Home Nationale ParkenBezienswaardighedenUpdate
Reisverslag 2009 ~ Pagina 1
 
All pictures © copyright hanz en henriëtte meulenbroeks
 
Inleiding

Tijdens onze eerste reizen zijn we in een razend tempo van het ene naar het andere park gereden, vlug even de auto uit voor een mooi uitkijkpunt of een hele korte wandeling, en daarna weer snel door naar het volgende hoogtepunt. In één dag zowel Canyonlands NP als Arches NP, even slapen in Moab en dan meteen doorrijden naar Bryce Canyon NP, bijvoorbeeld. We hebben er geen moment spijt van gehad dat we dit zo hebben gedaan hoor, het waren allemaal prachtige ervaringen.

Maar toch, we doen het heel anders, tegenwoordig. Wandelschoenen aan, stokken mee, en een stevig eind gaan lopen…. het is echt een van de allermooiste manieren om de prachtige natuur meer intens te kunnen ervaren. Omdat we van nature niet erg sportief zijn, hielden we het bij hikes van maximaal zo’n 10 kilometer. Maar ja, als je de smaak te pakken hebt, dan wil je méér. Het afgelopen jaar hebben we dan ook flink geoefend in de Gerwense bossen, we wilden onze conditie verbeteren zodat we ook de net wat langere hikes aan zouden kunnen.

Het enige probleem was dat tijdens mijn voorbereidingen het lijstje met mogelijkheden alsmaar langer werd, terwijl onze vakantie toch echt niet langer kon duren dan vier weken. De beste oplossing leek ons om – geheel tegen mijn gewoonte in – zonder planning op pad te gaan. Vrijheid, blijheid, we zien ginds wel wat er allemaal wel of niet haalbaar is. En zo zijn we dus vertrokken, met niet meer dan een ambitieus lijstje met wandelingen en de eerste motelreservering op zak!
 

DE ROUTE
Dag 1 : Gerwen – Schiphol
Dag 2 : Schiphol – Chicago – Phoenix
Dag 3 : Phoenix – Balanced Rock – Blue Canyon – Coal Mine Canyon – Tuba City
Dag 4 : Tuba City – White Mesa Arch – Toadstool Hoodoo – Page
Dag 5 : Page – Yellow Rock – Cottonwood Canyon Road - Bryce Canyon NP
Dag 6 : Bryce Canyon NP – Zebra Canyon – Escalante
Dag 7 : Escalante – Burr Trail – Torrey
Dag 8 : Torrey – Cathedral Valley Loop – Green River
Dag 9 : Green River – Five Hole Arch – Green River
Dag 10 : Green River – Horseshoe Canyon (the Great Gallery) - Moab
Dag 11 : Moab – Hurrah Pass – Moab
Dag 12 : Moab – Fiery Furnace – Moab
Dag 13 : Moab – Onion Creek Trail – Arches NP – Moab
Dag 14 : Moab – Chesler Park – Moab
Dag 15 : Moab -  Corona Arch – Moab
Dag 16 : Moab – Sand Flats Road – Fisher Towers – Moab
Dag 17 : Moab – Bisti Badlands Wilderness – Farmington
Dag 18 : Farmington – Ah-Shi-Sle-Pah Wilderness – Farmington
Dag 19 : Farmington – Chaco Culture – Farmington
Dag 20 : Farmington – Route 235 – Muley Point – Moki Dugway – Johns Caynon – Kayenta
Dag 21 : Kayenta – Page
Dag 22 : Page – Secret Canyon – Smokey Mountain Road – Page
Dag 23 : Page – Canyon X – Kanab
Dag 24 : Kanab – Buckskin Gulch – Kanab
Dag 25 : Kanab – the Rimrocks – Kanab
Dag 26 : Kanab – Blue Canyon – Coal Mine Canyon – Tuba City
Dag 27 : Tuba City – Coal Mine Canyon – Phoenix
Dag 28 en 29 :  Phoenix – Washington – Schiphol – Gerwen

 
Dag 1 : zaterdag 18 april : gerwen - schiphol

Copyright © www.ontdek-amerika.nlTijdens onze laatste twee reizen hebben we steeds de nacht voor vertrek overnacht in de buurt van Schiphol. Zoon Rob is ons dankbaar, hij brengt ons liever in de namiddag weg dan in de (hele!) vroege ochtend.

We hadden gekozen voor het nieuwe CitizenM Hotel bij Schiphol. Nou, dat was wel een aparte ervaring hoor, dit is niet echt het standaard motel zoals we er al zoveel hebben gehad. Het begon al bij het inchecken, geen vriendelijke dame of heer aan de balie maar alleen een computer waarop we zelf de nodige handelingen konden verrichten. We stuitten meteen al op een probleempje, de computer bleek de naam Meulenbroeks niet te kennen. Copyright © www.ontdek-amerika.nlNu was er gelukkig wel personeel van het motel in de buurt, de jongedame die ons kwam helpen gaf aan dat we ook eens moesten proberen of de computer onze voornaam misschien wél kende. Uhhh, wat hadden we bij het boeken nu precies onder het vakje ‘voornaam’ ingevuld?? Heel alledaags Hans, of iets minder alledaags Johannes. De voorletters J.M. was ook nog mogelijk, en zelfs computernaam Hanz wordt soms wel ergens ingevuld. Zucht, toch maar even in de tassen gaan zoeken naar de uitgeprinte reserveringsbevestiging. Uiteindelijk bleek J.M. de juiste keuze te zijn, nadat we dat intikten bleek de computer ineens bereid te zijn om ons een kamernummer en zelfs ook nog de sleutel te geven.

