Home Nationale ParkenBezienswaardighedenUpdate
1
Reisverslag - 2007
  Large Pictures
Inleiding

Elke keer als we een vakantie gaan plannen is de grote vraag:  welk gebied gaan we bezoeken! Ons hart ligt in zuid Utah en noord Arizona; we raken echt nooit uitgekeken op de ruige rotsformaties, de desolate woestijnlandschappen, de eenzame dirtroads… Maar toen we in mei 2006 – na een fantastische rondreis door ons favoriete gebied – weer thuiskwamen besloten we dat we toch ook eens iets anders moesten proberen. We waren nu immers al zes keer in Amerika geweest, en nog nooit hadden we het fameuze Yellowstone National Park gezien! Normaal gesproken reizen we het liefst zonder vooraf onze overnachtingen vast te leggen, zodat we – als we dat willen – makkelijk van de geplande route af kunnen wijken. Maar Yellowstone zonder te boeken, nee, dat leek ons geen goed idee. Dus al in juni 2006 hakten we de knoop door, en boekten we een cabin voor precies één jaar later. Het begin van onze vakantieplanning lag vast!
Maar toen de rest nog…. het bleek nog een hele puzzel te zijn om onze reis rond te krijgen. Badlands National Park was een absolute must, we wilden toch nog wat kale rotsen zien tijdens onze vakantie. Maar daardoor viel de staat Washington af, te ver rijden! Ook Colorado werd geschrapt… daar kunnen we tijdens een latere reis vast wel eens naar toe. En op het allerlaatste moment besloten we om ook Glacier National Park over te slaan, omdat de belangrijkste weg daar niet op tijd open zou gaan. Onze vertrekdatum 10 juni kwam (o zo langzaam) dichterbij, en eindelijk konden we onze koffers gaan pakken. Alleen voor Hans en mij deze keer, Rob en Melanie gingen niet mee.

 
De route

Dag   1 : Gerwen – Utrecht – Badhoevedorp
Dag   2 : Badhoevedorp – Amsterdam - New York Salt Lake City
Dag   3 : Salt Lake City – Grand Teton NP
Dag   4 : Grand Teton NP
Dag
   5 : Grand Teton NP – Yellowstone NP
Dag
  
6 : Yellowstone NP
Dag
   7 : Yellowstone NP – Chief Joseph Scenic Higway – Cody
Dag
  
8 : Cody (Powwow)
Dag
  
9 : Cody – Devils Tower National Monument – Spearfish
Dag
10 : Spearfish – Mount Rushmore – Custer State Park – Custer
Dag 11 :
Custer – Wind Cave NP – Crazy Horse Memorial – Custer State Park – Custer
Dag 12 :
Custer – Badlands NP – Interior
Dag 13 :
Interior – Badlands NP – Interior
Dag 14 :
Interior – Thedore Roosevelt NP (South Unit) – Medora
Dag 15 :
Medora – Theodore Roosevelt NP (South Unit / North Unit) – Watford City
Dag 16 : Watford City Makoshika State Park Laurel
Dag 17 : Laurel – Beartooth Highway – Yellowstone NP – Canyon Village
Dag 18 : Yellowstone NP
Dag 19 : Yellowstone NP
Dag 20 :
Yellowstone NP
Dag 21 :
Yellowstone NP
Dag 22 : Yellowstone NP – Salt Lake City
Dag 23 en 24 :  Salt Lake City – Cincinnati – Amsterdam - Gerwen

 
Dag 1: zaterdag 9 juni - Gerwen - Utrecht  - Badhoevedorp

De bedoeling was dat Rob ons op zondagochtend in alle vroegte naar Schiphol zou brengen. Maar hoe dichterbij de vertrekdatum kwam, hoe minder aantrekkelijk het idee werd om al om 3 uur ’s nachts op te staan. En toen ook nog duidelijk werd dat de A2 tussen Den Bosch en Utrecht afgesloten zou zijn, en we dus een heel stuk om zouden moeten rijden, besloten we om toch maar een dagje eerder te vertrekken. Even naar Utrecht waar we bij Melanie en haar vriend Marcel hebben gegeten, en daarna door naar het ETAP hotel in Badhoevedorp. Waar we roerend afscheid namen van zoon Rob, die tijdens onze vakantie het huis voor zichzelf (en zijn vrienden!) alleen zou hebben. “Rob, beste jongen,  zorg dat ons huis er nog bewoonbaar uit ziet als we weer thuiskomen…, dat de buren ons nog aankijken..., en dat onze auto nog heel is! En – het belangrijkste – geef de katten héél veel aaien namens ons!”

 
Dag 2: zondag 10 juni - Badhoevedorp - Schiphol - New York - Salt Lake City

’s Ochtends om zes uur – precies drie uur voordat ons vliegtuig zou vertrekken – stonden we bij de incheckbalie van Delta Airlines. De formaliteiten verliepen heel vlot, dus we hadden nog volop de tijd om even wat winkeltjes te kijken en even een glaasje sinaasappelsap te gaan drinken. Terwijl we in het restaurant stonden hoorde ik opeens mijn naam roepen… hé daar zat een oud-collega van het reisbureau waar ik tot 1999 heb gewerkt. Ze bleek daar nog steeds te werken, en ze begon vandaag aan een studiereis naar Griekenland. Leuk, zo’n onverwachte ontmoeting!
Met een uur vertraging vertrokken we uit Amsterdam. Geen probleem, we hadden immers een erg ruime overstap in New York. Dan hoefden we daar een uurtje minder lang rond te hangen. Tja, de piloot dacht daar anders over en trapte het gaspedaal onderweg flink in. Zodat we toch nog op de gewone tijd in New York aankwamen. Ruim vijf uur hebben we rondgehangen op de saaie terminal op JFK.... Tijd genoeg dus om even een broodje te gaan eten bij Burger King. De medewerksters daar waren vreselijk chagrijnig, er werd ongelooflijk over en weer gemopperd en voor ons hadden ze in eerste instantie helemaal geen aandacht. Nou ja, we wachtten maar even af toe ze wél tijd voor ons zouden hebben. © copyright hanz meulenbroeksEen van de dames besloot uiteindelijk om toch maar onze bestelling op te nemen…. ze draaide zich naar ons toe, verving haar boze blik door een brede glimlach en vroeg op ongelooflijk overdreven toon : “How can I help you…”. Het moment was zo komisch dat we direct in de lach schoten, ook de plastic glimlach van de dame in kwestie veranderde in een spontane lach. Op iemand met zoveel acteertalent kan je niet boos zijn, toch! Nadat we ons broodje op hadden zijn we langzaam aan richting de gate vertrokken. Waar we te horen kregen dat de vlucht overboekt was, er werd gevraagd wie vrijwillig zijn stoel af wilde staan, tegen een vergoeding van 500 Deltadollars (goed voor een volgende reis) en de hotelkosten. Leuk bedrag, maar wij wilden toch écht liever meteen door naar Salt Lake City. Ik vond het best nog even spannend, wie zou er van de vlucht worden gezet als er niet genoeg stoelen zouden zijn??, maar gelukkig…. wij mochten mee. Ruim na de geplande vertrektijd zaten we eindelijk in het vliegtuig. Maar wat duurde het vreselijk lang voordat we van de gate weg mochten taxien. En wat stond er een lange, lange rij vliegtuigen die nog voor ons op mochten stijgen. Hadden we die hotelovernachting maar geaccepteerd… dan waren we uiteindelijk niet eens zoveel later vanuit New York vertrokken, zo leek het.
Echt rustig was onze vlucht van New York naar Salt Lake City niet. En dat lag vooral aan de buurman van Hans, een grote brede en vooral heel luidruchtige kerel. Hij werkte in korte tijd vier alcoholische drankjes weg; de stewardess zei hem vervolgens dat hij er niet meer zou krijgen. Ach, het was verder geen vervelende man. Alleen heel erg ‘aanwezig’, met zijn doordringende lach. De comedy op tv was blijkbaar wel érg grappig.
Kort voor onze landing in Salt Lake City vlogen we over de Rocky Mountains. Een erg mooi moment, de besneeuwde bergtoppen werden prachtig verlicht door de laag staande zon en de bewolking maakte het plaatje helemaal compleet. In Salt Lake City haalden we eerst onze koffers op, en vervolgens onze auto. Een Nissan X-Terra, knalgeel! Met ‘ons Gele Monster’, zoals we de auto vanaf die eerste aanblik maar meteen zijn gaan noemen, reden we in het donker Salt Lake City in. Gelukkig was het maar een klein stukje naar ons hotel, de Quality Inn. Tien minuutjes rijden hooguit, en makkelijk te vinden. We waren blij toen we eindelijk op onze hotelkamer waren, het was toch wel een vermoeiende heenreis geweest. Even een korte douche, een mailtje naar huis, en daarna naar bed.

 
Dag 3: maandag 11 juni - Salt Lake City - Grand Teton National Park (422 mijl)

