerist niet veel te bieden.
 
Dag 3: maandag 16 augustus
Eureka – Redwood National Park – Grants Pass  (217 mijl)
© melanie meulenbroeksIn de vroege ochtend lieten we het saaie Eureka achter ons, en begonnen we aan wat een van de mooiste dagen van onze vakantie zou gaan worden.
Veertig mijl ten noorden van Eureka ligt een groot natuurgebied dat bestaat uit Redwood National Park en drie omliggende State Parks. Vooral bekend omdat daar de hoogste bomen ter wereld staan, de Coast Redwoods. Er liggen hier oneindig veel wandelpaden; je kan mooie routes rijden met de auto, én er zijn diverse plekken vanwaar je een geweldig uitzicht hebt over de Stille Oceaan. Keuze in overvloed dus. Gelukkig hadden we ons thuis goed voorbereid, en al een mooi pakketje aan mogelijkheden samengesteld.
Bij het Redwood Information Center in het zuiden van het park kochten we onze Nationale Parkenpas, en daarna gingen we op weg naar ons eerste doel van deze dag: Fern Canyon. We moesten daarvoor wel eerst de afslag naar de Davison Road vinden, en dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. De weg begint aan het uiteinde van een picknickplaats, en is vanaf Highway 101 niet te zien. Na even zoeken kwamen we toch op de goede plek terecht, en konden we beginnen aan de 8 mijl lange route over de onverharde Davison Road. De weg was smal, bochtig, enorm stoffig….. het zonlicht viel in prachtig gefilterde stralen door de dichte begroeiïng heen……. de vele varens naast de weg waren helemaal grijs van het vele stof….. het was echt een ongelooflijk mooie route. Na enkele mijlen bereikten we het zandstrand Gold Bluffs Beach; omdat dat niet tot het grondgebied van Redwood National Park behoort, maar tot het Prairie Creek Redwoods State Park, moesten we daar $ 6,- entreegeld betalen. De Davison Road buigt hier naar het noorden, en loopt nog enkele mijlen verder met aan de linkerkant het strand, en aan de rechterkant het dichtbegroeide bos. We waren blij dat we een vierwielaangedreven auto hadden; dat maakte het toch wat makkelijker om de kreekjes die her en der over de weg heen liepen over te steken.
Fern Canyon ligt 160 meter voorbij de parkeerplaats aan het einde van de Davison Road. Het is een smalle kloof met 15 meter hoge wanden, die helemaal begroeid zijn met varens. © hanz meulenbroeks Her en der verspreid liggen omgevallen bomen, sommigen daarvan zijn zelfs hoog tegen de wand blijven steken, zodat het wandelpad er onderdoor loopt. Het wandelpad doorkruist op diverse plaatsen een beekje dat door het midden van de kloof stroomt. Dat alles samen levert een werkelijk schitterend plaatje op; als je in deze omgeving komt is de Fern Canyon Trail een wandeling die je echt niet mag overslaan! Na ongeveer 800 meter wijken de wanden uiteen, en wordt de kloof veel minder mooi. Je kan via dezelfde weg teruglopen, maar je kan ook via een trap aan de linkerkant omhoog gaan, en dan aan de bovenzijde van de kloof weer richting de kust gaan. Er ligt daar een prima onderhouden wandelpad, deels bestaand uit zand, deels uit hout. Wat ons vooral opviel was de stilte! Geen vogeltje te horen!
Aan het eind van het pad konden we via een trap naar beneden, en stonden we weer bij de ingang van Fern Canyon. Vlakbij zagen we de oceaan, en via een drassige strook land en vervolgens het zandstrand liepen we even naar het water toe. Op de terugweg naar de auto zagen we plotseling een prachtige watervogel, een Great White Heron, die daar heel langzaam zijn weg zocht door de begroeiïng.
© hanz meulenbroeks Via de Davison Road reden we terug naar Highway 101. Even tijd voor de mooie expositie in het Prairie Creek Visitor Center, en ons vergapen aan de prachtige Redwoods die rondom het gebouw staan. Omdat we de Davison Road zo ontzettend mooi hadden gevonden, kozen we daarna opnieuw voor een onverharde weg. Dat werd de Cal Barrel Road, die vlakbij het Visitor Center aan de overkant van de weg begint. Net als de Davison Road is ook de Cal Barrel Road erg smal en bochtig; het grote verschil tussen de beide wegen is dat de Cal Barrel Road in een Redwoodbos ligt. We moesten de auto op diverse plekken in onoverzichtelijke bochten tussen de gigantische bomen door manoeuvreren. Onderweg parkeerden we de auto op een van de weinige plekken waar dat mogelijk was, zodat we even uit konden stappen en de prachtige omgeving goed konden bekijken. We raakten daar in gesprek met een Amerikaan, ik denk dat hij achter in de vijftig was, die erg geïnteresseerd was in waar wij vandaan kwamen. Hij had in de jaren ’70 gedurende anderhalf jaar in Amsterdam gewoond, en hoewel hij geen Nederlands meer verstond, vond hij het toch wel leuk om onze taal weer eens te horen. Hij hield van schilderkunst, vertelde hij, en natuurlijk kende hij ook onze voormalige dorpsgenoot Vincent van Gogh. Net als wij zocht hij vooral graag de minder bekende plekken in het park op; “More trees, fewer tourists!”, zo stelde hij tevreden vast. En daar had hij helemaal gelijk in, behalve deze vriendelijke Amerikaan en wij zelf was er niemand op deze prachtige plek te bekennen.
De Cal Barrel Road is 3 mijl lang, en aan het einde beginnen diverse trails. Helaas hadden we daarover vooraf geen informatie gevonden, we hadden dan ook geen idee hoe lang en hoe zwaar deze wandelingen waren. Op goed geluk kozen we er een uit, het werd de Rhododendron Trail. We liepen via een grillig bospad tussen de bomen door; op sommige plaatsen was het pad gedeeltelijk afgebrokkeld en daardoor erg smal geworden; op weer een andere plek zagen we een boom die door een blikseminslag compleet ontploft was. Heel apart. Hoe ver we het pad hebben gevolgd kan ik niet precies zeggen, één kilometer misschien. ’t Was een schitterende boswandeling, maar omdat we absoluut niet wisten waar het pad uit zou komen, besloten we op gegeven moment toch maar om via dezelfde weg terug te gaan.
Een van de routes die we thuis al hadden uitgezocht, was de Coastal Drive. Opnieuw een (deels) onverharde weg, die hoog langs de oceaan af loopt. De weg wordt erg slecht onderhouden, het wegdek zit vol met gaten en we waren alweer blij dat we hier niet met een gewone personenauto rondreden. Een klein zijweggetje gaat naar het mooiste © hanz meulenbroeks uitkijkpunt, de High Bluff Overlook. En toen we even later via de Coastal Drive verder reden hadden we ook nog een mooi zicht over de Klamath River, die hier in de oceaan uitkomt.
In het plaatsje Klamath deden we even wat inkopen, we begonnen honger te krijgen. Aan het einde van de steile Requa Road ligt een picknickplaats vanwaar we opnieuw een prachtig uitzicht hadden over de oceaan; een heerlijke plek om even rustig te eten.
Na de picknick reden we een heel stuk verder naar het noorden, totdat we vlakbij Crescent City waren. Maar zover reden we niet door, we gingen via de Humboldt Road rechtsaf, waarna we uitkwamen op de Howland Hill Road. In het begin is die weg verhard, maar op het moment dat je het Jedediah Smith Redwoods State Park inrijdt, gaat het asfalt over in een zandweg. Opnieuw erg smal, erg bochtig en erg mooi. Op sommige plekken zelfs wat eng, omdat rechts van ons direct naast de weg een kleine afgrond gaapte. En als je net dan een tegenligger krijgt, dan knijp je ‘m toch wel even…… ik tenminste wel. Maar toch, voor geen goud had ik deze route willen ruilen voor een minder enge, maar ook minder mooie verharde weg. Het zijn juist deze stille, nauwelijks bezochte gebieden waar ik zo enorm van kan genieten!
Aan de Howland Hill Road beginnen diverse trails, en wij kozen voor de 1 kilometer lange Stout Grove Trail. Dit vlakke wandelpad loopt door een heel dicht Redwoodbos. Er liggen ook veel omgevallen bomen, daaraan kan je pas echt goed zien hoe groot de Redwoods zijn. Langs het bos stroomt de Smith River, en daar zijn we ook nog even een kijkje gaan nemen. Na deze mooie wandeling reden we aan de oostzijde het Jedediah Smith Redwoods State Park uit; eigenlijk had ik gepland om daarna naar Crescent City te rijden om een hotel te gaan zoeken. Dat was een afstand van ruim 10 mijl. Er was echter ook nog een andere mogelijkheid; namelijk doorrijden naar het 70 mijl verder gelegen Grants Pass in de staat Oregon. Het voordeel daarvan was, dat we de volgende dag misschien meer kans zouden hebben om de boottocht die we daar gepland hadden te kunnen maken. Hans was nog fit genoeg om de extra afstand te gaan rijden, en dus zetten we koers naar Grants Pass.
Achteraf gezien was het niet de meest slimme keuze. We hadden immers al drie drukke dagen achter de rug, en vooral bij Melanie sloeg de vermoeidheid flink toe. Ze viel achter in de auto in slaap, op zich wel weer lekker want zo merkte ze niet dat de route naar Grants Pass toch wel wat meer tijd in beslag nam dan we van te voren gedacht hadden. Op sommige plaatsen is Highway 199 steil en bochtig, en dat haalde de gemiddelde snelheid flink omlaag. In Grants Pass zijn volop hotels aanwezig, en het was geen enkel probleem om een kamer te vinden. Nog even naar een restaurant – Melanie had niet echt veel honger meer, ze was te moe om te eten – en daarna was het tijd om te douchen, even naar de tv te kijken, en lekker te gaan slapen.
 
Dag 4: dinsdag 17 augustus

Grants Pass  -  Klamath Falls      (108 mijl)