De kamer was dus ook heel apart. Smal, heel smal. Met helemaal achterin, tussen de twee muren ingeklemd, een ruim bed. Daarvoor een douchecabine, een toiletcabine en twee pietepeuterige kleine tafeltjes met in totaal één stoel. Allemaal heel sfeervol verlicht…. we konden zowaar zelf kiezen of we met blauwe of toch maar liever met paarse lampjes wilden douchen! Tja, wat vond ik van deze kamer? Het bed lag zalig, het was absoluut een van de beste hotelbedden die we ooit hebben gehad. De douche was al even lekker, ik wilde er eigenlijk niet meer onderuit. Twee duidelijke pluspunten dus. Dat de laptop niet helemaal op het tafeltje paste was lastig, dat er maar een stoel stond vond ik ook niet makkelijk, en de ruimte om onze koffers neer te zetten was wel heel beperkt. Kleine nadelen, niet echt belangrijk eigenlijk. Het enige échte nadeel was die toiletpot, ik vond het dus echt helemaal niets om daar – nauwelijks verborgen achter de glazen wand – op de wc-pot te zitten. Maar, zoals gezegd, het bed lag heerlijk en we hebben dan ook heel goed kunnen slapen.
 
Dag 2 : zondag 19 april : schiphol - chicago - phoenix

Gevlogen : 5.565 mijl
Gereden : 10 mijl
Trails : geen

We hadden onze tickets al geboekt in juli vorig jaar, negen maanden geleden dus. De overstaptijd en het tijdstip waarop we in Phoenix zouden aankomen waren heel gunstig. Maar ja, inmiddels zijn we er wel achter dat gunstige vluchttijden uitkiezen niet echt werkt, vrijwel altijd blijken die tijden nog te veranderen en meestal wordt het er niet beter van. Deze keer ook niet, we mochten van United Airlines maar liefst 7 uur rond gaan hangen op Chicago Airport en we zouden dus veel later dan gepland in Phoenix landen.

We hebben via internet nog even gezocht of er niet toch een betere aansluiting was van Chicago naar Phoenix, maar helaas, we konden niets vinden. Er zat dus niets anders op dan ons maar instellen op de lange wachttijd, we besloten om echt op ons dooie gemak de formaliteiten in Chicago te ondergaan. En wat denk je….. we landden vroeger dan gepland in Chicago, de passagiers waren veel sneller dan normaal het vliegtuig uit, en we hebben nog nooit zo kort bij Immigration in de rij hoeven staan! De enige die nog een beetje meewerkte aan ons ‘rustig aan’-programma was de Immigration Officer. Die man leek ons niet te vertrouwen, daar snappen wij natuurlijk niets van want we zien er zo lief en onschuldig uit. Vooral mijn opmerking dat we van plan waren om Arizona en Utah te gaan bekijken maakte hem achterdochtig, blijkbaar vond hij een bezoek van vier weken véél te lang voor zo’n relatief klein gebied. Met mijn volgende antwoord scoorde ik beter, de man wilde weten wat onze beroepen zijn en toen ik zei dat Hans “for the Dutch Government” werkt, mochten we ineens door! Zo heeft Rijksambtenaar zijn toch ook weer z’n voordelen!

Na de formaliteiten begon dus het lange wachten…. wat rondslenteren, winkeltjes kijken, boekje lezen, even wat eten….. Balen toen de vlucht naar Phoenix ook nog eens vertraagd bleek te zijn.... blij toen een tijdje daarna de oorspronkelijke vertrektijd toch ineens weer op de borden verscheen…. Ach, achteraf gezien viel het toch wel mee, dat wachten. We waren wel moe toen we eindelijk weer in het vliegtuig zaten en dat had ook weer een voordeel, we sliepen als roosjes tijdens een groot deel van de vlucht, allebei! Dus voordat we het wisten arriveerden we in Phoenix. Ook daar ging alles heel vlot, onze koffers waren er heel snel en we konden meteen toen we buiten kwamen in de shuttlebus stappen die ons naar het autoverhuurstation bracht.

Bij Alamo stonden een stuk of acht SUV’s op een rijtje, we konden zelf kiezen welke we wilden. In 2007 én in 2008 hadden we een Nissan X-Terra gehad, en toen we zagen dat de laatste auto in het rijtje zo’n zelfde X-Terra was, was onze keuze meteen gemaakt. Natuurlijk controleerden we nog wel of de banden er goed uitzagen, en of er een reserveband en een krik aanwezig waren. Heel slim, zoals we later tijdens deze reis nog zouden ondervinden. Wat we niet controleerden was of deze X-Terra wel een echte 4WD was. En dat was stom, ook daar zouden we later nog wel achterkomen!