Na een niet al te lange maar wel heel goede nachtrust stonden we om 7.00 uur ’s ochtends weer fris en fruitig ons Gele Monster vol te laden. Nog even wat boodschappen doen, een koelbox en natuurlijk ook de inhoud daarvoor, en we konden op weg. Via Interstate 115 verlieten we Salt Lake City. Toen we de stad eenmaal achter ons hadden gelaten, een stemmig countrymuziekje op de radio, de snelweg vóór ons en de paarden in de uitgestrekte weiden daarnaast…. ja, toen sloeg het vakantiegevoel in alle hevigheid toe. Heerlijk, het voelde aan als ‘thuis komen’!
© copyright hanz meulenbroeksBij het plaatsje Logan verlieten we de Interstate, het is immers veel leuker om via een scenic route naar je bestemming te rijden. Toen we – gerekend vanaf ons hotel – zo’n 100 mijl achter de rug hadden werd de omgeving echt heel mooi. We reden tussen prachtige rotswanden door, met naast de weg een rivier en diverse picknickplaatsen. Even later bereikten we Bear Lake, maar de omgeving daar sprak ons minder aan. Op een of andere manier deed het niet echt Amerikaans aan, het had net zo goed Frankrijk kunnen zijn, om maar een voorbeeld te noemen. Leuk voor watersporters, maar verder absoluut niet boeiend. We waren het meer nog maar nauwelijks voorbij, of we moesten onze mening al weer flink aanpassen. Dankzij de kleine plaatsen die net ten noorden van Bear Lake liggen, met namen als St. Charles en Bloomington, maakte Highway 89 de titel “scenic route” voor ons weer helemaal waar. Niet omdat de natuur daar bijzonder is, integendeel zelfs, maar het was juist de sfeer van de plaatsjes die ons trof. Echt van die kleine Amerikaanse gehuchten, met van die vervallen huizen en schuren waar we zo’n zwak voor hebben.
Even was er een kort oponthoud in verband met wegwerkzaamheden. Een stoere wegwerker liet ons stoppen en vertelde dat er even verderop een tolbrug zou komen. “
Just kidding…” voegde hij er direct aan toe. Toen hij merkte dat we wel gecharmeerd waren van zijn helm, in de kleuren van de Amerikaanse vlag, mochten we hem nog wel even fotograferen. Mooi plaatje voor ons reisverslag, toch! Voorbij de plaats Afton, in Wyoming, werd de omgeving weer erg mooi. We reden door een mooi rotslandschap langs Snake River, en voor ons zagen we de eerste bergen van de Teton Range verschijnen. Boven ons zag het er echter minder mooi uit; de bewolking werd alsmaar donkerder en dreigender, en op verschillende plekken rondom regende het. Maar toch.. het was nog steeds droog toen we de Signal Mountain Lodge in Grand Teton National Park bereikten.
© copyright hanz meulenbroeksDe cabin die we voor twee nachten hadden gereserveerd beviel ons prima.
Het was netjes, ruim genoeg voor ons tweeën, en het gaf een heerlijk vakantiegevoel. Vooral ook omdat we vanaf onze veranda Jackson Lake zagen liggen. We hadden nog tijd genoeg om even het park in te gaan, we kozen ervoor om Jenny Lake te gaan bekijken. Op dat moment besloten de weergoden om ons in de steek te laten…. het was grauw en grijs toen we bij onze cabin wegreden en op het moment dat we Jenny Lake Overlook bereikten regende het. En ja, zo’n bergmeer verliest toch veel van z’n charme onder zulke omstandigheden. We zijn nog wel een klein stukje van de parkeerplaats weggewandeld, er liggen langs de oever van het meer een paar mooie fotoplekjes, maar de foto’s die we daar gemaakt hebben zien er maar somber uit. We hielden het dan ook al gauw voor gezien, en besloten door te rijden naar Colter Bay waar we even wat tijd hebben doorgebracht in het Visitor Center en het kleine maar mooie Indian Arts Museum. Eenmaal terug in onze cabin ging Hans de foto’s die we hadden gemaakt overzetten naar de laptop. Ik hoorde hem mopperen…. blijkbaar ging er iets niet helemaal naar wens. Het probleem was een storend vlekje dat op elke foto precies op dezelfde plek zichtbaar was. Balen, dus! De lens werd gepoetst, er werden nieuwe foto’s gemaakt, maar helaas… het vlekje bleef hardnekkig zitten. In een opwelling besloot Hans naar Jackson te rijden, net ten zuiden van het park, in de hoop daar een fotozaak te vinden waar hij schoonmaakspullen voor zijn camera zou kunnen kopen. En in de hoop dat die zaak dan ook nog open zou zijn… als hij geluk had zou hij er nog voor 9 uur ’s avonds kunnen zijn. Op de kaart lijkt de afstand van de Signal Mountain Lodge naar Jackson misschien niet zo groot, maar toen ik daar in onze cabin een boek lag te lezen duurde het toch wel héél erg lang voordat hij weer terug was. Ik lag me al wat ongerust te maken. Tijdens de vakanties ben ik net een wandelende reisgids, maar Hans bemoeit zich nooit met de routes ed. Ik hoopte maar dat hij de weg terug zou kunnen vinden. Uiteindelijk kwam hij dan toch weer terug…. ik blij… Hans wat minder blij want de hele rit was toch voor niets geweest. Hij had wel een fotozaak gevonden, maar die was al gesloten. Er zat dan ook niets anders om dan om ‘het vlekje’ voorlopig maar even met Photoshop te lijf te gaan.

 
Dag 4: dinsdag 12 juni - Grand Teton National Park (103 mijl)

© copyright hanz meulenbroeks’s Nachts werden we twee keer wakker. Een keer van een harde regenbui, en een keer van een harde regenbui met onweer! Dus toen ’s ochtends om half vijf (!) de wekker afliep, keek Hans eerst maar eens even heel argwanend naar buiten. Het bleek droog te zijn, dus hij was onverbiddelijk…. ik moest mijn lekkere warme bed uit. We hadden immers afgesproken om tijdens deze vakantie regelmatig heel vroeg op te staan. En zo zaten we al een paar minuten na vijf uur bibberend van de kou in ons Gele Monster. Door de regenval van de afgelopen nacht was het erg vochtig, en dat veroorzaakte flink wat mist. Prachtig om te zien… zeker toen er in die mistbanken ook nog herten voor ons verschenen. En een stukje verderop een kudde bizons. Ons doel op deze vroege ochtend was de Snake River Overlook, waar mooie zonsopgangfoto’s gemaakt kunnen worden. Op het moment dat we daar aankwamen zag het er veelbelovend uit…. de bocht in de rivier was prima zichtbaar, en de mist die boven het water hing maakte het allemaal nog veel mooier. Maar helaas werd het in een snel tempo veel mistiger, en daar ging ons mooie plaatje. Op het moment dat de zon de toppen van de Teton Range in het licht zette, was in het dal alleen nog maar een dikke laag mist te zien.
© copyright hanz meulenbroeksWe bezochten nog twee andere uitkijkpunten. De eerste daarvan, Teton Point Overlook, ligt direct aan de weg. Voor het tweede uitkijkpunt, Schwabacher Landing, moesten we een stukje steil omlaag rijden via een onverharde zijweg. Aan het einde van die weg parkeerden we de auto, en gingen we te voet verder richting de rivier. Het was schitterend daar! De bomen in het stilstaande water waren omgeven door nog een beetje mist; er was een beverdam en we zagen zelfs een bever zwemmen. Het gebied was een beetje moerassig, het kreeg daardoor een mystieke sfeer. Na een klein stukje lopen bereikten we de plek die we al vaak op foto’s hadden gezien; vanwege de mist was de bekende weerspiegeling van de bergtoppen in het water echter niet aanwezig. Maar de mist trok langzaam maar zeker weg…. we hadden genoeg tijd om even af te wachten. Ons geduld werd ruimschoots beloond, de bergtoppen werden steeds duidelijker zichtbaar in het water. Prachtig! En ook de rest van deze omgeving was geweldig; van de plekken die wij in Grand Teton National Park hebben bezocht kunnen we vol overtuiging zeggen dat Schwabacher Landing de mooiste is! © copyright hanz meulenbroeksNiet ver van Schwabacher Landing vandaan ontdekten we nog een fotogeniek plekje: Moulton’s South Barn aan Mormon Row. En vervolgens reden we ook nog naar de Chapel of Transfiguration, het kerkje waar je door een raam achter het altaar de Teton Range kan zien. Onze fleecejacks, die we ’s ochtends om vijf uur nog heel hard nodig hadden, lagen inmiddels achter in de auto. De zon scheen volop, en de kou van vanmorgen had plaats gemaakt voor heerlijke temperaturen.
We maakten even een kleine omweg naar Jackson – daar waren we nu immers toch al vlakbij – waar we in de fotozaak iets wilden kopen om de fotocamera schoon te maken. Maar helaas had de winkel niets bruikbaars voor ons in de aanbieding. En dus begonnen we ’s middags noodgedwongen mét het beruchte vlekje op onze camera aan de eerste trail van onze vakantie, die naar Hidden Falls en Inspiration Point. Via een langzaam stijgend pad liepen we door een mooi bosgebied, met naast ons een snel stromend beekje vol met rotsen. © copyright hanz meulenbroeksHet eerste doel was de waterval Hidden Falls, die ondanks z’n naam toch wel heel makkelijk te vinden was. Daarna weer wat verder omhoog, totdat we een punt bereikten vanwaar we een mooi uitzicht hadden over Jenny Lake. Eerst dacht ik dat dat Inspiration Point al was, maar toen we wat beter om ons heen keken zagen we dat we via een rotsrichel nog flink wat verder omhoog konden. Die richel was breed genoeg, het was dan ook niet moeilijk om naar boven te klimmen. We moesten soms wel even plaats maken om mensen die naar beneden wilden te laten passeren. Na deze klim waren we dan toch écht op Inspiration Point, op een hoogte van 7.200 feet (2.195 meter). We besloten om nog een stukje verder te lopen, via de Cascade Canyon Trail. Het was nog steeds bergopwaarts, maar absoluut niet steil dus heel goed te doen. Opnieuw zagen we een prachtig snelstromend beekje, en ook waren vanaf dit deel van de trail de pieken van de Teton Range tussen de bomen door zichtbaar. Toen we onze voeten begonnen te voelen zijn we weer omgedraaid, we moesten immers dat hele stuk ook weer terug. Eenmaal terug bij de oever van Jenny Lake moesten we nog wel een hele tijd wachten totdat we met de boot terug konden naar de parkeerplaats – het was erg druk en pas op het vijfde of zesde bootje was plaats voor ons.
We dachten dat we tijdens ons bezoek aan Grand Teton National Park geen gelegenheid zouden hebben om onze laptop aan te sluiten op internet. Maar wat bleek… we konden zomaar gratis online bij de receptie van de Signal Mountain Lodge. Daar was ik toch wel blij mee, want net vandaag verwachtten we wat belangrijke medische nieuwtjes en sollicitatieverhalen van enkele familieleden. Gelukkig was Melanie in het verre Nederland ook online, dus we waren meteen weer op de hoogte van wat er allemaal speelde aan het thuisfront. Daarna nog even eten, foto’s overzetten, en lekker lui een boek lezen (héérlijk, daar kom ik thuis nou nooit aan toe!). En daarna vroeg naar bed… de volgende ochtend zou de wekker weer onbarmhartig vroeg aflopen.

 
Dag 5: woensdag 13 juni - Grand Teton NP – Yellowstone NP (134 mijl)