De voornaamste reden dat we Klamath Falls in onze route hadden opgenomen, was dat we graag met een jetboat een tocht over de Rogue River wilden gaan maken. We hoopten maar dat het waterpeil van de rivier nog hoog genoeg zou zijn; we hadden al wel eens gelezen dat dat zo laat in het seizoen niet meer altijd het geval was. En bovendien moesten we ook nog maar even afwachten of er nog plaats zou zijn, we hadden immers niet vooraf geboekt.
Ik hoopte dat ze me bij de hotelreceptie meer informatie zouden kunnen geven. De receptioniste wist het niet zeker, maar ze dacht dat de excursies nog wel doorgingen. “You’re gonna get soaked!” waarschuwde ze me nog lachend.
Gelukkig bleek de tocht inderdaad nog door te gaan, én konden we nog kaartjes krijgen. En zo zaten we even later op de voorste rij van een van de jetboats van Hellgate Excursions, in afwachting van de twee uur durende tocht over de Rogue River. Zonder fotoapparatuur, die durfden we niet aan het water bloot te stellen. Melanie zat in het midden, maar ze wilde liever aan de zijkant zitten. Geen probleem, dan ruilen we toch even!
In het begin vaarden we in een heel gezapig tempo over de brede rivier. Links en rechts naast ons zagen we diverse kapitale villa’s aan de rand van het water staan, en – zo vertelde de gids ons – het was in dit gedeelte niet toegestaan om sneller te varen. Toen we de bewoonde wereld achter ons lieten mocht er gelukkig wél plankgas gegeven worden, het ging toch ook een beetje om de sensatie, nietwaar! Het was leuk om zo in volle vaart over de rivier te gaan, en de 360° spin die de jetboat zo nu en dan maakte was wel geinig. Vooral omdat Melanie de enige was voor wie de voorspelling van de hotelreceptioniste – “You’re gonna get soaked!” – uit bleek te komen. Tja, dat krijg je ervan als je op het laatste moment nog van plaats wil ruilen.
Het mooiste aan de tocht vond ik de vele vogels die we zagen. Prachtige grote vogels die langs de oever zaten. Roofvogels die we, soms nog met een vis in hun bek, boven ons door zagen vliegen. Het allerlaatste stukje van de tocht ging door een smalle canyon, maar daar was het waterpeil dus wel zo laag dat we eigenlijk alleen maar het begin ervan zagen. Daarna draaiden we om, en gingen via dezelfde route terug naar Grants Pass.
Het was nog vroeg in de middag toen we daar weer aankwamen, en voor de rest van deze dag hadden we geen plannen meer gemaakt. Morgen zouden we naar Crater Lake National Park gaan, maar ik durfde het niet goed aan om daar in de buurt een overnachtingsplek te gaan zoeken. Op het Internet had ik niet veel mogelijkheden gevonden, dus het risico leek me te groot om nu al die richting op te rijden. Daarom kozen we voor Klamath Falls, een wat grotere plaats aan Klamath Lake met veel hotels, die op een redelijke afstand van Crater Lake lag. Misschien konden we daar ’s avonds nog wat winkelen, en het leek me ook wel een goede plaats om twee nachten te blijven. Dan hoefde we een dag niet met onze koffers te sjouwen. Bovendien had ik ergens gelezen dat Highway 140 naar Klamath Falls een Scenic Route is, reden genoeg dus om de auto te pakken en op pad te gaan.
Het viel eigenlijk wat tegen, allemaal. De route naar Klamath Falls was veel minder mooi dan ik had gehoopt. Een lange weg door naaldbossen, waar weinig variatie in zat. En het stadje zelf stelde ook al niets voor. Hotels genoeg, dat was het probleem niet. Maar verder had het weinig te bieden voor toeristen; de hotelreceptie wist geen leuk winkelcentrum in de buurt te noemen. Er was wel een winkelcentrum, maar dat was gewoon voor de plaatselijke bevolking. Niet iets om even lekker rond te slenteren en mooie dingen te bekijken. We zijn er toch maar even heen gegaan, anders zou het wel een erg lange avond worden op de hotelkamer. Maar inderdaad, het was een doodgewone winkel met als enige opvallende aspect dat ie zo ontzettend groot was. Ondanks dat deze dag toch heel wat rustiger was verlopen dan de voorgaande dagen, kreeg Melanie ’s avonds weer een flinke dip. Zeg, is die jetlag nou nog niet over!
In de lobby van ons hotel konden we gratis internetten. Prima service! We hebben er volop gebruik van gemaakt, en een van de sites die we bezochten was het Death Valley Morning Report, waarop elke dag de toestand van de wegen in dat park wordt aangegeven. We hadden immers gepland daar diverse minder bekende routes te gaan rijden, we wilden natuurlijk wel graag op de hoogte blijven van eventuele wegafsluitingen. Tot onze stomme verbazing lazen we dat het hele park was afgesloten, als gevolg van een heftig noodweer. O nee, niet weer hè! Zouden we nu opnieuw Dante’s View en Artists Drive moeten missen?
Toen we in het donker terugliepen naar onze hotelkamer, werden we onaangenaam verrast door een gigantische zwerm muggen. En als ik hier schrijf miljoenen muggen, dan overdrijf ik dus niet! Nog nooit in m’n leven zoveel muggen bij elkaar gezien. We zijn werkelijk de hotelkamer in gevlogen, maar daarbij konden we natuurlijk niet voorkomen dat er tientallen muggen mee naar binnen gingen. We zijn nog lang bezig geweest met muggen meppen, sorry Best Western voor al die vlekken op de muur!
 
Dag 5: woensdag 18 augustus
Klamath Falls  -  Crater Lake NP  - Yreka      (247 mijl)
© hanz meulenbroeksEén ding was heel duidelijk: we wilden niet nog een nacht in Klamath Falls blijven. Dus dat betekende dat we toch onze koffers weer in moesten gaan pakken. Nog snel even naar de receptie om te kijken of er meer nieuws was over de afsluiting van Death Valley. De berichten die langzaam aan binnenkwamen zagen er niet goed uit, het was duidelijk dat het noodweer veel zwaarder was geweest dan dat van een jaar eerder. Er waren twee toeristen dodelijk verongelukt, zo lazen we. En de schade aan de wegen en de voorzieningen was enorm. We beseften dat de kans dat we Death Valley nog zouden zien tijdens deze vakantie, wel erg klein was geworden.
Maar op dit moment was dat nog geen probleem: vandaag gingen we precies de andere kant op, naar Crater Lake National Park. Via US-97 en SR-62 was het ongeveer anderhalf uur rijden naar dit hoog gelegen, diepblauwe meer. Eerst even heerlijk gepicknickt op een mooie plek in het bos, met enkele brutale squirrels als gezelschap. Daarna was het tijd om het meer te gaan bekijken, we begonnen bij het uitkijkpunt Discovery Point. Je kan daar vanaf een parkeerplaats het honderden meters lager gelegen meer bewonderen, en je kan ook kiezen voor een daarnaast gelegen hoger uitkijkpunt. ’t Was maar een klein stukje klimmen, maar omdat de lucht op deze hoogte behoorlijk ijl is, moest ik na dat korte eindje toch even op adem komen. Ik geloof dat ik thuis toch eens wat meer aan m’n conditie moet gaan werken! Het uitzicht was wel de moeite waard, Crater Lake is echt een van de mooiste meren die ik ooit heb gezien. Vooral die diepblauwe kleur was heel apart. Op sommige plekken zagen we zowaar nog sneeuw liggen, en dat zo laat in augustus! Vanaf Discovery Point konden we ook Wizard Island, het eiland dat de vorm heeft van een tovenaarshoed, goed zien.
Via de Rim Drive – de 33 mijl lange weg die om het meer heenloopt – reden we verder naar de volgende uitkijkpunten. We hadden de mogelijkheid overwogen om via de Cleetwood Trail naar beneden te lopen, maar omdat de klim terug omhoog nogal zwaar is zagen we daar toch maar vanaf. Ik was immers al bekaf van dat kleine stukje omhoog bij Discovery Point, en Melanie voelde zich ook niet fit genoeg.
© melanie meulenbroeksWe reden daarom verder naar de Cloudcap Overlook, het hoogste uitkijkpunt (met de auto bereikbaar!) en naar Kerr Notch, vanwaar je een erg mooi zicht hebt op Phantom Ship, een grillige rotspunt die 51 meter boven het wateroppervlak uitsteekt. Vlakbij Kerr Notch begint een 6 mijl lange zijweg die naar een uithoek van het park loopt. Daar staan de vreemd gevormde Pinnacles, van vulkanisch as gevormde pieken. Heel apart om te zien, we waren blij dat we even de moeite hadden genomen om deze extra mijlen te rijden.
We wilden toch nog graag een korte wandeling maken, en daarbij viel de keus op de 800 meter lange Sun Notch Viewpoint Trail. En zo kwamen we terecht op wat absoluut mijn favoriete plekje in het park is. Je kan hier een stuk langs de rand lopen, waarbij je steeds weer een ander uitzicht over het meer hebt. Helemaal rechts lag een pad dat vrij steil een stukje omlaag liep; beneden stond een man, boven stond zijn zenuwachtige vrouw die het helemaal niet zag zitten dat hij via dat smalle pad, met aan de ene kant dus die diepe afgrond, naar beneden was gegaan. En ik wist precies wat zij voelde toen ik ook moest toekijken hoe Hans, Rob en Melanie naar beneden liepen! © hanz meulenbroeksOp zo’n momenten heb ik net iets teveel fantasie, in gedachten zag ik ze wel tien keer over de rand naar beneden vallen. Nadat ze beneden even hadden rondgekeken, riepen ze dat ik toch écht ook moest komen. Het pad was breed genoeg, en het was daar beneden nog veel mooier dan waar ik stond. Rob klom naar boven om me te komen halen; en ook al vond ik het doodeng, met mijn zoon letterlijk en figuurlijk als steun, durfde ik het dan toch ook aan om naar beneden te gaan. Ik werd beloond met een prachtig zicht over Phantom Ship, ’t is echt een van de mooiste uitkijkpunten in het park.
Onze laatste blik op Crater Lake was vanaf Sinnott Memorial Overlook. Daar was het vooral het kleine, maar mooie museum dat onze aandacht trok. Er werd een interessante film vertoond over het ontstaan van het meer; ’t zag er erg goed verzorgd uit allemaal. Daarna nog even eenvoudig maar wel heel lekker gegeten in het cafetaria, en toen werd het weer tijd om op pad te gaan. Waar we zouden gaan slapen wisten we niet, gewoon rijden maar en zien hoe ver we zouden komen….
Het werd Motel 6, in de ons tot dan toe volkomen onbekende plaats Yreka in het noorden van Californië. Meer dan het hotel en een supermarkt aan de overkant van de weg hebben we van Yreka niet gezien!
 
Dag 6: donderdag 19 augustus
Yreka – Lassen Volcanic NP  -  Susanville      (239 mijl)
Lassen Volcanic is niet ons favoriete park. De kleine meertjes net voorbij de ingang, Manzanita Lake en Reflection Lake zijn heel lieflijk, maar niet meer dan dat. De rit over de Lassen Peak Road vonden we zelfs wat saai, we hebben al heel wat routes gereden die veel boeiender waren. Gelukkig hebben we ook nog een mooie ervaring opgedaan, namelijk de wandeling naar Bumpass Hell. © melanie meulenbroeksEerst liepen we via een rotsachtig pad een eind omhoog, niet al te steil. Achter ons lag Lassen Peak, en aan onze rechterkant hadden we een mooi uitzicht over een riviertje dat daar beneden in het dal stroomde. Op het hoogste punt aangekomen zagen we in de verte het doel van onze wandeling al liggen: het geothermisch basin Bumpass Hell. In dat basin zijn houten wandelpaden aangelegd, zodat we de modderpoelen en heetwaterpoelen van heel dichtbij konden bekijken. Wat het meest opviel waren de kleuren, het gevolg van de zwavel en andere delfstoffen, en de doordringende rotte eierenstank. © hanz meulenbroeksEcht mooi om dat eens te zien (en net iets minder mooi om het ook te ruiken!). Op de wandeling terug naar de parkeerplaats vroeg een snel wandelende jonge Amerikaan ons uit welk land we kwamen. Op ons “The Netherlands” reageerde hij enthousiast met “Oh yeah, Pieter van den Hoegenbend”, waarna hij snel weer verder liep. Het duurde echt een paar seconden voordat tot ons doordrong dat hij onze zwemmer Pieter van den Hoogenband bedoelde; de Olympische Spelen waren op dat moment in volle gang!
Aan het eind van de Lassen Peak Road ligt, vlak naast de weg, nog een geothermisch basin, Sulphur Works. Maar dat zag er veel minder indrukwekkend uit dan de Bumpass Hell. Ongetwijfeld zullen er in Lassen Volcanic National Park best meer mooie plekken te vinden zijn, en kan je er prachtige trails lopen. Maar voor zomaar een kort bezoek vonden wij het park toch wat minder geslaagd.
We reden naar de plaats Susanville, op een kleine anderhalf uur afstand van het park. Daar vonden we een kamer in een Best Western hotel. Die avond werd helaas duidelijk dat de vermoeidheid waarmee Melanie toch al de hele week kampte, niet meer aan een jetlag te wijten kon zijn. Ze voelde zich ’s avonds echt niet goed, en ik stelde voor de volgende dag een dokter te gaan zoeken. Melanie zelf wilde het liever nog even afkijken, met een pijnstiller voor de hoofdpijn en een extra lange nachtrust zou het ergste leed misschien wel geleden zijn.
 