Op het moment dat je die lekkere warme deken van je af moet slaan denk je echt…. waar ben ik toch mee bezig!! Maar als je dan ’s ochtends om vijf uur door het nog doodstille park rijdt en de herten en de bizons ziet, dan maakt dat meteen weer heel veel goed. We zijn vrij lang bij Oxbow Bend blijven rondhangen, we zijn er op verschillende plekken een stuk door het struikgewas naar beneden gelopen. Het leek ons wel een gebied waar je een moose tegen zou kunnen komen, zo bij het water en tussen de begroeiing. Maar nee hoor, geen moose te zien. © copyright hanz meulenbroeksWel een pelikaan die we al van verre aan zagen komen vliegen en die helemaal naar de andere kant van het water ging. Ook mooi! Toen we terug waren bij de auto liep daar een man met een dure fotocamera rond. Hij struikelde over een stoeprand en het scheelde echt maar héél weinig of hij was lelijk onderuit gegaan. Hans schrok zich rot: “Shit, die camera valt bijna kapot!” “Maar dat die man zich flink had kunnen bezeren is zeker niet zo belangrijk?” vroeg ik. Tja, daar bleek hij niet eens aan gedacht te hebben. “Eigenlijk zou ik me moeten schamen..”, reageerde Hans op m’n opmerking… “maar, eh, dat doe ik niet…”
Van Oxbow Bend reden we terug naar onze cabin; onderweg stopten we nog een paar keer om een groepje herten over te laten steken, een overvliegende pelikaan te bekijken, en om een lieflijk vennetje dat helemaal bedekt was door waterplanten te fotograferen. Nadat we onze bagage in de auto hadden geladen en waren uitgecheckt, was het tijd om dit mooie park te gaan verlaten. Terwijl we in noordelijke richting reden zagen we dat er veel mensen waren gestopt op de parkeerplaats van Willow Flats Overlook. Natuurlijk stopten we ook even; in de verte waren een paar herten zichtbaar, maar de afstand was zo groot dat het niet mogelijk was om ze te fotograferen. Het gebied verder inlopen was niet mogelijk, het was afgezet met een geel lint en door middel van bordjes werd gewaarschuwd voor “Bear Activity”. © copyright hanz meulenbroeksIk ging er van uit dat er dus onlangs beren waren gezien; pas enkele dagen later kwamen we er dankzij het AllesAmerika forum achter dat de reden van de afzetting heel wat ernstiger was. Er was die ochtend een man gewond geraakt doordat een beer hem had aangevallen. Ik schrok best even van dat berichtje, we waren immers op het bewuste tijdstip, 6 uur ’s ochtends, daar niet ver vandaan geweest.
Grand Teton National Park en Yellowstone National Park liggen vlak bij elkaar. Dus na een korte rit stonden we al bij de ingang van Yellowstone. De Ranger die ons pasje controleerde vreesde dat we niet veel wildlife zouden zien tijdens ons bezoek aan het park. Alle dieren zouden op de vlucht slaan als ze onze opvallend gele auto zouden zien, lachte hij! Met een mooie diepe canyon en de Lewis River direct naast de weg, reden we verder het park in; de kleine waterval Lewis Falls bleek een aardige fotostop te zijn. We zagen veel verbrande bomen met jonge bomen die daartussen tot groei kwamen; iets dat we later nog op veel meer plekken in Yellowstone zouden tegenkomen. Vaak de gevolgen van de enorme brand die in 1988 in het park heeft gewoed.© copyright hanz meulenbroeks In verband met onze overnachtingsplaats besloten we om ons eerst maar eens op het westelijke deel van het park te richten; daar zijn vooral veel thermische basins te vinden. Voordat we die bereikten bekeken we nog het kleine Isa Lake en de 38 meter hoge waterval Kepler Cascades; die allebei direct naast de weg te vinden zijn.
Het leek ons geen goed idee om zo midden op de dag al naar de bekende Old Faithful geiser te gaan; we hadden geen zin om samen met massa’s andere toeristen om een parkeerplekje te moeten vechten. Dus kozen we er voor om een paar kleinere geiserbasins te gaan bekijken, Black Sand Basin was als eerste aan de beurt. We waren meteen onder de indruk van al het moois dat we daar zagen, ongelooflijk dat in de natuur zomaar spontaan zoiets aparts kan ontstaan. Het waren vooral de vele kleuren die indruk op ons maakten; Emerald Pool met die brede gele rand en het groene water waar je diep in kon kijken, een mooi beekje met roodbruine oevers, de intens lichtblauwe Rainbow Pool. Een daartussen stond de kleine Cliff Geyser vrolijk te borrelen en zo nu en dan wat heet water omhoog te spuiten. Dankzij de boardwalk konden we het hele gebied goed bekijken. Alleen hadden we in eerste instantie niet in de gaten dat we de allermooiste poel van dit basin zomaar over hadden geslagen; gelukkig zag Hans toen we weer wegreden nog net de schitterende Opalescent Pool liggen. Die is vooral fotogeniek omdat er dode bomen rondom staan, wat een erg mooie combinatie oplevert. Het tweede thermische basin dat we bezochten heet Biscuit Basin; hier was het vooral de kristalheldere Sapphire Pool die ons erg goed beviel.
In het Midway Geyser Basin liggen een paar enorme heetwaterbronnen, waarvan Grand Prismatic met z’n diameter van 110 meter de grootste is. Zoals we van te voren al hadden verwacht bleek het onmogelijk te zijn om die grote poelen in hun geheel op de foto te krijgen. © copyright hanz meulenbroeksEr kwam ontzettend veel stoom naar boven overal, we hadden handdoeken meegenomen om onze fototoestellen daartegen te beschermen. Steeds als er nét even wat minder stoom was moesten we vlug onze plaatjes schieten…. snel, voordat alle mooie kleuren weer aan het oog onttrokken werden. Toen we naar de auto toeliepen begon m’n lijf te protesteren…. mijn rug deed zeer, mijn voeten waren moe, ik had het erg warm…. Niet gek natuurlijk, als je bedacht dat we al vanaf 5 uur ’s ochtends op pad waren. En stiekem toch heel wat meters hadden afgelegd, ook al hadden we dan geen ‘echte’ trail gelopen. We besloten dan ook dat we direct door zouden rijden naar West Yellowstone, waar we al een hotelkamer hadden gereserveerd. Toch maakten we nog twee korte stops, de kudde bizons links van de weg stond er té mooi bij om zomaar voorbij te rijden. Ze stonden in een wei tussen dode bomen in. De meeste beesten stonden rustig wat te grazen, maar één bizon had blijkbaar wat behoefte aan actie en rolde wild rond in het zand, waarbij de stofwolken flink opvlogen. Toen hij weer op z’n poten stond viel hij meteen agressief uit naar z’n soortgenoten die iets te dichtbij stonden naar z’n zin…. die gingen er snel vandoor, waarna de rust terugkeerde. Even later herhaalde het hele tafereel zich, ik vond het heel boeiend om dat te bekijken. Ook onze tweede stop betrof een groep bizons; die had een nóg mooier plekje gevonden aan de Gibbon River. Nadat we ook hier een tijdje hadden zitten kijken was het toch echt tijd geworden om naar het hotel in West Yellowstone te rijden, waar we de komende twee nachten zouden blijven.

 
Dag 6: donderdag 14 juni - Yellowstone National Park (123 mijl)

© copyright hanz meulenbroeks’s Ochtends om ongeveer half zeven reden we de parkeerplaats bij Old Faithful op. Plek zat! Maar eh… hoe laat zou die geiser nou eigenlijk gaan spuiten?? Het nadeel van ons vroege tijdstip werd al snel duidelijk, het Visitor Center was nog niet open en dus hadden we geen overzicht van de tijden waarop de meest betrouwbare geisers geacht werden uit te barsten. Tja, hadden we nu wel of niet voldoende tijd om nog de halve mijl naar het hoog gelegen uitkijkpunt Observation Point te lopen? We besloten de gok maar te wagen, en we begonnen vol goede moed aan de korte maar wel vrij steile klim. © copyright hanz meulenbroeksVanaf de top van de heuvel hadden we een mooi uitzicht over het complete geiserbasin. En we hadden geluk; we waren zowat een kwartier boven toen Old Faithful deed waarvoor we gekomen waren. Als je in Yellowstone bent schijn je dat toch een keer meegemaakt te moeten hebben, maar echt heel spectaculair vonden we het niet.
In het inmiddels geopende Visitor Center gingen we even kijken welke andere geisers we op de planning konden zetten. Er zijn zes geisers waarvan de tijd van de uitbarsting min of meer kan worden voorspeld; al is de tijdsmarge bij sommigen daarvan maar liefst vier uur.
Dat had ik overigens niet meteen door. Op het bordje staat bijvoorbeeld: “Great Fountain Geyser within 2 hours from 12.30 pm”. Ik dacht dus dat dat inhield dat de uitbarsting van de Great Fountain Geiser werd verwacht tussen half 1 en half 3 ’s middags. Maar wat er dus écht werd bedoeld was: niet eerder dan twee uur voor, en niet later dan twee uur na half 1 ’s middags. Ik schreef braaf de tijden over op een briefje, en vervolgens liepen we in snel tempo naar Daisy Geyser toe. Daar zouden we net op tijd kunnen zijn, dacht ik. En we waren ook mooi op tijd… al was dat dus meer geluk dan wijsheid. Ik ging immers nog steeds van de verkeerde tijdsmarge uit.
Bij Daisy zat al een groepje mensen te wachten, en onder hen bevond zich een man die – puur uit hobby – enkele weken in het park bleef om de geisers te observeren. Van alle uitbarstingen waarvan hij getuige was gaf hij het tijdstip per portofoon door; onmisbare informatie natuurlijk voor de Rangers die dat lijstje met de verwachte tijden moeten samenstellen. Het was heel handig hoor, om zo’n kenner in de buurt te hebben. Zo wisten we vanaf welke plek we de geiser het beste konden fotograferen, en ook hoe lang de uitbarsting zou duren. © copyright hanz meulenbroeksHet waaide nogal hard, en de man voorspelde dat de uitbarsting daarom best nog wel even op zich zou laten wachten. Daisy houdt niet van wind, zo legde hij uit. En ja, hij had helemaal gelijk. We zaten best al een tijdje lekker op een bankje in de zon voordat Daisy begon te spuiten. Het was wel een mooie uitbarsting, vooral omdat het water schuin omhoog gaat, in plaats van recht omhoog. We hadden volop de tijd om foto’s te maken, de uitbarsting duurde vele minuten lang.
Dankzij de vriendelijke man wisten we ook dat we genoeg tijd hadden om naar Riverside Geyser te lopen. Ook deze geiser, zo verwachtte hij, zou waarschijnlijk pas binnen het laatste stukje van het ‘timeframe’ tot uitbarsting gaan komen. Riverside Geyser ligt heel erg mooi aan de oever van de Firehole River; terwijl we daar op de uitbarsting zaten te wachten werd het erg warm… er was geen schaduw te bekennen dus we moesten ons flink insmeren. Zodat we niet nog meer zouden verbranden…. gisteren was het wat dat betreft al flink mis gegaan! Riverside Geyser is behoorlijk populair, er kwamen alsmaar meer mensen aanlopen die ook getuige wilden zijn van de uitbarsting.
© copyright hanz meulenbroeksEén gezin bleef een minuut of vijf wachten, en liep toen alweer weg. Onze vrijwilliger sprak hen aan, het zou echt niet lang meer duren, zei hij. Maar de vader van het gezin gaf aan dat hij dan de uitbarsting van Old Faithful zou missen. De vrijwilliger probeerde hem op andere gedachten te brengen, Riverside Geyser doet ’t immers maar drie maal per dag, terwijl je Old Faithful maar liefst 15 of 16 keer per dag in actie kan zien. Maar nee, dit argument maakte geen indruk, en het gezin liep nu echt weg. De vrijwilliger zei het niet hardop, maar zijn gezicht sprak boekdelen…. dom, dom, dom!! En hij had natuurlijk helemaal gelijk, de uitbarsting van Riverside Geyser is veel mooier dan die van Old Faithful.
Vroeger zou de Morning Glory Pool een van de mooiste heetwaterbronnen in het basin zijn geweest maar, zo had ik al op verschillende plaatsen gelezen, als gevolg van vandalisme zou de bron veel van z’n schoonheid hebben verloren.
Nou, wij vonden het ook nu nog een van de mooiste plekjes; als dit al ‘minder mooi’ was dan moet het vroeger toch echt fantastisch zijn geweest! We kwamen nog veel andere geisers en heetwaterpoelen tegen. Zoals Grotto Geyser; die zagen we niet uitbarsten, maar de grillig gevormde kegel was ook al erg mooi om te zien. En Chromatic Pool, Wave Spring, de kegel van Giant Geyser en nog veel meer. We hadden nog lang niet alles gezien, maar toch besloten we op gegeven moment dat het nu wel even genoeg was geweest. De redenen: zere voeten, honger én Great Fountain Geyser. Dat laatste moet ik even uitleggen. Great Fountain Geyser is een van de meest spectaculaire geisers in Yellowstone; het water kan hier wel een hoogte van 60 meter bereiken. De kans om deze geiser in actie te zien is echter niet zo groot, de geiser spuit maar 1x per 10 uur en ligt niet in een van de grote basins, maar op een afgelegen plek aan een zijweg. We wisten – dankzij de informatie in het Visitor Center – dat ergens gedurende de komende 4 uren een uitbarsting werd verwacht. En we wilden toch in elk geval wel een poging wagen om net op het goede tijdstip daar te zijn. Dus braken we ons bezoek aan de Old Faithful Area af, en reden we naar de Firehole Lake Drive. We wisten nog niet zeker of we echt wel vier uur zouden willen wachten daar, maar ach, eerst maar eens even picknicken en daarna zouden we wel besluiten wat we verder zouden doen.
Aan het begin van de Firehole Lake Drive © copyright hanz meulenbroeksontdekten we nog een minder bekend juweeltje: de erg mooie Firehole Spring. Deze heetwaterbron heeft prachtige kleuren, en in het heldere water zagen we elke keer van onderuit een mooie ‘blob’ naar de oppervlakte komen. We durfden niet te lang daar te blijven; het zou toch wel heel jammer zijn als we net de uitbarsting van Great Fountain Geyser zouden missen. Een paar minuten later bereikten we de juiste plek; de geiser lag nog te slapen dus we hadden nog niets gemist. En ook toen we onze boterhammen op hadden was er nog geen activiteit te ontdekken. Tja, wat nu? Even waren we heel besluitloos; we wilden die uitbarsting graag zien, maar om daar nou echt urenlang op te moeten wachten… tja….. Zonder een beslissing te nemen bleven we nog wat rondhangen. Het was Great Fountain Geyser zelf voor ons de knoop doorhakte: de uitbarsting begon! Het bleek geen continue uitbarsting te zijn; de geiser leek elke keer tot rust te komen, maar begon dan weer opnieuw te spuiten. De uitbarsting was heel krachtig, maar toch… je voelde gewoonweg dat er nog meer potentiële kracht in zat. Dus elke keer als de geiser opnieuw begon voelde je een bepaalde spanning… zou dan nu die ‘superblast’ komen?? Nee helaas, geen superblast deze keer. Puur toevallig waren we nog wel getuige van een andere geiseruitbarsting, op de achtergrond zagen we White Dome Geyser spuiten. Terwijl we bij Great Fountain Geyser rondhingen, sloeg het weer echt helemaal om. ’s Ochtends hadden we nog in de felle zon gezeten, maar nu ging de zon helemaal schuil achter zware, donkere wolken. Het begon ook nog te regenen. Omdat we inmiddels ook wel even een overdosis geisers en heetwaterbronnen achter de rug hadden besloten we de middag maar even op een heel andere manier door te brengen, we gingen wat winkels bekijken. Eerst in het park zelf, later ook nog even in West Yellowstone. We kochten een vissershoedje voor mij en een basebalcap voor Hans. Zodat mijn nek en oren en Hans z’n enigszins kale kop wat beter tegen de zon beschermd zouden worden, de komende dagen.

 
Dag 7: vrijdag 15 juni - Yellowstone National Park – Chief Joseph Scenic Highway – Cody (217 mijl)

Het was al bijna half 8 toen we bij ons hotel in West Yellowstone vertrokken. Ruim een uur en een mooie rit later bereikten we Mammoth Hot Springs, in het noordwesten van het park. De terrassen die we daar gingen bekijken bestaan uit kalksteen dat door het overstromende water van heetwaterbronnen naar de oppervlakte wordt gebracht, de prachtige kleuren worden veroorzaakt door algen en bacteriën die in het water leven. © copyright hanz meulenbroeksWe hadden al in diverse reisverslagen gelezen dat sommige terrassen er niet meer zo mooi uitzien. Dat komt omdat de bronnen soms droog komen te staan, en als er geen water meer over de terrassen stroomt verliezen ze hun kleur. Bij het eerste terras dat we zagen, Jupiter Terrace genaamd, konden we al goed zien hoeveel verschil dat veroorzaakt. Het middelste gedeelte van dit terras had mooie donkerbruine en lichtbruine tinten, maar de zijkanten waren somber grijs. Via een boardwalk liepen we een heel stuk naar boven, en aan het einde van het houten wandelpad kwamen we bij Canary Spring terecht, op dit moment absoluut het mooiste gedeelte van Mammoth Hot Springs. We zagen daar een prachtig gevormd terras in schitterende bruine en witte tinten, met zwart geblakerde boomstammen ertussen. Wat een verschil met Minerva Terrace! Nog niet zo lang geleden was dat dé blikvanger van dit gebied, maar nu is het alleen nog maar een troosteloze grijze massa. Nadat we ons rondje door dit deel van Mammoth Hot Springs hadden gelopen, stapten we weer in de auto en reden we een klein stukje terug naar het zuiden. Even lekker lui vanuit de auto het tweede deel van dit gebied bekijken, via de Upper Terrace Drive. Dat bleek een hele smalle weg te zijn, het was maar goed dat er eenrichtingsverkeer geldt! Een korte maar wel mooie route, met nog een paar aardige bezienswaardigheden direct naast de weg. Vooral Orange Spring Mound en Angel Terrace waren mooi.
© copyright henriette meulenbroeksWij hebben dus echt een dirtroad-tic! Wat is er nu fijner dan rondrijden in een mooie omgeving over zo’n stoffige weg, terwijl er verder geen levende ziel te bekennen is! Na het drukke Mammoth Hot Springs hadden we echt even behoefte aan zo’n toeristenvrij plekje, dus we besloten om de onverharde Old Gardiner Road te gaan rijden. Het viel alleen nog niet mee om de weg te vinden, het begin ervan bleek verstopt te liggen achter het Mammoth Hot Springs Hotel. Het was een goede keuze, even heerlijk ‘alleen op de wereld’, met weidse uitzichten waar we volop van hebben genoten. Geen wildlife helaas, daar hadden we eigenlijk wel een beetje op gehoopt. Het was maar een korte rit, na vier mijl bereikten we de verharde weg alweer. Via die weg reden we terug richting Mammoth; op de kaart zag ik dat er halverwege een picknickplaats aangegeven stond en we besloten om daar maar eens even lekker te gaan eten. Maar die picknickplaats bleek nog wat beter verstopt te liggen dan het begin van de Old Gardiner Road, we konden de juiste plek niet vinden. Ach, geen nood, dan maken we toch onze eigen picknickplaats. We parkeerden de auto bij het begin van de Boiling River Trail, pakten onze grootste badhanddoek (die met de Amerikaanse vlag, lekker in stijl!) om op te gaan zitten, en natuurlijk sjouwden we ook de koelbox mee. De zandbank aan de oever van de Gardner River bleek een perfecte picknickplaats te zijn. Een halve mijl van onze geimproviseerde picknickplaats vandaan vermengt het water van de heetwaterbron Boiling River zich met het koude water van de Gardner River, en daardoor is een plekje ontstaan waar de temperatuur van het water precies goed is om in te zwemmen. We zijn daar even naar toe gelopen; in het begin vond ik de trail heel mooi, het pad ligt direct naast het water en je loopt er tussen de bomen door. Even verder werd de omgeving wat kaler, en daardoor ook wat minder interessant. We bereikten Boiling River al snel; er zat inderdaad een groep mensen lekker in het water. © copyright hanz meulenbroeksOfficieel is hier het einde van de trail, maar het pad liep gewoon verder en wij dus ook. Waardoor we nog een mooi rotsachtig gedeelte van de Gardner River hebben kunnen zien. Op de terugweg wilde Hans (voor de Yellowstone pagina van onze site) nog even een foto nemen van het gedeelte waar je mag zwemmen; net op dat moment liep er een man in onze richting die daardoor nogal prominent in beeld zou komen. Een jaar of zestig, bloot bovenlichaam, blote benen, buikje, handdoek om z’n middel geknoopt…. Da’s geen gezicht voor op de site, besloot Hans, en hij maakte de foto dus niet. Hmmm, zou hij ook zo gereageerd hebben als het een mooie jongedame in bikini zou zijn geweest??
Onze bestemming vandaag was de plaats Cody, we hadden nog een hele rit voor de boeg. We reden via Roosevelt en Lamar Valley, echt bear county dus. Maar ons Gele Monster leek het wildlife écht af te schrikken, er was helaas geen beer te zien. Nadat we Yellowstone achter ons hadden gelaten ging het verder via de Chief Joseph Scenic Byway. Niet heel spectaculair, maar wel een mooie, afwisselende route die ons prima beviel. Er kwamen flink wat hoogteverschillen op de weg voor; het hoogste punt is de ruim
2.400 meter hoge Dead Indian Pass. Er stond een ijzig koude wind daar boven op de pas, wat was ik blij dat mijn fleecejack dus écht winddicht bleek te zijn. De temperatuurverschillen waren erg groot, want bij het eerstvolgende uitkijkpunt konden we alweer in een t-shirt rondlopen. Het laatste stukje van de route deed me aan Utah denken, veel rood gekleurde rotsen die schuin in het landschap stonden.
In de namiddag hebben we Cody nog even bekeken. Geen echt boeiend plaatsje, was ons oordeel. Geen leuke winkels, en de shoot-out van de Cody Gunfighters bij het Irma Hotel kon ons ook niet echt boeien. We hebben daarom maar snel onze motelkamer opgezocht, even lekker het boek uitlezen dat ik van Melanie had geleend. Ze had me al gewaarschuwd dat ik “Komt een vrouw bij de dokter” van Kluun echt niet in het vliegtuig moest lezen, en ja hoor, ze kent me!! Ik heb heel wat zakdoekjes nodig gehad bij dat laatste hoofdstuk!