Dag 7: vrijdag 20 augustus
Susanville  -  Lake Tahoe  -  Lee Vining      (272 mijl)
Het was onze bedoeling om vanuit Susanville in een dag of twee naar Death Valley te rijden. Maar het was inmiddels wel duidelijk dat het park nog geruime tijd gesloten zou blijven; we zaten nu dus definitief met een gat van een dag of drie in onze planning. We gingen op zoek naar alternatieven, en daarbij kwamen we uit op Lake Tahoe. Na een rit van ongeveer drie uur bereikten we dit mooie meer, en we zijn daar gewoon lekker lui aan het strand gaan liggen. Even relaxen. Het was een erg warme dag, en op gegeven moment moesten we toch echt weer van het strand af, omdat we bang waren dat we ons anders flink zouden verbranden. We zijn nog even een kijkje wezen nemen in de erg toeristische stad South Lake Tahoe; we overwogen zelfs even om daar een hotel te zoeken. Maar het sprak ons niet zo aan, daar. ’t Is gewoon niet zo ons soort bestemming.
Dus we zijn toch maar weer in de auto gestapt, en via een mooie bergroute (State Route 207, als ik het me goed herinner) kwamen we terecht op Interstate 395. Vandaar zijn we nog een heel stuk naar het zuiden gereden, met de instelling ‘we zien wel waar we uitkomen’. Hoe verder we kwamen, hoe mooier de omgeving. Alleen zagen we daar op gegeven moment niet zo veel meer van omdat het weer steeds slechter werd, het begon zelfs flink te regenen!
We besloten in het plaatsje Lee Vining een slaapplaats te gaan zoeken, maar voor het eerst deze vakantie zagen we de bordjes “No Vacancy” verlicht achter de ramen van de hotels staan. Bij het Best Western Hotel stond het bordje uit, dus gingen Rob en ik gauw even informeren of ze nog een plekje voor ons hadden. We hadden dus echt geluk, er had net enkele minuten eerder iemand geannuleerd, waardoor er nu nog precies één kamer beschikbaar was. Nog geen minuut na ons kwam er een andere toerist de lobby binnen, maar hij was dus mooi te laat. De receptioniste vertelde ons dat de kamers in heel Lee Vining meestal al maanden van te voren zijn volgeboekt (het ligt immers heel gunstig ten opzichte van Yosemite National Park); normaal gesproken zouden we zeker geen plekje gevonden hebben hier.
© melanie meulenbroeksHet was ondertussen weer droog buiten, dus konden we nog mooi even op pad naar de supermarkt. Waar we voor het eerst zagen dat in Amerika later dit jaar de presidentsverkiezingen zouden plaatsvinden, de man achter de toonbank droeg een petje met de tekst “Anyone but Bush!” Waarmee we alleen maar van harte in konden stemmen. In een souvenirwinkel bekeken we talloze t-shirts en sweatshirts, maar helaas zat er niets voor ons bij. Uiteindelijk kwamen we terecht in het Mono Lake Committee Information Center and Bookstore, een hele mondvol voor een klein maar erg mooi informatiecentrum. Achter de balie stonden twee vriendelijke dames die erg behulpzaam waren toen wij om informatie over Mono Lake vroegen. We wilden graag weten welke plek het beste was om een mooie zonsondergang te fotograferen, en een van de vrouwen tekende een aantal mogelijkheden uit op de kaart die we van haar kregen.
We keken even door het raam naar buiten, hmmm, die zonsondergang zag er eigenlijk nu toch wel erg mooi uit! Hadden we nog genoeg tijd om naar het meer te rijden, of waren we net te laat? We besloten het nog snel even te gaan proberen, alleen Rob protesteerde, er was net een plaatsje vrij gekomen bij een van de computers waar hij tegen een heel redelijke prijs kon internetten. Dus lieten we hem daar achter, en raceten we met drieën terug naar het hotel, voor de auto en de fototoestellen. We reden een klein stukje via Highway 395 naar het noorden, en draaiden toen een onverharde zijweg in, richting Mono Lake. Tussen het hoge riet vonden we een parkeerplaatsje, en vandaar liepen we naar de rand van het meer. Voor de zonsondergang waren we nog net op tijd, maar de plek bleek niet echt ideaal te zijn voor het maken van foto’s van het meer. Toch was het erg mooi om op deze tijd op deze plek te zijn, om ons heen vlogen vleermuizen, en er was zelfs een uil die een paar keer vlak langs ons heen scheerde. Het werd nu snel donker, en dus tijd om terug te gaan en Rob op te halen. Maar eh….. waar hadden we de auto gelaten? Bij het laatste daglicht zag het er eenvoudig genoeg uit om terug te lopen naar de auto, maar zo in het donker bleek het nog niet mee te vallen om tussen het hoge riet het goede pad te vinden. Even vreesde ik dat we te voet terug zouden moeten, met de autolichten op Highway 395 als oriëntatiepunt, maar gelukkig stuitten we op gegeven moment toch op onze Chevrolet Blazer, die netjes op ons stond te wachten.
Rob bleek al op de hotelkamer te zijn; hij zat zich al af te vragen waar we bleven. En dat allemaal voor een mislukte fotoshoot. Maar…. ’t was toch een leuke ervaring.
 
Dag 8: zaterdag 21 augustus

Lee Vining  -  Bodie  -  Mono Lake  -  Mammoth Lakes      (139 mijl)

© hanz meulenbroeksToen we de vorige dag naar Lee Vining reden, waren we de toegangsweg naar het spookstadje Bodie gepasseerd. Ik was de naam van dit spookstadje al vaak tegengekomen in de reisverhalen van andere Amerikagangers, maar eerlijk gezegd had ik me nog nooit echt verdiept in de informatie. Maar omdat we er nu – onverwacht – zo dichtbij bleken te zijn, en we toch wat tijd over hadden in verband met de afsluiting van Death Valley – leek het ons wel iets om het stadje te gaan bekijken. Dat konden we dan mooi combineren met een bezoek aan Mono Lake; we wilden dat meer nu ook wel eens bij daglicht gaan bekijken. En als we tijd over hadden, dan konden we misschien zelfs nog wel naar Devils Postpile bij Mammoth Lakes.
Het was 19 mijl rijden van Lee Vining naar het begin van de toegangsweg, en vandaar nog eens 12 deels zeer hobbelige mijlen naar Bodie. Na de laatste bochten zagen we de gebouwen van het stadje voor ons verschijnen, het waren er veel meer dan we van te voren hadden verwacht. We betaalden de toegangsprijs ($ 3,- per persoon) en kochten een brochure ($ 1,-), parkeerden de auto, en liepen het stadje in. En we waren meteen verkocht, alle vier! Wat zag Bodie er schitterend uit, wat heerlijk was het om daar tussen die oude gebouwen rond te lopen en de sfeer van vroeger te proeven. © melanie meulenbroeksHet viel ons heel erg mee dat het spookstadje niet commercieel wordt uitgebuit, met souvenirwinkeltjes of door middel van als cowboys verklede mannen die shoot-outs naspelen. Niets van dat alles, gelukkig. Alleen de prachtig gerestaureerde woningen en andere gebouwen, de oude verroeste auto’s, de interieurs die je door de ramen kon bekijken….. In Bodie ligt ook een klein museum met een fantastisch mooie collectie die bestaat uit oude brieven, foto’s en gebruiksvoorwerpen. Uiteindelijk hebben we veel meer tijd in Bodie doorgebracht dan we van te voren van plan waren, en toch was het eigenlijk nog niet genoeg. Als we ooit nog eens in deze omgeving komen, dan wil ik zeker terug!
Terwijl boven ons de donderwolken zich samenpakten, reden we via Lee Vining naar de zuidzijde van Mono Lake. Daar ligt de South Tufa Area, een plek waar in het water en op de oever veel grillig gevormde kalksteenformaties staan. © melanie meulenbroeksHet is vanaf de parkeerplaats een paar honderd meter lopen naar de rand van het meer, en daar zagen we een brede zwarte rand rondom het water. Eerst dachten we dat het zand was, maar nee, het bleken ontelbaar veel kleine zwarte vliegjes te zijn. Het aantal muggen in Klamath Falls was er niets bij! Als je in de buurt kwam, vlogen enorme zwermen vliegjes van de grond omhoog, en het was typisch dat je daarbij door vrijwel geen enkel vliegje werd aangeraakt! Heel apart was dat. Maar we kwamen natuurlijk niet voor de vliegjes, we kwamen om de tufa’s te bekijken, de kalksteenformaties. Op de foto’s die ik vooraf van Mono Lake had bekeken, zie je eigenlijk altijd de tufa’s die in het water staan. Ik was dan ook verrast dat er ook veel op de oever bleken te staan, dat je er zo dichtbij kon komen en er zelfs tussendoor kon wandelen. Het was echt prachtig, opnieuw een plekje dat mag worden toegevoegd aan mijn lijst van ‘mooiste plekken in de USA’. De South Tufa Area is overigens best klein, je loopt er in een paar minuten doorheen. © melanie meulenbroeksMaar we zijn veel langer daar gebleven, we hebben ruim de tijd genomen om rond te kijken, en we hebben er veel foto’s gemaakt. We hadden geluk dat het droog bleef, op diverse plekken rondom het meer zagen we het onweren en regenen.
We reden naar Mammoth Lakes, waar we een kamer vonden in het Travelodge Hotel. Het hotel werd beheerd door Indische mensen, en je staat toch best wel even vreemd te kijken als je daar in zo’n bergdorp aan de balie wordt geholpen door een man met een grote baard en een nog grotere tulband! We kregen een gigantisch grote kamer van hem, zonder extra kosten. Compleet met een koelkast, dat kwam goed uit want we hadden nog van alles in onze koelbox zitten.
Die nacht spookte het! Rob hoorde een vreemd, onverklaarbaar plofgeluid dat toch onmiskenbaar op onze kamer plaatsvond. Melanie zag een staande lamp die vlak bij het raam stond knipperen, en dat nog wel terwijl de stekker niet in het stopcontact zat! Midden in de nacht waren we alle vier wakker, zonder dat we dat van elkaar wisten. We hielden stil om de anderen, dachten we, niet wakker te maken.
De volgende ochtend werd toch in elk geval het vreemde geluid verklaard. In het vriesvak van de koelkast lag een ontploft blikje cola, dat we de avond ervoor vergeten waren. Een puinhoop, dat wil je niet weten! Heb je wel eens een dikke laag ijs vermengd met cola uit een vriesvak moeten halen?? En wat de niet aangesloten maar toch knipperende lamp betreft, dat was dus écht het werk van spoken. Of anders misschien van een onweersbui, dat zou ook nog kunnen. Klik hier voor onze fotoreportage van Bodie.
 