 
Dag 8: zaterdag 16 juni - powwow in Cody (4 mijl)

© copyright hanz meulenbroeksVoor vandaag hadden we twee dingen op de planning staan; we wilden de jaarlijkse Powwow bijwonen (een ceremonieel dansfeest van de Native Americans) en daarna zouden we het Buffalo Bill Historical Center gaan bezoeken. Vooral naar de Powwow was ik erg benieuwd; het is zo compleet anders dan de dingen die we normaal gesproken tijdens onze vakantie doen, en ik had absoluut geen idee of dit wel iets voor ons zou zijn. Omdat we verwachtten dat het best wel eens druk zou kunnen zijn in Cody, vanwege die Powwow dus, hadden we al maanden geleden een motelkamer gereserveerd. En laat nou die Sunrise Motor Inn pal naast de Robbie Powwow Garden liggen! Puur toeval hoor, daar hadden we het motel echt niet op uitgezocht. Vanaf een uur of 10 ’s ochtends begon het best al druk te worden, en om half 11 besloten wij ook maar eens een plekje op het terrein uit te gaan zoeken. Het publiek kan plaatsnemen op schuin omhoog lopende kanten van gras; sommige mensen hadden zelf stoelen meegenomen, anderen hadden een plaatsje op een van banken daar bemachtigd, maar de meeste bezoekers zaten gewoon op het gras zelf. In het midden is een rond terrein dat wordt begrensd door een betonnen rand, dat was dus de plek waar de dansen zouden gaan plaatsvinden. © copyright hanz meulenbroeksEen ding was wel wat jammer; de Indianenfamilies die aan het festijn deelnamen zaten allemaal onder partytenten die net binnen die betonnen rand waren geplaatst, en daardoor had de rest van het publiek eigenlijk nergens meer vrij zicht op het dansterrein. Terwijl we zaten te wachten op het begin van het dansfeest, kon ik mooi even het informatieboekje doornemen dat we bij de ingang hadden gekocht. Even een paar feiten daaruit:  Vroeger bestond er bij de verschillende indianenstammen een grote verscheidenheid aan ceremoniële en sociale danstradities. De krijgers werden geëerd, en de dansen brachten bescherming voor de leden van de stam. Aan het begin van de vorige eeuw werden de traditionele dansen door de blanke Amerikaanse regering verboden, en de Native Americans werden zo gedwongen om hun ceremonies in het geheim te gaan organiseren. In 1933 werd het verbod opgeheven, en daarna begon langzaam weer de opleving van de traditie in het openbaar. De danstradities kregen een nieuwe betekenis tijdens de Tweede Wereldoorlog, de Indiaanse soldaten die tijdens die oorlog hadden meegevochten werden door hun volk geëerd tijdens dansfeesten die “Homecoming Dances” werden genoemd. © copyright hanz meulenbroeksLater werden hier andere elementen toegevoegd, zoals het eren van de ouderen, en het opnieuw in het openbare leven opnemen van families die een periode van rouw hadden doorgemaakt. Tot aan 1950 werd de benaming Powwow alleen gebruikt op de Southern Plains, later gingen ook stammen zoals de Sioux, Crow en Blackfeet de naam Powwow gebruiken. Tot in de jaren ’80 werden Powwows bijna uitsluitend in Indianenreservaten gehouden, maar tegenwoordig vinden ze vrijwel overal in het land plaats. De Powwow is nu niet alleen meer een sociale bijeenkomst voor de Native Americans, het is ook een culturele gebeurtenis geworden. Het hoofddoel is het vieren van de Amerikaans Indiaanse identiteit met muziek en dans. Zo, da’s weer even genoeg geschiedenisles voor nu, ik ga weer terug naar onze eigen ervaring van dit dansfeest. Om 12 uur ’s middags was het tijd voor de Grand Entry. Voorafgegaan door een aantal veteranen in soldatenkleding en met indianentooi liepen alle deelnemers langzaam het dansterrein op…. mannen en vrouwen, tieners, kleine kinderen… allemaal met de meest schitterende kostuums aan. Eigenlijk moet ik ‘regalia’ schrijven, dat is de officiële benaming voor de traditionele kleding. Ik vond het echt prachtig om te zien, de dansgewaden waren zo verschillend allemaal, en zo kleurrijk. © copyright hanz meulenbroeksOnder de partytenten zaten verschillende drumgroepen, die bestonden allemaal uit één grote trom waaromheen een aantal mannen zat, elk met een eigen stok waarmee ze op die trom sloegen. Ze zongen daarbij ook, met monotone ritmische keelklanken. De dansers volgden dat ritme allemaal op dezelfde manier, ze maakten steeds twee kleine passen met de ene voet, daarna twee kleine passen met de andere voet. Op gegeven moment werden ook mensen uit het publiek uitgenodigd om daaraan mee te doen, grappig want zo kon je goed zien dat het veel minder eenvoudig is dan het lijkt, om in dat specifieke ritme vooruit te lopen. We hadden gelezen dat sommige deelnemers het niet op prijs stellen als hun regalia, vaak oude familiestukken, werden gefotografeerd. Daarom waren we in eerste instantie heel terughoudend, en maakten we alleen foto’s op afstand. Maar al gauw zagen we bij de andere bezoekers de nodige telelenzen verschijnen, de een nog groter dan de ander, en niemand leek daar een probleem mee te hebben. Op gegeven moment zagen we dat er op de betonnen rand, vlakbij het dansterrein dus, een heel mooi plekje vrij was. © copyright hanz meulenbroeksDaar hebben we de rest van de middag gezeten, en wat hebben we genoten van de geweldige sfeer en al het moois dat we nog te zien kregen! In de eerste plaats van de dansen, uiteraard. De deelnemers waren in allerlei groepen verdeeld, en we begonnen met de vertederende ‘tiny tots’, dat zijn de kinderen tot en met 6 jaar. Daarna waren de kinderen van 7 tot en met 12 jaar aan de beurt, eerst de meisjes, daarna de jongens. Wat een verschil in talent zag je daar al… sommige kinderen hadden niet zoveel ritmegevoel, maar er waren ook kinderen bij die intens en vol passie met hun dans bezig waren. Vooral een van de kleinste jongens, hij leek nog niet eens 7 jaar, viel ons op. Prachtig om hem bezig te zien. De overige leeftijdsgroepen waren de tieners, de volwassenen en de ouderen. Er werden verschillende soorten dansen gedemonstreerd, zoals de Women’s Fancy Shawl Dance. De vrouwen gebruikten daarbij prachtige omslagdoeken, die als een soort vleugels werden uitgestrekt. Tijdens de Men’s Traditional Dance worden door middel van bewegingen verhalen verteld, over de jacht, over spoorzoeken, over heldhaftige gevechten. De Women’s Traditional Dance was weer heel anders, de vrouwen bewegen daarbij maar amper maar toch zag het er heel gracieus en statig uit. Echt, de middag vlóóg voorbij terwijl we daar zaten te kijken. Tussen de dansen door gebeurden er ook andere dingen. Er werd iemand herdacht die onlangs was overleden. Zijn weduwe en zijn kinderen liepen langzaam een rondje langs de rand van het dansterrein, waarbij steeds mensen die daar zaten opstonden, hen een hand gaven, en zich dan achteraan in de rij aansloten. © copyright hanz meulenbroeksWe zagen ook een speciale ceremonie die wordt gehouden als een veer uit een tooi op de grond is gevallen. Die mag alleen worden opgeraapt door veteranen of ouderlingen, en dit wordt als een eervolle taak beschouwd. Je mag tijdens de ceremoniële handelingen niet fotograferen, en we hebben ook inderdaad niemand in het publiek gezien die tijdens dit speciale moment foto’s nam. Om 5 uur ’s middags was er een pauze, we zijn toen even naar de Subway gereden om een broodje te gaan eten. Eigenlijk hadden we dus nog naar het Buffalo Bill Historical Center willen gaan, maar we wilden allebei veel liever terug naar de Powwow. En dus zagen we om 6 uur voor de tweede keer die dag alle deelnemers het terrein opkomen tijdens de Grand Entry. Hans wees me een van de deelnemers aan, en vroeg of hij me aan iemand deed denken. Ik wist meteen wie hij bedoelde… iemand die bij ons in de straat woont. Toch wel raar hoor, om de trekken van een blanke Nederlandse man terug te zien in een Native American in Wyoming. Ondertussen begon de lucht op de achtergrond vreselijk donker te worden, en hier en daar zagen we het bliksemen. Zo nu en dan regende het even, maar de echte hoosbui die we eigenlijk verwachtten bleef gelukkig uit. Het avondprogramma, met nog diverse dansdemonstraties, kon gewoon worden afgewerkt. Het meest indrukwekkende moment betrof een familie van de Blackfeet indianen. De Emcee (Master of Ceremonie) vertelde dat een van de zonen van deze familie onlangs veilig was teruggekeerd uit Irak. Maar nu zou zijn jongere broer John binnenkort daarheen vertrekken. John mocht nu, samen met zijn familie, rondlopen over het dansterrein. Een voor een stonden de andere indianen op, om John en zijn familie de hand te schudden en zich achter de rij aan te sluiten. Ik kreeg echt kippenvel van dit moment, er straalde zoveel saamhorigheid uit deze traditie. Toen de laatste dansdemonstratie dan toch echt was afgelopen, was het tijd om naar ons motel terug te lopen. Het was een absolute topdag geweest!

 
Dag 9: zondag 17 juni - Cody – Bighorn Canyon NRA - Devils Tower National Monument – Spearfish (441 mijl)
Hans had kort voor onze vakantie nog zo z’n best gedaan om een MP3 met onze favoriete muziek samen te stellen, voor tijdens de lange autoritten. Pink, Anouk, Red Hot Chili Peppers en nog veel meer. Maar helaas… we moesten het zonder de Peppers stellen want de autoradio wilde de MP3 niet afspelen. Dus probeerden we een leuke radiozender te vinden, maar het leek wel of iedereen ons wilde bekeren vandaag. Allemaal religieuze countrysongs, sommige best wel aardig maar het hoge suikerzoetgehalte werd ons soms toch wel even te veel! Ons belangrijkste doel van vandaag was afstand overbruggen, maar natuurlijk wilden we onderweg ook wel een paar mooie plekken bekijken. Dus kozen we ervoor om een omweg te maken via Bighorn Canyon, een recreatiepark dat precies op de grens van Wyoming en Montana ligt. We reden daar door een mooi rotslandschap, we zagen er zowaar ook wilde paarden lopen. © copyright hanz meulenbroeksHet eerste punt waar we stopten, Horseshoe Bend genaamd, viel nogal tegen. Maar dat werd ruimschoots goedgemaakt toen we even later bij Devils Canyon Overlook aankwamen, dat is een uitkijkpunt met een fantastisch mooi uitzicht over de Bighorn River die daar tussen een aantal hoge, smalle rotsen doorslingert. De weg eindigde bij Barry’s Landing, waar je boten te water kan laten. Ook hier heb je een mooi zicht op het water en de rotsen, maar de vergelijking met Devils Canyon Overlook kan ’t toch echt niet doorstaan. Er stonden diverse picknicktafels, dus het was een goede plek om even pauze te houden en wat te eten. Terwijl we daar zaten kwam een oude man een praatje met ons maken. Hij vond het leuk om te horen dat wij uit Nederland komen omdat hij zelf Nederlandse voorouders had, hij stamde af van de Pennsylvanian Dutch. Hij vertelde vol enthousiasme over zijn grote hobby: het verzamelen van fossielen in Bighorn Canyon. Hij onderzocht dit specifieke gebied al tientallen jaren, en nog steeds stuitte hij op nieuwe vindplaatsen. De man informeerde ook nog heel belangstellend naar onze reis, wat we al gezien hadden en wat er nog meer in onze planning stond. Ik denk dat hij nog wel urenlang verder had willen praten, maar helaas, zoveel tijd hadden we niet. We hadden immers nog een lange rit voor de boeg. Nadat we afscheid hadden genomen van de vriendelijke man vervolgden we onze route, eerst via de mooie, hoog gelegen Scenic Route 14A, en daarna via Interstate 90. We verlieten de snelweg bij de plaats Moorcroft, en via een binnenweg reden we verder naar Devil’s Tower National Monument. ’t Was wel een beetje balen dat de lucht boven ons ondertussen grauw en donker was geworden, het leek er op of het elk moment zou gaan regenen. © copyright hanz meulenbroeksToen we Devil’s Tower bereikten was het zowaar nog steeds droog. Eerst even een bezorgde blik op de dreigende wolken boven ons… dat zag er niet al te best uit. Maar we wilden toch graag de wandeling rondom de toren gaan maken. Ach, als het echt zou gaan regenen, dan werden we maar een keer kletsnat. We hadden genoeg droge kleren achter in de auto liggen, toch! Vanaf de parkeerplaats moesten we een klein stukje omhoog klimmen via een verhard pad, en toen stonden we dan echt onder aan de voet van die gigantische blok steen. Die torende maar liefst 264 meter boven ons uit, heel indrukwekkend hoor! De wandeling beviel ons heel erg goed, het pad ligt heel mooi tussen de bomen en natuurlijk hadden we overal zicht op Devil’s Tower. En vanuit elke hoek was de vorm van de toren net weer even anders. We konden heel goed de diepe groeven in de rotswand zien, volgens een indiaanse legende zijn die daarin gekerfd door een beer die een aantal indiaanse meisjes achtervolgde. Op gegeven moment zagen we dat er klimmers op de rotswand bezig waren. Jammer dat we onze telelens niet meegenomen hadden, de klimmers zijn nu alleen maar als onherkenbaar stipje op onze foto’s te zien. Zoals we eigenlijk al hadden verwacht hielden we het niet helemaal droog tijdens de wandeling. Maar toch, we hadden alweer geluk, want het bleef bij wat verdwaalde spetters en bij wat onweergerommel rondom ons heen. Ik vroeg me wel af of die klimmers zich nu wel comfortabel zouden voelen, met dat onweer zo dichtbij?? Ik zou niet graag met ze willen ruilen. Nadat we Devil’s Tower letterlijk vanuit alle hoeken op de foto hadden gezet, stapten we weer in de auto voor de laatste etappe van vandaag. En die eindigde bij de Days Inn in het plaatsje Spearfish, in South Dakota.
 
Dag 10: maandag 18 juni - Spearfish – Mount Rushmore – Custer State Park – Custer (180 mijl)

© copyright hanz meulenbroeksDe rit door Spearfish Canyon viel wat tegen, maar dat lag eigenlijk meer aan ons dan aan de omgeving. We zijn zo verwend door de vele geweldige dingen die we tijdens onze Amerikareizen hebben gezien, dat we eigenlijk niet meer echt zagen dat Spearfish Canyon ook best wel mooi is. Geen fotostops, geen wandelingen, geen uitkijkpunten, op die manier hadden we de 22 mijlen door de canyon natuurlijk al snel achter de rug. En zo hadden we zomaar opeens de tijd om nog diezelfde ochtend naar Mount Rushmore te gaan. Even een stukje Amerikaans patriottisme over ons heen laten komen. We parkeerden onze auto in een van de grote, overdekte parkeergarages en liepen naar de Avenue of the Flags. Dat is een brede laan met aan de zijkanten grote betonnen pilaren, waaraan de vlaggen van alle Amerikaanse staten hangen; in het verlengde daarvan zie je de hoofden van de vier presidenten al duidelijk voor je. In sommige reisverslagen lees je wel eens dat het allemaal wat overdone is, te toeristisch, te pompeus. © copyright hanz meulenbroeksMaar ik vind dat het wel bij The American Way of Living  past.. “We zijn trots op ons land en dat willen we laten zien ook!”. De Avenue of the Flags eindigt bij Grand View Terrace, een plein met daarvoor een amfitheater vanwaar je de koppen goed kan fotograferen. Het was natuurlijk een overbekend plaatje, maar toch was het leuk om dit ook eens in het echt te zien. Meestal zie je op de foto’s alleen de hoofden zelf, maar niet de rest van de rotswand waarin ze zijn uitgehakt. En ‘live’ krijg je natuurlijk ook een beter beeld van de grootte van de sculptuur. Via de Presidential Trail kan je nog veel dichter bij de presidentiële hoofden komen, en zo konden we George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln vanuit allerlei verschillende hoeken op de foto zetten. We waren blij dat we hier zo onverwacht al in de ochtend naar toe waren gegaan, het licht om de presidenten te fotograferen was echt perfect! Via de Iron Mountain Road reden we naar Custer State Park. Leuke route zeg, dit beviel ons veel beter dan Spearfish Canyon vanmorgen. © copyright hanz meulenbroeksDe ronde, helemaal van hout gemaakte Pigtail Bridges waren heel apart. En de smalle rotstunneltjes waar we doorheen moesten rijden leken er wel speciaal neergelegd te zijn om als omlijsting te dienen voor de vier hoofden van Mount Rushmore, die in de verte achter ons nog te zien waren. We reden door naar het plaatsje Custer, waar we een motel gingen zoeken. De Days Inn in Spearfish was ons goed bevallen, en daarom kozen we ook hier in Custer voor de Days Inn. Op onze motelkamer hielden even een korte pauze en natuurlijk mocht internet daarbij niet ontbreken. Rob was toevallig net online. Over vier dagen zou hij zich de trotse eigenaar van zijn eerste eigen auto mogen noemen, en hij had nu wat ouderlijk advies nodig inzake de autoverzekering. En zo zaten we daar in Custer allerlei websites door te lezen over eigen risico, bonus/malus, dagwaardes en nog meer van die taaie kost. Toch even wat anders dan mooie routes rijden en leuke plekjes bekijken! Toen Rob en wij waren bijgekletst zijn we weer op pad gegaan. We hadden een scenic route in de planning staan, de derde alweer vandaag. In het begin was de Needles Highway nog niet heel interessant, maar op het moment dat de eerste hoge smalle rotsen (needles) in zicht kwamen waren we helemaal verkocht. Wat een prachtige weg was dit, echt geweldig hoor. Natuurlijk grepen we meteen bij de eerste mooie plek al naar ons fototoestel, maar het is dan natuurlijk ook wel handig als je eerst even je auto parkeert. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, de weg is ontzettend smal en we konden niet direct een pullout vinden. Een klein stukje verder lukte het toch om de auto veilig aan de kant te zetten, en we liepen langs de weg terug om alsnog onze foto’s te kunnen maken. Hé, daar liep ook een pad, eens even checken waar dat heen ging. Zo belandden we dus op een niet officiële trail waarbij we direct naast ons een mooie rotswand konden zien. De bodem was bezaaid met heel veel glinsterende schilfers, het leek wel op selenite crystals die we vorig jaar bij het heuveltje Glass Mountain in Cathedral Valley hadden gezien. © copyright hanz meulenbroeksIn de rotswand zagen we ook nog een vervallen houten gebouwtje en een afgesloten ingang van een mijn. Het was een heel aardig pad om te lopen, maar als we nog tijd over wilden houden voor de rest van onze planning – de Sunday Gulch Trail en de avondceremonie bij Mount Rushmore - dan moesten we toch echt weer terug naar de auto. En al gauw kwamen we er achter dat we bij die eerste stopplek niet zo moeilijk hadden hoeven te doen, er was nu op verschillende plaatsen gelegenheid om de auto te parkeren. Vaak uitstappen en volop van de omgeving genieten, dus! Kort nadat we door een supersmalle rotstunnel waren gereden bereikten we Sylvan Lake. Een klein meertje dat vooral boeiend is omdat het zo mooi tussen de rotsen in ligt. Vanaf de parkeerplaats liepen we naar de dam aan de overzijde van het meer, daar zou de door ons geplande trail moeten beginnen. Het was nog wel even zoeken hoor, we bleken door een hele smalle rotsspleet te moeten lopen om aan de achterkant van de dam uit te komen. Een mooi begin van een supermooie trail… meteen al vanaf het begin moesten we over rotsblokken klauteren en via stenen traptreden afdalen, en dat midden tussen de bomen en met naast ons een prachtig beekje. Ik was blij dat er een railing zat, die had ik op sommige plekken echt wel nodig. We lieten de rotsblokken en trapjes achter ons, we konden het bospad nu zonder klimpartijen verder volgen.© copyright hanz meulenbroeks Zo nu en dan zagen we een blauw plaatje op een boom zitten, het was duidelijk dat daardoor de route werd aangegeven. Op gegeven moment bereikten we een paaltje waar 1.0 op stond, ik veronderstelde dat we nu 1 mijl van de bijna 3 mijl lange route achter de rug hadden. Dat klopte wel met ons gevoel. We verlieten ons beekje, en liepen via een wat breder bospad omhoog. Ik had ooit gelezen dat het tweede deel van de wandeling dicht langs een weg gaat en wat minder mooi is. En dat klopte helemaal, we hoorden auto’s rijden en inderdaad werd het bospad iets gewoner, zo zonder beekje en rotsblokken. Omdat we toch wel flink moesten klimmen begon ik mijn benen behoorlijk te voelen. Geen probleem, het kon immers niet ver meer zijn en die laatste mijl kon er echt nog wel bij. Ik dacht nu toch wel snel een paaltje met 2.0 te gaan vinden, maar nee, geen paaltje te zien. Nog wel steeds blauwe plaatjes op de bomen, dus we zaten nog goed. De twijfel sloeg toe toen Hans vertelde dat hij wel een paaltje had gezien, maar daarop stonden de weinig hoopgevende cijfers 1.3. Blijkbaar betekenden die cijfers niet wat wij dachten, want het was echt niet mogelijk dat we sinds dat eerste paaltje nog maar 0,3 mijl hadden gelopen. Allebei hadden we nu het gevoel dat er iets niet klopte, waren we misschien per ongeluk op een verkeerde route terechtgekomen?? We hadden echt geen idee meer hoe het nu verder zou gaan. Misschien zaten we nog goed, en zouden we over 5 minuten weer bij Sylvan Lake staan. Maar voor hetzelfde geld waren we helemaal verdwaald en zouden we het hele eind terug moeten lopen. Nee, dit deel van de wandeling was heel wat minder leuk dan dat geweldige begin. Gelukkig bereikten we toch nog onverwacht de verharde weg, waar we al snel de Sylvan Lake Lodge zagen staan. Het was duidelijk dat dit niet de goede route was, maar we wisten nu in elk geval wel weer hoe we verder moesten lopen. Toch een hele opluchting! Wat was ik blij toen we eindelijk bij onze auto kwamen en ik mijn arme voeten rust kon gunnen. Ondanks de vermoeiende tocht hadden we nog wel genoeg energie om terug te gaan naar Mount Rushmore, voor de avondceremonie. We moesten nog wel even eten, dus zochten we eerst het restaurant op. Waar de vitrine waarin bakken met etenswaar behoorden te staan een akelig lege aanblik vertoonde…., er was bijna niets meer te krijgen! Gelukkig kon ergens van de bodem van een van de bakken nog een bordje spaghetti voor ons bij elkaar worden geschraapt; het was niet echt lekker maar onze magen waren toch weer gevuld. © copyright hanz meulenbroeksNa het eten zochten we een plekje in het amfitheater, waar even later de avondceremonie begon. Natuurlijk zaten we hier met een bepaalde verwachting, maar om eerlijk te zijn… die verwachting werd helemaal niet waargemaakt. Eerst werd er een korte toespraak gehouden. Daarna werd er op een groot scherm een film vertoond, en dat was iets waarop we helemaal niet hadden gerekend. Het was een film met mooie beelden en interessante informatie over de presidenten, maar toch… het was een fílm. Terwijl we juist een live ceremonie hadden verwacht. Na de film werden mensen in het publiek opgeroepen om naar het podium te komen, veteranen en nabestaanden van soldaten die waren gesneuveld. Er kwamen best veel mensen naar beneden, zij stelden zich op in een lange rij. De eerste van hen kreeg de Amerikaanse vlag overhandigd, en gaf die door aan degene die naast hem stond. En zo verder. Op dit moment moest ik terugdenken aan de Powwow twee dagen eerder, waar ik echt geraakt werd door het moment dat de jonge John – die binnenkort naar Irak zou vertrekken – samen met zijn familie over het dansterrein liep. Waarom had ik daar zoveel saamhorigheid gevoeld, en deed dit moment bij Mount Rushmore me echt helemaal niets? Voor de mensen die op het podium stonden zal het misschien bijzonder zijn geweest, maar voor mij deed het allemaal wat klinisch en plichtmatig aan. Ook het zingen van het Amerikaanse volkslied, met een vrouwenstem op een bandje, bezorgde me geen kippenvel. Ondertussen werden de hoofden van de presidenten verlicht, dat was wel mooi om te zien. Ach, we hadden nu toch meegemaakt waar we voor naar Mount Rushmore waren gekomen. Al hebben onze verkeerde verwachtingen de manier waarop we dit hebben ervaren wel flink beïnvloed.