Dag 9: zondag 22 augustus

Mammoth Lakes  - Devils Postpile - Alabama Hills – Lone Pine     (153 mijl)

© hanz meulenbroeksWe reden naar het Ski Resort net buiten Mammoth Lakes, waar we op een shuttlebus stapten die ons naar Devils Postpile zou brengen. De buschauffeuse kwam erg chagrijnig op ons over, en we waren dan ook verrast toen ze het routinematige praatje waarmee ze de toeristen tijdens de rit naar boven moet vermaken, heel overtuigend en enthousiast wist over te brengen. Die vrouw had haar roeping als comediènne gemist!
De busrit gaat over een hele smalle, bochtige weg; en het werd onderweg dan ook wel duidelijk waarom je hier niet met de eigen auto mag rijden. Je ziet tegenliggers vrijwel niet aankomen, de buschauffeurs houden dan ook onderling contact met elkaar om te zorgen dat ze elkaar niet op de allersmalste weggedeeltes hoeven te passeren.
Je kan op diverse plaatsen in- en uitstappen, maar wij beperkten ons tot één doel: de rotsformatie Devils Postpile waarvan we enkele erg mooie foto’s hadden gezien. Vanaf de bushalte liepen we over een mooi bospad naar de rotsformatie toe, dat was een wandeling van ongeveer 650 meter. Devils Postpile bestaat uit een grote groep achthoekige basalten kolommen, waarvan een deel overeind staat en een ander deel is omgevallen. ’t Was best mooi om te zien, vooral omdat de vorm van de rotsformatie zo apart is, maar toch… echt heel enthousiast waren we niet. Ook niet toen we naar boven klommen en de kolommen van de bovenkant zagen; het leek net een oude tegelvloer. We hadden ook de pech dat het zonlicht helemaal van de verkeerde kant kwam, het was moeilijk om zo mooie foto’s te maken. We hielden het dan ook al snel voor gezien, en liepen terug naar de bushalte. Op de terugweg hoeven de toeristen blijkbaar niet meer te worden onderhouden, de buschauffeur die ons weer naar beneden reed was heel zwijgzaam. Achteraf gezien hadden we dit uitstapje best over kunnen slaan, het had best wat tijd gekost en echt heel bijzonder was het niet.
Via Highway 395 gingen we weer een stuk verder naar het zuiden. Tijdens onze voorbereidingen hadden we foto’s gevonden van het rotslandschap Alabama Hills bij het plaatsje Lone Pine, en we waren erg benieuwd of het daar ook echt zo mooi was als dat het er op die foto’s uitzag. Maar voor het zover was moesten we nodig een picknickplaats vinden, we hadden honger maar er kwam maar nergens een goede stopplaats in zicht. Uiteindelijk vonden we een zijweggetje dat naar Keough’s Hot Springs zou gaan; we hadden geen idee wat het inhield maar er stond een afbeelding van een picknicktafel op het bordje, dus we gingen toch maar eens kijken. Tot onze verbazing vonden we daar, in the middle of nowhere, een recreatiegebied met als voornaamste attractie een zwembad met water van de grootste heetwaterbron van de Eastern Sierra. Er ligt een picknickplaats naast, dus haalden we onze koelbox, plastic borden en bestek tevoorschijn. Maar een rustige picknick werd het niet, het waaide er zo gigantisch hard dat we meer bezig waren met het tegenhouden van onze spullen, dan met eten!
Even later reden we het stadje Lone Pine binnen. Aan de zuidkant daarvan ligt een Information Center, waar we even binnenliepen om informatie te vragen over Alabama Hills Recreation Area. De vrouw achter de balie reageerde oprecht verrast op onze vraag; het gebied is zelfs bij Amerikanen erg onbekend, en er zal dan ook niet echt vaak om informatie gevraagd worden. Ik denk dat zij gewoon blij was dat ze het eens niet over Death Valley of Yosemite hoefde te hebben! We kregen meteen diverse brochures aangereikt, niet alleen over de Alabama Hills maar ook over diverse dirtroads in de omgeving van Lone Pine.
Vanuit Lone Pine is het via de Whitney Portal Road slechts enkele minuten rijden naar dit onbekende stukje Amerika. In de Alabama Hills vind je een opeenstapeling van gladde, ronde rotsen die miljoenen jaren oud zijn. “Potatoe-shaped”, zo worden ze wel eens genoemd, en dat vind ik een van de beste termen om de rotsen te beschrijven. Op de achtergrond zie je de kartelige hoge pieken van de Sierra Nevada bergketen, die een scherp contrast vormen met de gladde rotsen van de Alabama Hills. Ondanks dat het gebied zo onbekend is bij het grote publiek, zal het veel mensen toch erg bekend voorkomen. De Alabama Hills hebben namelijk als decor gediend bij de opnames van talloze westerns, tv-series en commercials. We bekeken deze middag een deel van het gebied dat Movie Flat wordt genoemd; we vonden het waanzinnig mooi. Heerlijk om via een van de vele zandwegen tussen de rotsen door te rijden, daar ergens uit te stappen en over de rotsen heen te klimmen, ze van alle kanten te bekijken. We hopen maar dat we met dit reisverslag niet al te veel mensen op het idee brengen om naar de Alabama Hills te gaan; een van de charmes van dit gebied is de onbekendheid ervan, het feit dat er vrijwel geen andere mensen te vinden zijn.
We gingen even een hapje eten in een restaurant in Lone Pine, en daarna voor een zonsondergang photoshoot terug naar de Alabama Hills. We durfden niet al te ver de zandweggetjes in te rijden, zelfs bij daglicht moesten we soms al zoeken hoe we de Movie Flat Road terug konden vinden. Rob was van ons vieren de meeste enthousiaste rotsbeklimmer, of, zoals hij het zelf betitelde: “Ik ben net een klein vrolijk berggeitje!”
Terug in ons hotel hebben we er nog een extra nacht bijgeboekt. Zodat we de volgende dag ruimschoots de tijd zouden hebben om de Whitney Portal Road en het zuidelijke deel van de Alabama Hills te kunnen bekijken.
 
Dag 10: maandag 23 augustus

Lone Pine – Whitney Portal Road – Alabama Hills – Lone Pine     (100 mijl)

© hanz meulenbroeksDe Whitney Portal Road is een 12 mijl lange weg, die steil omhoog het Sierra Nevada gebergte in gaat. Vanaf de weg heb je een heel goed zicht op de 4.418 meter hoge Mount Whitney, die aan de oostzijde van Sequoia National Park ligt. Dat park kan je vanaf deze kant overigens niet bereiken, er lopen hier geen wegen van oost naar west door de bergen heen.
Je kan op enkele plaatsen langs de weg stoppen, en zo zagen we de Alabama Hills ook eens van bovenaf. Wat leken ze klein zo, die rotsen. Jammer alleen dat het zonlicht verkeerd in het dal viel, het zag er naar uit dat je hier in de namiddag betere foto’s zou kunnen maken. Natuurlijk reden we ook nog helemaal naar boven, aan het einde van de weg ligt een mooie waterval waarvan ook nog even wat plaatjes geschoten moesten worden.
Door het noordelijke deel van de Alabama Hills loopt een verharde weg, de Tuttle Creek Road. Op de kaart die wij van het Information Center hadden gekregen zagen we dat de rotsen die rondom deze weg liggen, allemaal namen hadden gekregen, zoals Hannibal the Cannibal, Eagle, Viking en Polar Bear. © melanie meulenbroeksEcht tientallen verschillende. De kaart leek vrij gedetailleerd te zijn, maar toch viel het nog niet mee om precies te bepalen op welke plek je elke rots nu zou moeten kunnen zien. In het begin vonden we er een, Cougar. We zagen echt duidelijk de vorm van de kop van een bergleeuw in die rots. We hebben daarna nog wel even geprobeerd de aangeduide rotsen te vinden, maar toen het niet direct lukte zijn we daarmee gestopt. De Tuttle Creek Road is erg smal, en wordt slecht onderhouden. Je kan hier niet, zoals in Movie Flat, echt tussen de rotsen doorrijden en er overheen klimmen. Aan het einde van de weg belandden we in een woonwijk! Die hadden we daar toch even niet verwacht! Jee, die mensen wonen echt schitterend zeg, met de Sierra Nevada in hun achtertuin en de Alabama Hills aan de voorkant. En niet eens zo afgelegen, je rijdt in 10 minuten naar Lone Pine toe.
Helaas had Melanie nog steeds regelmatig last van hoofdpijn, oorpijn en vooral ook van vermoeidheid. Tijdens de eerste week zag ze het nog niet zo zitten om even een dokter op te gaan zoeken, maar aangezien haar klachten langzaam aan steeds erger werden, werd het nu toch tijd om actie te ondernemen. We begonnen bij de Pharmacy in Lone Pine. De drogist, een al wat oudere man, raadde ons aan om even bij het medisch centrum langs te gaan. Hij maakte een afspraak voor ons, het was wel erg druk, zei hij, maar we konden er toch nog even tussenin geschoven worden. Het medisch centrum lag een paar blokken verder, recht tegenover een klein ziekenhuis. Een vriendelijke receptioniste nam Melanies gegevens op, en na een hele tijd wachten werd ze binnen geroepen bij Nurse Judy. Opnieuw heel lang wachten…. maar uiteindelijk kwam Melanie toch lachend en wel weer terug samen met de dokter. Wat een leuke vent was dat, zeg! Hij wilde graag Nederlandse les hebben, van Melanie en mij. En zowaar, ik heb nog nooit een Amerikaan zo goed de naam Meulenbroeks uit horen spreken! Maar belangrijker was natuurlijk of er iets gevonden was dat de klachten veroorzaakte. En ja…. Melanie had, zo legde dokter Shareck uit, een Strepthroat. Ze was besmet met het streptokokkenvirus, en vermoeidheid is een van de meest voorkomende symptomen. Ze mocht kiezen: een eenmalige injectie, of een 7-daagse pillenkuur. Nu heeft Melanie het niet op injectienaalden, dus dat werd die kuur. Geen twijfel mogelijk. Waarop de dokter haar hartelijk uitlachte, “Are you 21, you act like a 12-year old!”
© hanz meulenbroeksNa alle onderzoeken en grappen van de dokter, moest er ook een rekening betaald worden. Maar het medisch centrum was niet ingesteld op contant geld of creditcards, dus nam Nurse Judy ons op sleeptouw naar de overkant. In het ziekenhuis kon namelijk wel een creditcardbetaling worden aangenomen. Het had heel wat voeten in aarde voordat alles geregeld was, maar ondanks dat de oorzaak van ons bezoek natuurlijk niet zo leuk was, hebben we toch heel goede herinneringen aan deze ontzettend aardige mensen. En…. die dokter zag er nog eens heel goed uit ook. Dus, producers van ER, als jullie nog iemand zoeken die het gemis aan dokter Doug Ross moet opvangen, ga dan eens in Lone Pine vragen of dokter Everett Shareck misschien acteeraspiraties heeft!
We moesten weer terug naar de Pharmacy voor de pillen, en de drogist reageerde heel geïnteresseerd toen hij op de papieren zag dat wij uit Nederland kwamen. Vanderwall heette hij, en zijn voorouders waren dus – je snapt ‘m al – rasechte Nederlanders. Hij zelf was geboren in Illinois, maar woonde al weer heel wat jaren in Californië. Toen we uiteindelijk met het potje pillen weer buiten stonden, was het al een heel eind in de middag. En had Melanie het toch echt wel even gehad met alle aandacht en onderzoeken, ze wilde graag even in de hotelkamer op bed gaan liggen.
We lieten haar even lekker met rust, en gingen met ons drieën terug naar de Movie Flat, om een goede plek te gaan zoeken voor nog wat extra zonsondergangsfoto’s. We reden het gebied nog veel verder in dan de dag daarvoor, en steeds opnieuw zagen we de meest schitterende plekken. We zijn de Movie Flat uiteindelijk aan de noordzijde uitgereden via een onverharde weg, die een aantal mijlen ten noorden van Lone Pine op Highway 395 uitkwam.
Voor de zonsondergang hadden we nog even de tijd om naar een Internetcafé te gaan. Even wat info opzoeken over de streptokokkenbacterie; mailtje naar het thuisfront; even kijken hoe het in Nederland en de rest van de wereld was. En daarna voor de laatste keer naar ons nieuwe favoriete stukje Amerika voor de laatste fotosessie.
 