 
Dag 11: dinsdag 19 juni - Custer – Wind Cave NP – Crazy Horse Memorial – Custer State Park – Custer (152 mijl)

© copyright hanz meulenbroeksTijdens onze rit naar Wind Cave National Park zagen we veel dieren. Eerst een paar eenzame bizons, en daarna een moederhert met twee jongen. Ze renden met hun drieën een heuvel op die naast de weg lag, en bovenaan bleven ze nog even mooi voor ons poseren. In de folder van Custer State Park zag ik dat het hier om whitetail deer ging. En dankzij die folder wist ik ook dat het volgende hert dat we zagen een pronghorn was, dat vind ik zelf de mooiste hertensoort die in het park voorkomt. Maar onze favorieten waren toch wel de prairiedogs. Wat een ongelooflijk leuke beestjes zijn dat, ze leven in grote kolonies bij elkaar in de zogenaamde prairiedogtowns. © copyright hanz meulenbroeksZomaar vlak naast de weg zie je ze overal hun koppies uit een van de vele holen omhoog steken. Of ze komen helemaal tevoorschijn, en gaan dan recht overeind zitten. Wij volop foto’s maken uiteraard, maar de prairiedogs speelden gewoon een spelletje met ons. Sommige beestjes zaten prachtig te poseren, maar dan op zo’n afstand dat je er geen goede close-up van kon maken. En als er eentje wel mooi dichtbij zat, dan dook ie natuurlijk nét omlaag op het moment dat we de foto schoten. Watervlug zijn ze, maar o zo leuk om te zien én te horen.. ze maken voortdurend van die hoge, piepende geluidjes. En het zijn er ontzettend veel, we zagen talloze prairiedogs in Custer State Park en daarna ook nog eens in Wind Cave National Park. In onze oorspronkelijke planning hadden we Wind Cave niet opgenomen, het leek ons niet zo’n boeiend park. Maar omdat we onze route hadden gewijzigd en daardoor iets meer speling hadden gekregen, besloten we om er toch maar naar toe te gaan. We waren er immers zo dichtbij. We liepen het mooie Visitor Center binnen en informeerden wanneer de eerstvolgende grottentour zou vertrekken. Dat bleek de Natural Entrance Tour te zijn, en er waren nog genoeg kaartjes beschikbaar. Samen met een groep andere toeristen en een opgewekte, vrouwelijke Ranger gingen we naar beneden, de grotten in. © copyright hanz meulenbroeksDaar zagen we al snel de reden waarom dit grottenstelsel uniek is: de gekristalliseerde calcietafzettingen op de rotswanden en plafonds. Deze calcietafzettingen worden speleothems genoemd, en er zijn verschillende variaties. Wij zagen vooral het zogenaamde boxwork, de dunne randen die in een honingraatpatroon op de wanden en plafonds zitten. En een heel klein beetje popcorn, dat zijn kleine knobbelachtige afzettingen. Het was wel apart om dat te zien, maar na ruim een uur daar beneden vonden we het echt wel genoeg. Het was toch wel veel van hetzelfde allemaal. Via een onverharde weg reden we door het oostelijke deel van het park terug naar Custer State Park, we waren daar even heerlijk alleen op de wereld. Nou ja, niet helemaal alleen want we kwamen honderden prairiedogs en ook nog een paar bizons tegen. Gelukkig maar dat we al in diverse reisverslagen hadden gelezen dat je voor een bezoek aan Crazy Horse Memorial behoorlijk wat dollars neer moet tellen. Eerst al 20 dollar om met de auto plus twee inzittenden het terrein op te mogen rijden. En daarna nog eens 4 dollar per persoon om met de bus naar het standbeeld van Chief Crazy Horse te worden gebracht. Als je zoveel moet betalen, dan verwacht je toch wel dat daar iets wezenlijks tegenover staat. En dát viel ons eerlijk gezegd flink tegen. We dachten dat we de kans zouden krijgen om het beeld uitgebreid te bekijken, we hadden ooit foto’s gezien van een grote groep mensen die op het platform net voor het gezicht van Crazy Horse stond. © copyright hanz meulenbroeksMaar helaas, daar mochten we helemaal niet naar toe. We werden met de bus naar de voet van het standbeeld gebracht, we mochten een paar minuten de bus uit terwijl de chauffeur een praatje hield, en daarna was het : instappen en wegwezen. Ik was echt helemaal verbaasd…. ik dacht dat de tour daar zo’n beetje zou gaan beginnen, maar in plaats daarvan bleek het dus al het einde te zijn. Dat was echt een afknapper. We zijn nog even het museum binnengelopen, en dat zag er wel heel mooi uit. We zijn er niet zo lang meer gebleven, we waren immers voor het beeld gekomen, niet voor het museum. Omdat we de Sunday Gulch Trail gisteren zo mooi hadden gevonden leek het ons een goed idee om nog een trail in Custer State Park uit te gaan proberen. En de Cathedral Spires Trail, die begint aan de Needles Highway, bleek een schot in de roos te zijn. We liepen over een mooi bospad, en op een paar plekken moesten we over wat rotsblokken omhoog klimmen. Rondom ons zagen we – een beetje verborgen achter de bomen - de rotsnaalden staan waar de trail naar vernoemd is; het was echt een prachtige omgeving. De trail eindigde bij een open plek tussen de rotsen, ik heb daar even lekker lui op een rotsblok gezeten terwijl Hans nog wat tussen de rotsen doorgeklommen is om mooie fotoplekjes te zoeken. Daarna via dezelfde weg weer terug, handig, want zo verdwalen we tenminste niet!! Laat op de avond zijn we nog één keer teruggegaan naar Custer State Park, we hadden immers de Wildlife Loop Road nog niet gezien. En zo tegen de tijd dat het donker gaat worden zouden we extra veel kans hebben om dieren tegen te komen, zo was ons door de folders beloofd. Het begon goed, met weer een stel van die grappige prairiedogs. Maar daarna…. kilometers lang geen enkel beest te zien!! We waren al bijna aan het einde van de route toen we een opstopping voor ons zagen; een stuk of vier auto’s, een groep volwassenen en kinderen, én twee schattige ezels. Vooral de kleine, gevlekte ezel was leuk om te zien, de kinderen waren niet bij hem weg te slaan. De volwassenen ook niet, trouwens. We zagen ook nog een groepje ezels wat verder van de weg, en welgeteld één pronghorn. Een beetje een magere oogst, voor de Wildlife Loop Road. Maar ach, we hadden nog een dag of vijf in Yellowstone te goed, dus nog kans genoeg om wat dieren tegen te komen.

 
 © copyright hanz meulenbroeks © copyright hanz meulenbroeks  © copyright hanz meulenbroeks 
 