Dag 11: dinsdag 24 augustus

Lone Pine – Mazourka Canyon – Mono Lake – Lee Vining     (203 mijl)

© hanz meulenbroeksToeristische trekpleisters zoals de Grand Canyon of Yosemite National Park zijn meestal heel erg de moeite waard, ze zijn niet voor niets zo bekend geworden. Maar ik vind het heerlijk om die bekende plekken af te wisselen met bezoekjes aan onbekende juweeltjes. Het is natuurlijk wel veel moeilijker om daarover vooraf op internet de nodige info te vinden. Ik was op gegeven moment op een site gestuit, waarin diverse dirtroads in deze omgeving werden beschreven. We hadden er eigenlijk een gepland die richting Death Valley gaat, maar ja, die weg was nu dus afgesloten. Daarom besloten we een andere onbekende dirtroad uit te gaan proberen, Mazourka Canyon genaamd. De mensen van het Information Center in Lone Pine hadden ons uitgelegd waar we de weg konden vinden. En zo kwamen we die ochtend terecht op deze echt volkomen onbekende, stille route. Maar helaas, niet elk onbekend plekje blijkt een schot in de roos te zijn. Het was een wat saaie dirtroad in een heuvelachtig landschap, dat niet echt veel te bieden had. In het begin wilden we nog niet omdraaien, toch nog even proberen of het verderop mooier zou worden. Nog wat verder leverde een familieberaad een gelijke stand op: 2 voor nog even verder rijden, 2 voor omdraaien. © hanz meulenbroeksEn toen de stand uiteindelijk 1 tegen 3 was kónden we niet omdraaien omdat de weg daarvoor veel te smal was. We hadden uiteindelijk toch het  grootste deel van de route afgelegd, voordat we een plekje vonden waar we veilig konden keren. Terug naar Highway 395, en de Mazourka Canyon gauw uit onze herinnering schrappen!
Kort voor we Lee Vining bereikten hebben we nog een korte omweg gemaakt, de June Lake Loop. Deze 16 mijl lange Scenic Road (Highway 158) gaat langs een aantal mooie meren. Leuk om eens te zien, maar niet echt spectaculair. Toen we het laatste stuk van de weg reden, zagen we in de verte ons einddoel van deze dag al liggen: Mono Lake. Waar we de zonsondergangphotoshoot van enkele dagen eerder nog eens wilden overdoen, maar dan nu wel in de South Tufa Area.
Eerst wilden we echter een slaapplaats vinden. Vier dagen eerder hadden we veel geluk gehad dat we nog in Lee Vining terecht konden, en we konden er natuurlijk niet op rekenen dat we nu opnieuw net op het juiste moment bij een hotel binnen zouden lopen. Maar toch besloten we de gok te wagen: eerst de hotels in Lee Vining proberen, en alleen als het daar niet zou lukken uitwijken naar het veel minder leuke Mammoth Lakes. Voor de eerste keer probeerden we het niet bij een van de bekende hotelketens (Best Western, Motel 6), maar stopten we bij het voor ons onbekende Murphy’s Hotel. En wat denk je, meteen plaats! Een heel stuk goedkoper dan in het Best Western Hotel dat een paar honderd meter verderop lag, en kwalitatief vrijwel hetzelfde.
Het was druk in de South Tufa Area, die avond! We waren niet de enige die op het idee waren gekomen om hier de zonsondergang op foto’s vast te leggen, er liepen een stuk of acht mannen rond met duur uitziende foto-apparatuur. Dat werd nog dringen voor de beste plek. Melanie vond een plaats die haar heel geschikt leek, en ze installeerde vastbesloten haar standaard. Dit is mijn plek, de rest blijft hier vanaf! We zijn nog heel lang in dit mooie gebied rond blijven hangen, pas toen het echt te donker werd om foto’s te kunnen maken en de temperatuur hard naar beneden ging, besloten we naar de auto terug te gaan.
 
Dag 12: woensdag 25 augustus

Lee Vining – Yosemite National Park - Mariposa     (124 mijl)

© hanz meulenbroeksDe Tioga Pass is een prachtige route. We genoten van het mooie landschap om ons heen, maakten een stop bij het bekende Tenaya Lake en daarna ook weer bij Olmsted Point. Op dat hoog gelegen punt kan je over een rotsachtige bodem naar de rand van een afgrond lopen; je hebt daar een mooi zicht op Half Dome, een van de bekendste rotsen van het park. Maar dan wel vanuit een hoek die je niet vaak op foto’s ziet.
Voor onze picknick kozen we voor de picknickplaats Yosemite Creek, midden in de bossen. We hadden nog maar net onze borden en etenswaren op tafel gezet, toen plotseling een hert de picknickplaats op kwam lopen en vlak bij ons stil bleef staan. Mooi was dat, zeg! Maar wat jammer dat net op dat moment vanaf de parkeerplaats een andere familie aan kwam lopen, met een hond erbij. Het hert was natuurlijk meteen weer verdwenen.
© hanz meulenbroeksWe hadden nadat we vanaf de picknickplaats weer vertrokken nog maar een klein stukje gereden, toen Hans plotseling langs de kant van de weg stopte en daarna zelfs achteruit begon te rijden. Hij had links van de weg tussen de bomen door in een glimps een blik opgevangen van een klein meertje dat hij absoluut eens even beter wilde bekijken. En hij had gelijk! Siësta Lake is prachtig. Het is een klein, slaperig meertje met veel groene waterplanten; het wordt helemaal omringd door bomen en riet. Ik vond het mooier dan Tenaya Lake.
Onderweg naar Yosemite Village kwamen we nog een aantal erg mooie uitkijkpunten tegen. Dat betekende dus: regelmatig stoppen en plaatjes schieten. In de Village zelf parkeerden we de auto, en gingen we te voet verder. We bezochten de Ansel Adams Gallery, waar we echt onze ogen uitkeken, die man heeft de meest schitterende foto’s gemaakt. Daarna nog even wat winkelen, shirtje kopen, wat drinken, even toerist zijn tussen de vele, vele andere toeristen. We hadden er al snel genoeg van, dit is niet onze manier van vakantie vieren. Dus sneller dan verwacht zaten we weer in de auto, en lieten we het overvolle Yosemite Village achter ons.
Langs de Merced River reden we het park weer uit, en via de erg mooie State Route 140 gingen we naar Mariposa, waar we al snel voor twee nachten een hotelkamer vonden in de Mariposa Lodge.
We zijn nog even een hapje gaan eten en wat winkels wezen kijken, maar echt heel bijzonder waren die niet. We hadden nog wel een winkel gezien met Indiaanse kunst, maar die was al gesloten toen we daar in de buurt kwamen. Ach, daar konden we dan de volgende dag nog wel even een kijkje gaan nemen, we zouden hier immers nog een nacht blijven.
 
Dag 13: donderdag 26 augustus

Mariposa – Yosemite National Park - Mariposa     (144 mijl)

© hanz meulenbroeksNog een dagje voor Yosemite National Park. Toen we bij ons hotel wegreden zagen we dat er aan de linkerkant van de weg iets aan de hand was. De sheriff liep er rond, er stond een televisieploeg…. en toen zagen we ook de totaal uitgebrande winkel waar we die avond nog even naar toe hadden gewild. Nou, dat plan ging dus zeker niet door!
Ons voornaamste doel deze dag was het uitkijkpunt Glacier Point, dat wordt omschreven als een van de mooiste van alle Nationale Parken. De route naar het uitkijkpunt zelf was ook al erg de moeite waard, vooral het punt Tunnel View was erg fotogeniek. Het is dan ook niet voor niets een van de meest gefotografeerde panorama’s ter wereld! © hanz meulenbroeksIn de verte zagen we opnieuw Half Dome, rechts waren The Three Brothers goed te herkennen, en links nam de steile 900 meter hoge El Capitan een prominente plaats in op het bekende plaatje. Indrukwekkend!
Glacier Point ligt aan het einde van de 16 mijl lange Glacier Point Road, en je ziet hier dezelfde rotsen opnieuw maar dan vanuit een heel andere hoek. Het uitkijkpunt ligt 975 meter boven de bodem van Yosemite Valley, en je hebt hier echt een geweldig uitzicht over een groot deel van het park. We zagen ook enkele van de beroemde watervallen, maar die zijn eind augustus natuurlijk niet op hun mooist.
© hanz meulenbroeksOp de terugweg stopten we nog even bij Washburn Point, een van de andere uitkijkpunten aan de Glacier Point Road. We overwogen ook nog om de Taft Trail te gaan lopen, maar Melanie had nog niet genoeg van de pillen van dokter Shareck verwerkt om die wandeling aan te durven.Daarom reden we naar de Valley, waar we stopten op de parkeerplaats van Bridalveil Fall. Tijdens de lente is dat een heel indrukwekkende waterval, maar nu viel er slechts een dunne sluier water naar beneden. Toch was het er erg mooi, onder aan de waterval ligt een hele stapel rotsen die de aanwezige toeristen tot een klimpartij uitnodigden, zodat ze dichter bij het water konden komen.’t Zag er niet echt makkelijk uit, ik zag dat de mensen die naar beneden klauterden het op sommige plekken moeilijk hadden om hun evenwicht te bewaren. Ik bedankte dan ook voor de klimpartij. En zo keek ik even later toe hoe Hans, Rob en Melanie wél naar boven klommen, zij lieten zich niet afschrikken door een paar lastige rotsen. Ik zocht een lekker plekje uit om even rustig te gaan zitten en naar de klimmende mensen te kijken. Een stoere Italiaan wilde indruk maken op zijn vriendin, overschatte zichzelf, en gleed van een van de rotsen af. Waarbij hij flink zijn rug schaafde. Was ik even blij dat ik niet die rotsen op was gegaan. Ik was nog blijer toen mijn drietal ongehavend weer beneden kwam, erg tevreden over de korte maar mooie klimpartij die was geëindigd bij de voet van de waterval. Een aantal arbeiders was druk bezig om het wandelpad tussen de parkeerplaats en de waterval te reconstrueren. “Please don't feed the animals” stond er op het bordje dat aan de afscheiding hing. Geinig! We zijn nog een tijdje lekker lui op de rotsen aan de oever van Merced River gaan zitten. Gewoon lekker effe niks doen. Daarna zijn we teruggereden naar Mariposa, waar we nog een nacht in hetzelfde hotel bleven.

 
Dag 14: vrijdag 27 augustus

Mariposa –  Palo Alto – Redwood City - Carmel    (332 mijl)

Onze Rob heeft al enkele jaren een internetsite die gewijd is aan het racespel Need for Speed. ’t Is een hele succesvolle site, hij krijgt vele duizenden bezoekers per dag, in totaal is zijn site al 7 miljoen (!) keer bezocht. Op gegeven moment is hij in contact gekomen met iemand van de afdeling Public Relations van het bedrijf Electronic Arts, de ontwerper van Need for Speed. En toen deze Jonathan hoorde dat Rob in Amerika op vakantie zou gaan, en daarbij ook in San Francisco zou komen, nodigde hij hem uit om eens een bezoek aan het hoofdkantoor te brengen. Nou, zoiets overkomt je natuurlijk niet elke dag! Dat betekende wel dat we het bezoek op deze dag zou moeten gebeuren, het kantoor is immers in het weekend gesloten, en maandag zouden we weer gaan vliegen. En dus verlieten we Mariposa in de vroege ochtend van vrijdag 27 augustus; we hadden een lange rit voor de boeg naar Redwood City.
 

© hanz meulenbroeks

 
We kozen voor State Route 152, een voor ons onbekende weg die van oost naar west loopt. Het was een mooie route door een heuvelachtig landschap. Het laatste stuk ging in noordelijke richting, via Highway 101. De rit ging heel vlot, en we zagen dat we ruim voor de afgesproken tijd in Redwood City aan zouden komen. We konden ons dus nog even een leuke stopplaats gaan zoeken. Net ten zuiden van Redwood City ligt de stad Palo Alto, waar mijn nichtje Suzan woont. Alleen, één probleempje, we wisten haar adres niet! Toch vonden we het leuk het stadje even in te rijden, eens even kijken in wat voor omgeving ze woont. We kwamen tot de conclusie dat we best wel jaloers zijn; Suzan we willen ruilen! ’t Is echt een mooie plek om te wonen, zo dicht bij de oceaan en bij San Francisco.
Een uurtje later zetten we Rob af bij Electronic Arts. Het was bloedheet daar in Redwood City, het liep tegen de 40° Celcius. Niet echt leuk dus. Wij zijn met z’n drieën even een koele winkel ingegaan om de hitte te ontvluchten, en we hielden ook nog even familie-overleg over de verdere invulling van de vrijdag. We waren het er al snel over eens dat het echt veel te heet was om naar San Francisco te gaan, we besloten dan ook de kust op te gaan zoeken.
Rob kwam een stel t-shirts, een game demo en een mooie ervaring rijker weer naar buiten. Hij had een rondleiding gehad door een game studio, waar hij een aantal spellen had gespeeld die nog niet eens op de markt waren, zoals Sims 2. De secundaire arbeidsomstandigheden bij Electronic Arts zagen er toch iets anders uit dan bij de gemiddelde werkgever in Nederland: zo was er bijvoorbeeld een cafetaria met een enorme keuze aan voedingsmiddelen, en hadden de werknemers ook de beschikking over een compleet fitnesscentrum en een aantal sportvelden zodat ze de in het cafetaria bijeenvergaarde caloriën er direct weer af konden sporten. Rob ziet ’t al helemaal zitten om ooit nog bij Electronic Arts te gaan werken. Maar dan niet hier in Redwood City, maar in Canada, waar het meest aan game development wordt gedaan.

© Rob Meulenbroeks

We pakten de kaart erbij om uit te zoeken hoe we naar de kust konden rijden. We vonden een kronkelig weggetje, State Route 84; dat leek weliswaar niet de snelste maar wel de kortste route te zijn. En zo reden we zonder dat we dat vooraf wisten zomaar op een werkelijke schitterende scenic route. Het ene moment reden we door een mooi aangelegde en vooral ook enorm dure woonwijk; sommige hoger gelegen plekken boden mooie uitzichten over de omgeving, en andere gedeeltes van de weg gingen door prachtige bossen heen. Zeker vanwege de dure woningen deed de route me enigszins denken aan de 17 Mile Drive bij Monterey. Alleen vond ik deze weg nog veel mooier.
We arriveerden bij de kust, waar we gelijk even lekker gingen uitwaaien aan een van de strandjes langs Highway 1. Blij dat we de hitte ontvlucht waren. Terug in de auto besloten we door te rijden tot Monterey, ook al hield dat in dat we na deze lange autodag nog eens zo’n 80 mijl voor de boeg hadden. Het bleek niet zo’n goede beslissing te zijn. Want voorbij Santa Cruz kwamen we in een file terecht, waardoor de rit naar Monterey veel meer tijd in beslag in nam dan we van te voren verwachtten. En het bleef tegenzitten. Hoewel ik er van overtuigd ben dat in Monterey veel hotels aanwezig moeten zijn, slaagden we er op een of andere manier maar niet in er een tegen te komen! De vermoeidheid begon toe te slaan, de stemming in de auto begon ernstig richting het nulpunt te gaan, we hadden er gewoon even genoeg van! Hans besloot resoluut Monterey uit te gaan en naar Carmel te rijden. Daar hadden we een jaar eerder overnacht in een mooi Best Western hotel, en daar wilde hij dus naar toe.
Gelukkig vonden we het hotel al snel. Maar ze hadden alleen een dure niet-roken kamer, of een veel goedkopere rokerskamer (waar we bovendien nog eens korting op konden krijgen) ter beschikking. Het zou nauwelijks te merken zijn dat er in de kamer werd gerookt, zo verzekerde de receptionist ons. En dus gingen we overstag, voor het eerst gingen we slapen in een rokerskamer. En dat was dus ook meteen voor het laatst! Wat een vreselijke lucht hing er in de kamer, de gordijnen, het beddengoed, alles was helemaal bedompt. Het was veel erger dan ik verwachtte. Dit doen we dus nooit meer, dan maar liever tientallen dollars extra betalen voor een frisse kamer.
 
Dag 15: zaterdag 28 augustus

Carmel  - Big Sur – San Francisco  (208 mijl)

Wie onze eerdere reisverslagen heeft gelezen, weet dat we in 2001 de kustweg hebben gemist doordat we toen onze route moesten wijzigen vanwege de diefstal van onze paspoorten. En in 2003 hebben de route langs de kust weliswaar gereden, alleen konden we toen geen hand voor ogen zien vanwege de mist. Driemaal is scheepsrecht, dus deze keer moest het dan toch echt lukken!
Maar blijkbaar is het ons niet gegund, opnieuw was het rondom Big Sur zo mistig dat we niets konden zien. Uiteindelijk zijn we maar weer omgedraaid en terug naar het noorden gereden waar het veel zonniger was. Op een grote parkeerplaats – helaas heb ik niet genoteerd waar dat precies was – zijn we gestopt en richting de kust gewandeld. Normaal gesproken kan je daar via een houten trap naar beneden, maar het onderste deel daarvan was helemaal weggeslagen. We moesten dan ook een flinke omweg maken, waarna we op een andere plek naar beneden konden gaan. Onderweg zagen we een stel mannen met een complete muziekinstallatie sjouwen, wat waren die nou van plan??
Midden op het strand lag een grote stapel witte klapstoeltjes, kijk dat is nou eens service voor de toeristen. Diverse stoelen waren al door andere mensen in gebruik genomen, en wij sjouwden er ook maar meteen vier mee naar het uiteinde van het strand. Daar hebben we in de beschutting van een rots lekker zitten relaxen. Er stond een flinke wind, en de golven stonden hoog. De branding was schitterend om naar te kijken, en het was natuurlijk nog eens extra leuk toen Rob en Hans flink terug moesten rennen omdat een extra grote golf een stuk verder het strand op kwam dan de rest.
Toen we teruggingen naar de auto hadden we toch eigenlijk geen zin om met al onze spullen – koelbox, handdoeken ed – dat hele eind weer om te lopen. We bekeken de gedeeltelijk weggeslagen trap nog eens; nou met een beetje klimwerk moest het toch mogelijk zijn de nog wel aanwezige treden te bereiken. Het bleek niet eens echt moeilijk te zijn, dus al snel stonden we weer boven. Daar zagen we dat het ondertussen toch wel érg druk was geworden op de parkeerplaats, een lange stoet keurig geklede mensen liep over het langere pad richting het strand… Mmmm, mannen met een muziekinstallatie, een grote stapel stoelen, mooi geklede mensen op weg naar het strand….. we begonnen te vermoeden dat we hier zo maar midden in een trouwfeest waren beland! Dus eh, die stoelen waren waarschijnlijk niet voor de toeristen bestemd, maar voor de gasten. Sorry mensen, we hebben de stoelen wel netjes tegen de rotsen weggezet, zodat ze niet door het water kunnen worden meegesleept, maar je zal nog wel ff een stukkie moeten lopen om ze weer op te halen! Er arriveerden nog steeds nieuwe gasten, en onze auto dreigde ingebouwd te raken. We waren maar net op tijd, anders hadden we niet eens meer weg gekund. 
We boekten onze overnachting – de voorlaatste hier aan de westkust - in hetzelfde Travelodge hotel vlak bij San Francisco International Airport waar we twee weken eerder ook al hadden geslapen.
 
Dag 16: zondag 29 augustus

San Francisco  (63 mijl)

© hanz meulenbroeksWe begonnen de dag bij Fisherman’s Warf, waar we eerst even lekker gingen ontbijten bij het eenvoudige maar wel vriendelijke eetcafé Joanie’s Place. Daarna was het tijd om winkels te gaan kijken en hier en daar wat kleren te kopen.
Vervolgens reden we naar de omgeving van de Golden Gate Bridge, niet voor de brug zelf – die hadden we tijdens onze vorige reis al uitgebreid gezien en gefotografeerd – maar om het gebied net ten zuiden daarvan eens beter te bekijken. We hadden daar namelijk tijdens het voorbijrijden een prachtig aangelegd kerkhof zien liggen, waar ongetwijfeld schitterende foto’s gemaakt zouden kunnen worden. Een beetje heuvelachtig, mooie bomen, en allemaal witte grafstenen….. het zou een prachtig plaatje hebben opgeleverd. Als we tenminste ons plan daadwerkelijk hadden uitgevoerd, maar zover kwam het dus niet. We twijfelden namelijk of het kerkhof wel voor iedereen toegankelijk was, en we hadden er – toen we eenmaal voor de poort stonden – toch niet zo’n goed gevoel bij om hier zomaar naar binnen te wandelen.
Drie mijl ten zuiden van de begraafplaats ligt het Golden Gate Park. Net buiten het park vonden we een parkeerplaats, en even later wandelden we zomaar midden in een prachtig bos met Sequoia’s en andere mooie bomen. En dat midden in een stad als San Francisco! Het bos was maar smal, en we kwamen uit in een open gebied met een grote vijver en grasvelden. Daar was op dat moment een optreden aan de gang van een Oost Europese zanggroep, nou niet echt helemaal onze stijl, dus we liepen verder de tuinen in die aan het grasveld grensden. We keken onze ogen uit, wat was dat mooi! Prachtige planten en kleine bomen, schitterende bloemen, en daar tussendoor liepen de squirrels alsof we ergens midden in Nationaal Park zaten. Golden Gate Park overtrof echt al mijn verwachtingen.
Uiteindelijk hebben we slechts een klein deel van het park kunnen zien. We hadden nog een paar specifieke adressen waar Rob wat DVD-inkopen wilde gaan doen, en als we daar nog voldoende tijd voor over wilden houden moesten we toch echt weer verder. Dus met enige spijt lieten we de Japanese Tea Garden links liggen, en zochten we onze auto weer op.
We eindigden ons dagje San Francisco met bezoeken aan winkels als Hot Topic en Best Buy. Waarna we voor onze laatste overnachting terugreden naar het Travelodge hotel.
 
© hanz meulenbroeks © melanie meulenbroeks © melanie meulenbroeks
 
Dag 17: maandag 30 augustus

San Francisco  -  Detroit  -  New York

© hanz meulenbroeksToen we in januari onze vliegtickets boekten, hadden we nog niet het minste vermoeden dat exact op de dagen dat wij in New York zouden zijn, daar ook de Republikeinse Conventie plaats zou vinden. We baalden vreselijk, toen we hier in juni achter kwamen. Bang dat we veel last zouden hebben van de veiligheidsmaatregelen, bang dat sommige attracties – zoals het Empire State Building en het Vrijheidsbeeld – misschien zelfs helemaal afgesloten zouden worden. ’t Begon er al mee dat onze mooie rechtstreekse vlucht, met heel gunstige vluchttijden, gecanceld werd. We konden nog wel veel later op de dag én met een tussenstop in Detroit, naar New York vliegen.
Enig voordeel was dat we ’s ochtends alle tijd hadden. Dus we konden rustig opstaan, onze spullen inpakken, en naar de luchthaven rijden. We leverden onze Chevrolet, die er in twee weken tijd maar liefst 2898 mijlen op de teller had bijgeschreven, bij het autoverhuurstation in. Tot onze verbazing kregen we – toen we richting de gate gingen - bij de veiligheidscontrole het predikaat ‘High Security Risk’. En werden we zeer uitgebreid gecheckt, schoenen uit, vest uit, fouilleren, tassen open. Zien wij er echt zo gevaarlijk uit?? Rob, we nemen jou dus zeker niet meer mee de volgende keer!
Detroit heeft een grote luchthaven met een hele lange, rechte hal waaraan de gates liggen. Onze overstaptijd was heel kort; we hebben weliswaar net niet hoeven rennen, maar snelwandelen was het toch zeker! We zaten ongeveer 30 seconden in de stoelen bij de gate, toen het boarden begon. En na een tweede, korte vlucht, landden we tegen 11 uur ’s avonds op JFK Airport in New York. Buiten stond een lange, lange rij mensen op een taxi te wachten. We sloten netjes achteraan. Rechts van ons stonden de officiële Yellow Cabs, links werden klanten andere taxi’s ingepraat. We vermoedden dat dát niet helemaal legaal was, dus zijn we maar braaf in de langzaam vooruit schuifelende rij blijven staan. Totdat we eindelijk aan de beurt waren, en door een zwijgzame taxichauffeur naar het Amsterdam Court Hotel op West 50th Street in Manhattan werden gebracht.
 