Dag 12: woensdag 20 juni - Custer – Badlands National Park – Interior (220 mijl)
© copyright hanz meulenbroeksJezus, wat ben jij oud zeg!”  Dat kreeg ik dus te horen net nadat ik nog half slapend mijn ogen had opengedaan in de Days Inn in Custer. Ik zag Hans met een meewarige blik naar mij kijken, hij vond het nodig om me even in te wrijven dat 48 jaar toch wel vréselijk oud is. Dat hij zichzelf over een goeie drie weken ook geen 47 meer mag noemen, ach, dat is nog heel ver weg, zo verzekerde hij me. Maar gelukkig mag ik op m’n 48ste verjaardag naar Badlands National Park toe, een beter verjaardagscadeau kan ik me niet wensen, toch! (Even voor de duidelijkheid:  hij heeft me ook nog gewoon proficiat gewenst hoor. Voordat de lezers van dit reisverslag nog verkeerde dingen gaan denken.) Precies om 8 uur reden we weg bij ons motel, en een kleine twee uur later arriveerden we in het gehucht Scenic. Dat bestond uit niet meer dan een weggetje tussen een paar heel oude gebouwen, zoals de Longhorn Saloon (established in 1906) en de Sam Bulls Gallery. Het zag er niet echt vervallen uit, maar wel volkomen uitgestorven… we zagen er geen levende ziel. Kort voorbij Scenic bereikten we Badlands National Park, niet het bekende toeristische gedeelte maar de veel stillere Stronghold Unit. © copyright hanz meulenbroeksEn hier werd weer eens helemaal bevestigd wat we eigenlijk al wisten, namelijk dat wij niets liever zien dan mooie rotsformaties en niets liever doen dan afgelegen dirtroads rijden. We genoten! De Sheep Mountain Table Road liep door de badlands heen omhoog, en vooral als we omkeken leverde dat een prachtig plaatje op. Al snel werd de weg weer wat vlakker, en waren de rotsen rondom ons verdwenen. De gravelweg veranderde in een soms wat modderige zandweg, waar we onze high clearance absoluut nodig hadden. Want het middengedeelte was best wel hoog. Toen we bijna vijf mijl hadden gereden lag er rechts van de weg een uitkijkpunt, vandaar hadden we zicht over een uitgestrekt dal met badlands en vlakke groen begroeide gedeeltes ertussen. Tijdens de laatste twee mijlen werd de weg nog wat slechter, het is duidelijk dat je hier niet kan rijden als het kort daarvoor geregend heeft. Er stonden diepe plassen en de auto hing soms behoorlijk schuin als we gebruik maakten van de droge plekken aan de hogere zijkant van de weg. © copyright hanz meulenbroeksHet einddoel van de rit was het vier mijl lange plateau Sheep Mountain Table. Toen we daar aankwamen, zagen we een grote vlakte voor ons met veel gras, struiken en wat lage bomen. Er liepen verschillende zandwegen, we besloten om eerst maar eens de weg die rechtsaf liep uit te proberen. De weg eindigde bij de rand van het plateau, beneden ons zagen we volop grillig gevormde rotsformaties. Het deed ons heel erg aan de hoodoos in Bryce Canyon denken. We hobbelden over de zandwegen naar een andere plek aan de rand, en daar werden we getrakteerd op een schitterend uitzicht over een enorm dal. Met volop badlands, natuurlijk. Nadat we genoeg hadden rondgekeken reden we terug naar Scenic, waar we zowaar één tot leven gekomen inwoner signaleerden! Onze tweede dirtroad van vandaag was de Sage Creek Rim Road. De eerste 12 mijlen van die weg liepen door een landbouwgebied en door graslanden, op het moment dat we het park binnenreden zagen we in de verte weer mooie badlands opdoemen. Via een zijweg zijn we nog even naar een picknickplaats gereden. Gelukkig hadden de picknicktafels allemaal een eigen overkapping, zodat we lekker in de schaduw konden zitten. Aan uitkijkpunten geen gebrek in Badlands National Park, we kwamen er verschillende tegen tijdens de tweede helft van de Sage Creek Rim Road en ook langs de verharde Badlands Loop Road kan je op veel plaatsen stoppen om de prachtige omgeving te bekijken. Daar ging stiekem toch heel wat tijd inzitten, en we moesten nog op zoek naar een motel. We hoopten nog een plaatsje te vinden in de Cedar Creek Lodge in het oosten van het park, of in het Badlands Motel dat net buiten het park ligt. Maar helaas, alles zat vol. De dames aan de balie raadden ons aan het eens te proberen in het plaatsje Interior, op de landkaart is dat een miniem klein stipje en in het echt is het al niet veel groter. Toen we de receptie van het Budget Host Motel binnenliepen, hadden we even het gevoel dat we tientallen jaren terugstapten in de tijd. Een houten balie, een klein rommelig winkeltje, en een eetgedeelte waar de stoofpot stond te pruttelen en waar de vrouw des huizes in een eenvoudig keukentje de hamburgers stond te bakken. De oude man achter de balie liet ons weten dat hij nog wel een kamer voor ons had. Blijkbaar kwamen er niet dagelijks mensen uit Nederland bij hem over de vloer; hij moest meteen even kwijt dat hij Nederlandse voorouders had en hij schreef zijn naam voor ons op een briefje: Druckebrodt heette hij. Toch wel een beetje met een ‘we zijn benieuwd wat we aan zullen treffen’-gevoel gingen we naar onze kamer. En dat viel zeker niet tegen. © copyright hanz meulenbroeksHet meubilair was een bij elkaar geraapt rommeltje, maar het was wel schoon en netjes. Ook de badkamer, en dat is toch het belangrijkste. Geen tv en natuurlijk ook geen internet, maar dat hadden we ook niet verwacht. Wel airco, en dat vonden we heel wat belangrijker. Voordat het etenstijd werd hadden we nog tijd om een paar korte trails te lopen. De Cliff Shelf Nature Trail was een eenvoudige wandeling waarbij we via een stel trappen langs de badlands omhoog klommen. Aan de andere kant konden we ver de White River Valley inkijken. De Window Trail was nog veel makkelijker, het was een kort verhard pad dat eindigde bij een plek waar we een ravijn in konden kijken. Het bleek op dit tijdstip helaas onmogelijk te zijn om daar foto’s van te maken, de contrasten tussen de door de zon belichte rotsen en de diepe schaduw was veel te groot. We gingen eten bij het restaurant van de Cedar Creek Lodge. Wat was dat een afknapper zeg… de jongedame die ons een tafel moest wijzen mompelde wat binnensmond en deed geen enkele moeite zich verstaanbaar te maken, we moesten erg lang op ons eten wachten, ze vergaten ons bestek, de friet was koud… Ach, we hadden toch in elk geval nog het geluk dat we wel hadden gekregen wat we besteld hebben; de mensen aan de tafel naast ons kregen blijkbaar iets heel anders voorgeschoteld dan dat ze hadden verwacht. We hebben een magere fooi achtergelaten en zijn maar snel weer vertrokken.. op naar de Pinnacles Overlook. Een paar dagen eerder hadden we klapstoeltjes gekocht, en die kwamen hier goed van pas. We hebben een hele tijd gezeten daar, lekker genieten van de kleuren die steeds mooier worden als de zon ondergaat. Pas toen het te donker werd om nog foto’s te kunnen maken hebben we ons boeltje weer ingepakt en zijn we naar Interior teruggereden. Ik heb een geweldig mooie verjaardag gehad!
 
Dag 13: donderdag 21 juni - Interior – Badlands National Park – Interior (106 mijl)

© copyright hanz meulenbroeksGisterenavond hadden we de zon zien ondergaan bij de Pinnacles Overlook, deze ochtend zagen we diezelfde zon weer opkomen vanaf het uitkijkpunt Big Badlands. Voor mij is de Big Badlands Overlook een van de mooiste plekken in het park. Vanaf het uitkijkpunt zie je heel veel rotsen, er zitten hele mooie ronde bij, andere rotsen hebben meer scherpere vormen. Allemaal zijn ze van een grijs gesteente, met daar schitterende roodbruine en lichtgrijze verticale strepen doorheen. Achter de badlands zie je de uitgestrekte White River Valley. Kortom, een geweldige zonsopgang plek!
Het was pas kwart over zes toen we aan de Notch Trail begonnen, het was prachtig weer en nog lekker koel. Perfecte omstandigheden dus voor onze hike. We liepen over een rotsachtig terrein met enkele modderige plekken, waar we makkelijk omheen konden lopen. © copyright hanz meulenbroeksAl snel kwamen bij de roemruchte ladder, die voor sommige mensen toch een te moeilijk obstakel blijkt te vormen. Ik vond het wel meevallen, ik ben geen held als het op lastige klimpartijen aankomt, maar met die ladder had ik geen enkele moeite. Okay, het wiebelde een beetje, maar toch was het eenvoudig om hier naar boven te klimmen. Het pad liep verder langs een rotswand, op sommige plekken moesten we over rotsblokken klauteren en over smalle spleten heenstappen, en dat vond ik lastiger dan die ladder. Zeker op de plek waar het pad gedeeltelijk was ingestort, en we door een bordje op een alternatieve route werden gewezen. We genoten intens van deze hike, de prachtige rotsomgeving om ons heen, een beetje klimwerk, en dan die heerlijke stilte. Toch bleken we niet helemaal alleen op de wereld te zijn, we kwamen zowaar twee andere hikers tegen die al op de terugweg waren. Even later kwamen we op het eindpunt van de hike; the Notch is een opening in een rotsrichel en vandaar uit konden we ver wegkijken over de White River Valley. De alleenstaande rotsen leken een beetje op de monolieten die we vorig jaar hadden bewonderd, tijdens onze rit door Cathedral Valley. © copyright hanz meulenbroeksOok zagen we beneden ons de houten trappen van de Cliff Shelf Nature Trail, waar we gisteren hadden gelopen. We hadden niet meteen zin om weer aan de terugweg te beginnen, dus hebben we de directe omgeving van the Notch nog even wat verder verkend. Na een klein klimmetje kwamen we bij een andere opening in de rotsrichel, maar qua uitzicht leverde dat niets nieuws op. We bekeken ook de opvallende groene lijnen die her en der in de rotswanden verspreid zitten, we vermoeden dat er dunne lagen kopererts in zitten. Op de terugweg zagen we ook nog een hele groep zwaluwnesten tegen een rotswand aanzitten, we hebben dit later bij een ranger nagevraagd en zij vertelde ons dat die van modder zijn gemaakt.
We hadden nog een heel stuk ochtend over. Tijd genoeg dus om de Badlands Loop Road nog eens te rijden, en om uitgebreid te stoppen bij alle uitkijkpunten die we gisteren hadden overgeslagen. We bezochten ook de Big Pig Dig, dat is een plek waar erg veel archeologische vondsten worden gedaan en waar je paleontologen aan het werk kunt zien. Inderdaad waren er nu ook een aantal mensen aan het werk, ze zaten op hun knieën in een ondiepe kuil en waren bezig om langzaam een fossiel bloot te leggen. We zagen al duidelijk een bot aan de oppervlakte komen, een ruggengraat denk ik. En ook al heb ik op zich niet zoveel met archeologie, ik vond het toch wel heel leuk om dit eens van dichtbij te zien. Vroeg op de mi
ddag waren we weer terug in ons motel, en we zijn even lekker gaan slapen. Het beviel me prima zo, heel vroeg opstaan en tijdens de koele ochtend een mooie hike maken, daarna de koelte van de airco opzoeken, en ’s avonds weer op pad. Na onze slechte ervaring van gisteren hadden we absoluut geen zin om weer in het restaurant van de Cedar Creek Lodge te gaan eten, dus besloten we de kookkunsten van ma Druckebrodt maar eens aan een onderzoek te onderwerpen. De menukaart was niet echt overweldigend, we konden kiezen uit hamburgers of stew, een stoofpot met negen soorten groente. We kozen voor de hamburgers. Die bleken geserveerd te worden zonder friet, salade of iets anders, gewoon alleen een broodje hamburger. Beetje kaal dus, maar wel heel wat smakelijker dan de maaltijd van gisteren. © copyright hanz meulenbroeksDe cola die we bestelden werd gewoon uit een van de schappen van het winkeltje gepakt. Het was toch wel een aparte ervaring om in zo’n ouderwets familierestaurantje te eten. We voelden ons er prima thuis!
De korte Saddle Pass Trail bleek nog een hele uitdaging te vormen. Het pad was behoorlijk steil, maar dat was niet het grootste probleem. Het was de ondergrond die het lastig maakte, het pad lag vol met los zand en kleine kiezels en dat betekende dat we maar nauwelijks grip hadden. Toch lukte het de top te bereiken, dik tevreden want we hadden weer heel wat mooie rotsformaties gezien onderweg. Zelfs enkele hoodoos, die hadden we hier niet verwacht! De weg terug omlaag was nog veel lastiger, dan was echt schuiven in plaats van lopen. Vlak voor ons zagen we een vader met twee kinderen, en die twee maakten er echt een glijbaan van. Gewoon op hun achterwerk naar beneden, ze hadden de grootste lol… We besloten de dag met een photoshoot van de zonsondergang, net als gisteren. Weer lekker op onze klapstoeltjes, echt ideaal. Deze keer hadden we ze neergezet bij Panorama Point. Rondom ons zagen we het op diverse plaatsen onweren, en stiekem hoopten we dat het onweer wat dichterbij zou komen. Een paar mooie bliksemschichten op de foto met de badlands op de voorgrond, dat klonk niet slecht, toch? Maar helaas, het slechte weer bleef op afstand. Maar ook zonder onweer was het een mooi einde van opnieuw een geweldig mooie dag. Badlands National Park staat dan ook heel hoog in mijn persoonlijke favorietenlijstje!

 
Dag 14: vrijdag 22 juni - Interior – Thedore Roosevelt NP (South Unit) – Medora

 

 
Dag 15: zaterdag 23 juni - Medora – Theodore Roosevelt NP (South Unit / North Unit) – Watford City

 

 
Dag 16: zondag 24 juni - Watford City Makoshika State Park Laurel

 

 
Dag 17: maandag 25 juni - Laurel – Beartooth Highway – Yellowstone NP – Canyon Village

 

 
Dag 18: dinsdag 26 juni - Yellowstone NP

 

 
Dag 19: woensdag 27 juni - Yellowstone NP

 

 
Dag 20: donderdag 28 juni - Yellowstone NP

 

 
Dag 21: vrijdag 29 juni - Yellowstone NP
 
 
Dag 22: zaterdag 30 juni - Yellowstone NP – Salt Lake City

 

 

Dag 23 en 24: zondag 1 juli en maandag 2 juli - Salt Lake City – Cincinnati – Amsterdam - Gerwen
 
 
Links Contact Disclaimer