Dag 18: dinsdag 31 augustus
President Bush was in de stad, en dat was goed te merken! Overal op straat stonden en reden politie-auto’s; en er waren talloze agenten aan het surveilleren en het verkeer aan het regelen. © hanz meulenbroeksHier en daar zagen we groepjes anti-Bush demonstranten; zolang ze het verkeer niet hinderden en geen troittoirs blokkeerden liet de politie hen hun gang gaan. En in deze toch wel heel aparte ambiance hebben wij kennis gemaakt met al die bekende plekken die we al zo vaak op tv hebben gezien: Times Square, Union Square, Broadway…. Ik heb het al eerder gezegd – ik ben niet echt een stadsmens – maar toch vond ik het geweldig om dit allemaal met eigen ogen te zien. Ik houd van musicals, en het was dus echt speciaal om hier langs de theaters te lopen waar Chicago, The Lion King en al die andere bekende musicals worden opgevoerd. In West 41st Street vonden we het Nederlander Theatre, de plek waar al jarenlang de musical Rent op de planken staat. Melanie en ik zijn twee keer naar de Nederlandse versie geweest, en we wilden erg graag ook eens de oorspronkelijke Amerikaanse uitvoering zien. Bij het theater ontdekten we dat er elke dag tickets tegen een sterk gereduceerde prijs worden verloot….. we moesten dan wel rond 6 uur ’s avonds hier terug zijn.
We wilden graag Central Park zien, dus we liepen weer terug in de richting waar we vandaan kwamen. Even zwaaien naar The Naked Cowboy, die op z’n vaste plekje op Times Square niet al te muzikaal stond te wezen. Net voor we het park bereikten vonden we een Internetcafé, waar we nog even een korte stop maakten.
Na het schitterende Golden Gate Park in San Francisco viel Central Park me eigenlijk een beetje tegen. Maar misschien is mijn vergelijking niet helemaal eerlijk, van beide parken hebben we maar een klein hoekje gezien, dus ik kan er niet echt over oordelen. Ik had me Central Park vooral voorgesteld als een plek waar je volop bezig zou kunnen zijn met ‘mensen kijken’; je weet wel, skaters, muzikanten, jongleurs…. Veel activiteiten, dus. Maar het was juist erg rustig in het park; er waren wat wandelaars, en lagen wat mensen lui op Sheep Meadow (het bekende grote grasveld), maar verder was er niet veel te doen. We zijn dus ook maar even in het gras gaan liggen, we hadden al heel wat gelopen dus het was best lekker om zo even te niks te doen. Een paar fotootjes geschoten van het park en de hoge gebouwen er rondom heen. Nog even wat rondgewandeld. De mooiste plek vond ik de statige lange laan, ik geloof dat die ‘The Mall’ heet, met aan weerszijden prachtige bomen. Op deze plek is een scène uit de filmmusical Hair opgenomen, toch leuk om hier dan zelf rond te lopen.
© hanz meulenbroeksIk wist het niet meer zeker, maar ik dacht ooit gelezen te hebben dat je The Metropolitan Museum of Art gratis kunt bezoeken. Maar toen wij daar arriveerden, bleek het net voor het publiek gesloten te zijn. Het was dan ook al behoorlijk laat aan het worden, de tijd vliegt voorbij als je zo bezig bent. De bezoekers stroomden massaal naar buiten, en velen van hen gingen nog even op de trappen voor het museum zitten. Waar een aantal van hen werd geïmiteerd door een clown, die tussen de mensen door liep. Zo konden we toch nog even mensen kijken; vooral de reacties van de mensen die in de gaten kregen dat de clown juist hen nadeed, waren vaak erg leuk. De weg terug naar het hotel deed behoorlijk pijn aan m’n voeten; we hadden toch heel wat verder gelopen dan dat we beseften. Maar na een stop bij een pizzeria en een rustpauze op het hotel konden we er weer tegen. We wilden New York ook graag in het donker zien, toch! De sfeer op straat was hier en daar wel grimmiger geworden; er waren nu duidelijk meer demonstranten dan overdag, en we waren zelfs getuige van een aantal relletjes. Een demonstrant lag gewond op straat; een aantal anderen werden gearresteerd; de politie maande iedereen om vooral door te lopen… maar natuurlijk won bij de meeste voorbijgangers de nieuwsgierigheid, waardoor het al gauw erg druk was op de plekken waar het meeste te zien was.
Melanie vond een anti-Bush button op straat, en speldde die zeer tevreden op haar tas. Van een groepje rennende demonstranten nam ze ook nog een stel stickers aan, en even later liepen we dus alle vier met de tekst “Run Against Bush” op onze shirts. Toch even aan de New Yorkers laten merken dat we die man niet zo zien zitten, als president!
Helaas waren we te laat om nog aan de loterij voor de musical Rent mee te doen. Maar gelukkig hadden we ook de woensdag- en donderdagavond nog.
 
Dag 19: woensdag 1 september
Als je voor het eerst in New York bent, moet je natuurlijk ook een rit met de metro maken. Er lag een metrostation vlak bij ons hotel, en vandaar reden we naar de uiterste punt van Manhattan, Battery Park. Waar we – na een veiligheidscheck die op een vliegveld niet zou misstaan - op de boot richting het Vrijheidsbeeld stapten. © hanz meulenbroeksHet was prachtig weer, er hing een mooie witte bewolking en de zon kwam daar goed doorheen; we hadden dan ook een geweldig zicht op het Vrijheidsbeeld. Nu we dit plaatje met eigen ogen hebben gezien kunnen we ons erg goed voorstellen hoe indrukwekkend de aanblik moet zijn geweest voor de immigranten die hier vroeger via de haven het beloofde land binnenkwamen. Het was ook erg mooi om de skyline van Manhattan te zien; we kennen het beeld zo goed van talloze films en televisieseries, maar toch…. je moet het gewoon een keer met eigen ogen gezien hebben. Natuurlijk zochten we ook naar de plek waar ooit de twee torens van het World Trade Center stonden, het is een moment waarop je je even erg bewust bent van wat hier op 11 september 2001 is gebeurd.
Op Liberty Island aangekomen hebben we alle tijd genomen om een wandeling rondom het beeld te maken. Vanuit allerlei hoeken hebben we haar gefotografeerd, en – we kunnen niet anders zeggen – het is een prima fotomodel. Ook hier was de beveiliging nadrukkelijk aanwezig, er liepen en reden diverse stoere mannen rond met een indrukwekkend wapenarsenaal. Je hoeft het hier echt niet in je hoofd te halen om gekke dingen te gaan doen.
Onze tweede stop was Ellis Island. Daarvan wist ik vooraf alleen dat daar een gebouw stond waar in het verleden de immigranten zich moesten melden. We gingen daar eigenlijk alleen maar even een kijkje nemen omdat we er nu toch in de buurt waren; niet omdat we echt speciaal in dit stukje historie geïnteresseerd waren. Maar nu – achteraf – kan ik zeggen dat het bezoek aan het Ellis Island Immigration Museum tot de hoogtepunten van onze reis behoort! © hanz meulenbroeksHet museum is geopend in 1990, na de meest ingrijpende restauratie van een historisch gebouw die ooit plaatsvond in de Verenigde Staten. En dat is te zien! Het gebouw ziet er schitterend uit, van binnen én van buiten. En bij de verschillende exposities kijk je echt je ogen uit, prachtige oude foto’s, allerlei voorwerpen die de immigranten bij zich hadden, veel informatie. The Registry Room, de enorme hal waar de immigranten een medische keuring moesten ondergaan en waar hun papieren werden gecontroleerd, is juist grotendeels leeg gelaten. Terwijl we zo ronddwaalden in dit museum, raakten we Hans op gegeven moment kwijt. In het begin dacht ik nog, ach die komen we zo wel weer tegen, maar toen dat niet gebeurde ben ik toch maar eens op zoek gegaan. Stond ie één verdieping lager strategisch opgesteld in The Registry Room, zo van: ‘hier kunnen ze me toch zeker niet over het hoofd zien’. Wat hij niet wist, maar waar hij vanzelf achter kwam, is dat op die plek de verzamelplaats is van mensen die graag willen worden rondgeleid door een Park Ranger. Een van de werknemers van het museum zag in Hans dan ook een gewillig slachtoffer voor de volgende tour, en begon een lang – nogal plichtmatig afgerateld – verhaal tegen hem af te steken! Gelukkig was ik net op tijd om hem te redden!
Met de boot gingen we terug naar Battery Park, vanwaar we te voet naar Ground Zero gingen. Van te voren had ik verwacht dat het best emotioneel zou zijn om die plek te zien, maar nee, het was gewoon een groot bouwterrein en het zien daarvan deed me niet zoveel. Op het trottoir voor de hekken stond een groep scholieren die, toch wel wat onwennig, tegen Bush aan het protesteren was. We begrepen uit hun leuzen dat zij er vooral bezwaar tegen maakten dat Bush het drama van 11 september misbruikte om er bij zijn verkiezing zieltjes mee te winnen. Het groepje trok nogal wat belangstelling, er stonden diverse politiemannen omheen (uiteraard) maar ook persmensen met grote foto- en filmcamera’s. De jongeren werden er wat lacherig van; dit waren duidelijk niet de fanatieke demonstranten die we de dag ervoor hadden gezien.
© hanz meulenbroeksEen klein stukje voorbij Ground Zero ligt St. Paul’s Chapel, het kerkje waar destijds veel reddingswerkers zijn opgevangen met eten, drinken en een plek om even bij te komen. Het oude kerkje – het is gebouwd in 1766 – is nu ingericht als een soort museum. En terwijl ik eigenlijk heel onbewogen naar Ground Zero heb staan kijken, raakte ik hier juist wel erg geëmotioneerd van alle indrukken. Met een dikke brok in de keel heb ik hier rondgekeken, naar alle foto’s en voorwerpen, naar de herinneringen aan omgekomen reddingswerkers.
Het metrostation dat bij Ground Zero ligt is heel wat groter dan dat bij ons hotel, en we moesten dan ook echt even zoeken welke lijn we moesten hebben. Het was er zo benauwd binnen, dat we op gegeven moment iets hadden van ‘instappen en wegwezen’, ongeacht of we nu wel of niet in de goede metro zaten. Maar gelukkig, we kwamen uit op de goede plek. Het was inmiddels bijna half 6, en Melanie en ik wilden toch wel heel erg graag een kans gaan wagen bij de verloting van de tickets voor de musical Rent. Het is een echte cult-musical, geen lieflijke duetten en romantische verhaallijnen, maar een blik in de rauwe wereld van drugsgebruikers en HIV-positieven. Kippenvel! De Nederlandse versie wijkt nogal af van de Amerikaanse, op een musicalforum heb ik hele discussies gelezen of die wijzigingen de musical nu wel of niet ten goede kwamen. Vandaar dat we nu erg graag de oorspronkelijke versie eens wilden zien, zodat wij nu zelf ons oordeel hierover konden vellen. Om half zes kwamen twee medewerkers van het theater in de deuropening staan met een tafeltje; we konden hier allebei onze naam op een kaartje schrijven. Om zes uur zouden 10x twee kaartjes worden verloot, voor slechts $ 20,- per stuk. Terwijl we stonden te wachten kwamen langzaam aan meer liefhebbers opdagen; één van hen herkenden we zelfs als de man die ooit op de Nederlandse tv was geweest bij een documentaire over de musical: hij had Rent al honderden malen gezien! Melanie raakte aan de praat met twee meisjes van haar eigen leeftijd; toen ze nog niet gehoord hadden dat wij geen Engels spraken hadden ze geprobeerd te raden waar wij vandaan kwamen: ze gokten op Pennsylvania!
Er kwamen uiteindelijk een kleine dertig mensen opdagen, voor de in totaal 20 kaartjes. Dat betekende dus dat we een heel redelijke kans hadden. En ja hoor, Melanies naam werd als een van de eersten afgeroepen: yes, we gingen naar Rent! Even later werd ook mijn kaartje getrokken, maar ik gebaarde dat ik al via Melanie beet had. Stom, stom…. we hadden zo ook die twee meisjes blij kunnen maken. Helaas hadden zij niet gewonnen.
De twee uurtjes tussen de verloting en het begin van de voorstelling hebben we benut om even te gaan eten, en om even wat anders aan te trekken op de hotelkamer. Daarna lieten Melanie en ik de mannen in de steek, en liepen we terug naar het Nederlander Theatre.
© hanz meulenbroeksHet was een klein, oud theater. Geen glitter en glamour, maar wel geweldig sfeervol. Precies het soort theater dat ons enorm aanspreekt. De winnaars van de loterij zaten op de voorste rij; bij veel theaterstukken is dat niet de meest ideale plaats omdat je dan te dichtbij zit, maar bij Rent is het niet bezwaarlijk omdat het daar niet om de showelementen gaat. En zo konden we wel heel goed alle gezichtsuitdrukkingen en emoties zien van de spelers. En het was heerlijk om deze geweldige musical weer te zien; muzikaal heeft het een erg hoog niveau en het verhaal boeit ons enorm. Inderdaad waren er nogal wat verschillen met de Nederlandse versie; sommige scenes vond ik in Nederland mooier, andere scenes spraken hier weer meer tot de verbeelding.
Na afloop liepen de spelers gewoon met het publiek mee naar buiten; Jeremy Kushnier, die de rol van Roger speelde, en Matt Caplan (Mark), stonden op het trottoir CD’s te verkopen. Melanie wilde graag een handtekening; ze kreeg behalve dat ook nog een complimentje van Jeremy voor haar button met de “Re-defeat Bush” tekst!
De mannen stonden buiten al op ons te wachten. Ze hadden Manhattan nog verder verkend, winkels gekeken, diverse relletjes gezien. Toen we op de hotelkamer nog even tv keken kwamen ze zelfs bijna in beeld, er werd een reportage getoond die door een Japanse tv-crew was opgenomen op de plek waar Hans en Rob toen net rondliepen. Toch wel spannend hoor, New York tijdens de conventie.
 
Dag 20: donderdag 2 september
© hanz meulenbroeksWe gingen te voet naar het Empire State Building, het was een wandeling van ongeveer 2 kilometer. Enkele maanden eerder had ik thuis – via Internet – al kaartjes gekocht en uitgeprint. Dit om een lange wachttijd te voorkomen, het schijnt soms erg druk te zijn bij de kaartverkoop. Onderweg werden we aangesproken door een vrouw die graag wilde weten waar we vandaan kwamen; het bleek dat zij ooit – in een grijs verleden - Nederlands had gestudeerd en ze wilde nu graag haar toch wel wat versleten kennis tentoonspreiden. In het begin was dat wel even leuk, maar op gegeven moment begon ze opdringerig te worden. Het leek er echt even op dat ze van plan was de rest van de dag met ons mee te blijven lopen!
© melanie meulenbroeksToen we haar eindelijk hadden afgeschud waren we al dicht bij het Empire State Building. De hoeveelheid politiemensen, in andere straten al heel indrukwekkend, was hier toch wel extreem groot. En toen er ook nog hekken verschenen en we niet meer verder mochten lopen, begrepen we dat er blijkbaar hoog bezoek aan zat te komen. En ja hoor, even later reed er een hele stoet dure dikke auto’s voorbij; hier en daar stak een handje uit een van de autoramen waarmee de mensen die op de trottoirs stonden werden toegezwaaid. En één van die handjes was van President Bush. Maar sorry George, we hebben niet teruggezwaaid!
Het was veel minder druk in het Empire State Building dan we hadden verwacht, de Republikeinse Conventie zal daar vast wel debet aan zijn geweest. We konden dan ook direct doorlopen naar de lift, en naar boven gaan. ’t Uitzicht daar was echt heel indrukwekkend; leuk om te proberen zoveel mogelijk bekende punten te vinden.
’s Middags hadden we geen speciaal doel meer voor ogen. Gewoon verder Manhattan verkennen, rondlopen, sfeer proeven. De sfeer die zeker rondom het hermetisch afgesloten Madison Square Garden toch wel nadrukkelijk werd bepaald door de aanwezigheid van demonstranten, pers en politie. Op gegeven moment dreigde het even mis te gaan, toen een metrostation vlakbij Madison Square Garden werd afgesloten. De mensen die vanuit het station naar boven kwamen liepen recht de afzetting in, waar ze door enkele paniekerige politiemensen werden weggestuurd in een richting waar ze ook niet meer naar toe konden. Hans wilde nog wat foto’s maken, maar dat werd door de politie niet op prijs gesteld. Camera weg, en doorlopen!
We werden onderweg nog aangesproken door een alleen rondzwervende demonstrant. Of wij wisten waar de volgende demonstratie plaats zou vinden? Yeah right, we geloven je niet, vriend. Dat was vast een undercover die probeerde informatie te krijgen, zodat de politie tijdig op de juiste plek kon zijn. Of hebben we nu iets te veel fantasie?
© hanz meulenbroeksTijdens onze omzwervingen kwamen we zowaar weer terecht in West 41st Street, waar het Nederlander Theatre staat. ’t Was bijna tijd voor de verloting van de Rent-kaartjes van deze avond. En – om een lang verhaal kort te maken – Melanie en ik konden de verleiding niet weerstaan om nog eens een poging te wagen. En zo zaten wij die avond opnieuw op de voorste rij te genieten van de beste musical die ooit op de planken is gebracht!
Maar voor het zover was gingen we natuurlijk eerst nog even naar de hotelkamer op ons op te frissen. Toen het voor Melanie en mij tijd was om te vertrekken, lagen de mannen nog aartslui op bed. Geen zin om overeind te komen. Zere voeten. We lieten hen op de hotelkamer achter, en liepen naar de lift. De langzame, trage slakkenganglift waar we soms minuten lang op moesten wachten. Zoals ook deze keer. Het leek er op dat de lift helemaal niet op zou komen dagen; Melanie had in een andere gang ook een lift gezien en ze besloot daar eens te gaan kijken. Op dat moment zag ze dus dat Hans en Rob om het hoekje stiekem naar ons stonden te gluren; ze had meteen door dat zij van plan waren om via de trap sneller naar beneden te gaan (zes verdiepingen) dan wij, om ons dan quasi nonchalant onder in de hal op te wachten. Ze draaide de rollen om: Melanie en ik liepen snel via de trap naar beneden terwijl de mannen de lift – die dus net op dat moment wél op kwam dagen – in schoten. Op elke verdieping kwamen we voorbij de lift, en Melanie drukte overal op de knop….. net een stel giechelende schoolkinderen waren we, zo’n lol hadden we dat wij eerder beneden zouden zijn omdat de lift nu op elke verdieping moest stoppen.
En onze lol werd nog veel groter toen we na afloop van de voorstelling van Hans en Rob hoorden dat ze niet alleen in de lift hadden gestaan. Meteen na hen was er een Engels echtpaar in de lift gestapt, en die man en vrouw keken elke keer dat de lift stopte weer wat chagrijniger. “They were not amused”, om het zo maar even te zeggen. En Rob en Hans maar neutraal kijken, terwijl die natuurlijk heel goed beseften wat er aan de hand was!
En eh… dokter Shareck…. je pillen hebben goed gewerkt hoor! Anders zou Melanie nooit die zes trappen naar beneden zijn gerend!
Melanies anti-Bush button leverde ook deze avond twee duidelijke reacties op. We hadden geen van beiden een horloge om, en terwijl we naar het theater liepen wilden we toch graag even weten hoe laat het precies was. Melanie draaide zich om naar een vrouw van middelbare leeftijd die op het trottoir naast haar op het groene licht stond te wachten. De vrouw bleek – zo zagen we op dat moment – een conventieganger te zijn, pro Bush dus. Ze schrok zich rot toen ze zo plotseling aangesproken werd door iemand van de ‘tegenpartij’; gelukkig had ze al snel door dat we geen slechte bedoelingen hadden en gaf ze vriendelijk antwoord op Melanies vraag.
Op het moment dat we het theater in liepen werden onze anti-Bush uitingen ook geregistreerd door een van de andere bezoekers. “Oh my God, they are everywhere!” zuchtte de vrouw. “He’s surely gonna lose this time…”. Maar helaas, op het moment dat ik dit reisverslag schrijf weten we dat onze missie niet is geslaagd….. Bush mag nog vier jaar verder regeren.
Met de tweede voorstelling van Rent sloten Melanie en ik ons bezoek aan New York op een geweldige wijze af. Onwetend van het feit dat Rob en Hans ondertussen verzeild waren geraakt in een heuse bommelding, compleet met ‘man in wit pak’ en dergelijke, vlak bij ons hotel. Loos alarm, uiteraard, maar toch weer iets dat je in Gerwen niet zo vlug mee zal maken!
 
Dag 21 en 22: vrijdag 3 september en zaterdag 4 september
New York  -  Amsterdam  -  Gerwen
De taxichauffeur die ons enkele dagen eerder van JFK Airport naar het hotel had gebracht, had bijna geen woord tegen ons gezegd. De taxichauffeur die ons nu naar de luchthaven terugbracht, had iets meer te vertellen. Geïnspireerd door onze anti-Bush stickers (ja, het wordt eentonig maar die dingen hebben toch écht veel reacties opgeleverd – ik heb ze niet eens allemaal beschreven), barstte hij los een in litanie waaraan tot aan het eindpunt van de rit geen einde meer kwam. “He’s pure evil” was nog wel zo’n beetje het meest complimenteuze dat hij over zijn president te vertellen had.
We kwamen ruimschoots op tijd op het vliegveld aan. Lang wachten. Rondhangen. Hapje eten. En dan toch eindelijk terug naar huis in een gloednieuw super de luxe vliegtuig van de KLM, met zoveel entertainment mogelijkheden aan boord dat we nog wel een keer op en neer hadden kunnen vliegen als we alles hadden willen uitproberen.
Zaterdagochtend landden we op Schiphol. Moe, maar wel veel minder moe dan na de andere vakanties toen we vanuit de westkust naar huis waren gevlogen. Met de eigen auto (dat was laag instappen!) reden we terug naar Gerwen. Helaas, de reis waar we een half jaar zo naar uit hadden gekeken was alweer verleden tijd!
 
Links Contact Disclaimer