Om 23.20 uur arriveerden we bij ons motel. Tja, dat was dus van eigenaar veranderd, we hadden gereserveerd bij de Red Roof Inn maar er stond inmiddels “Ramada” boven de ingang. De naam Meulenbroeks was ook bij dit motel niet bekend, en zelfs de voorletters J.M. bleken niet te werken, deze keer. Geen probleem, er waren nog kamers genoeg vrij, dus we konden er toch terecht. Eenmaal op de kamer hebben we natuurlijk meteen even een berichtje naar het thuisfront gestuurd, een mailtje naar Melanie en Marcel, eentje naar Rob en Elina, én ook een mailtje naar mijn ouders! Dat was echt helemaal nieuw hoor, wie had ooit kunnen denken dat zij – bijna 80 jaar oud – nog aan het computeren zouden slaan!
 
Dag 3 : maandag 20 april : phoenix - balanced rock - blue Canyon - coal mine canyon - tuba city

Gereden : 362 mijl, waarvan 48 mijl dirtroad
Trails : geen

Copyright © www.ontdek-amerika.nlEigenlijk is het dus echt helemaal niets voor mij, om ’s ochtends bij het motel weg te rijden zonder te weten wat we die dag allemaal precies gaan ondernemen. Ik vind ’t gewoon prettig om een duidelijk plan te hebben, en niet onderweg nog van alles uit te hoeven zoeken en beslissingen te moeten nemen. Gelukkig was één ding wel heel duidelijk, we moesten naar het noorden toe!

Onderweg in de auto overlegden we de mogelijkheden. We zouden naar Page kunnen rijden, en tegen zonsondergang de hoodoos van Stud Horse Point kunnen gaan bezoeken. Ook Kanab was mogelijk, al was dat wel wat ver meteen al op de eerste dag. Of bleven we hangen in Tuba City, dan zouden we genoeg tijd hebben om Blue Canyon – dat we vorig jaar nog Red and White Canyon noemden – opnieuw te bezoeken. Hans was van mening dat onze auto er nog veel te schoon uit zag, een beetje dirtroad zou niet verkeerd zijn om daar de nodige verandering in aan te brengen. En dus werd ’t Blue Canyon.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlEerst maar even een motel gaan regelen in Tuba City, veel keus is daar niet en we wilden niet vanavond laat tot de ontdekking komen dat er geen plaats meer zou zijn. En hoewel we hier dus niet hadden geboekt bleek de computer van de Quality Inn de naam Meulenbroeks wél te kennen, de vrouw achter de balie zag direct dat wij al eens vaker in dit motel hadden overnacht. Gelukkig was er nog net één kamer op de begane grond beschikbaar, en we konden er ook al meteen terecht. Niet dat we nu uitgebreid binnen wilden gaan zitten natuurlijk, we hebben onze koffers naar binnen gebracht en zijn direct daarna weer de auto ingestapt.

Kort voor ons vertrek hadden we op internet nog een leuk tussendoortje in de buurt van Blue Canyon ontdekt, een groepje kogelronde rotsen waarvan er eentje op een rotsvoet balanceert, een Balanced Rock dus. Vanuit Tuba City reden we via State Route 264 naar het zuiden, en al snel bereikten we het begin van onze allereerste dirtroad van deze vakantie. ’t Was niet ver, na nog geen twee mijl rijden zagen we rechts beneden de weg de kogelrotsen in het heuvellandschap liggen. Gek hoor, in de hele verdere omgeving geen rots te zien, en dan liggen daar zomaar een stuk of 10 van die ronde bollen op de grond. Sommige nog mooi intact, enkele andere een beetje uit elkaar gevallen. Ze zijn maar klein hoor, zo’n anderhalve meter hoog ongeveer. De mooiste was natuurlijk de rots waaraan deze kleine bezienswaardigheid z’n naam te danken heeft: Balanced Rock.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlKort voor onze vakantie heeft Hans een nieuw speeltje gekocht: de Canon 50D. Ik mag nu gaan proberen of ik met het oude toestel, de Canon 30D, ook wat mooie plaatjes kan schieten. Thuis heb ik wat geoefend met ISO, diafragma en sluitertijden…. als ik de theorie lees snap ik ’t allemaal best, maar met het toestel in m’n handen is het ineens een heel stuk moeilijker allemaal. Op het moment dat ik de eerste kogels bereikte begon ik meteen enthousiast een leuke compositie te zoeken, pas even later drong het tot me door dat ik toch echt eerst met die instellingen aan de gang zou moeten. De Balanced Rock kogels bleken in elk geval prima oefenmateriaal te zijn, het is een hele fotogenieke plek!

Pfff, het was toch wel warm hier. We hadden ons niet eens ingesmeerd, en da’s natuurlijk niet zo slim als je de ene dag in het koude Nederland zit en de volgende dag in de brandende zon van Arizona rondloopt. Straks bij Blue Canyon moesten we toch maar even de zonnebrandolie tevoorschijn halen, zo besloten we.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlVorig jaar was Blue Canyon absoluut onze meest bijzondere bestemming geweest, niet alleen omdat het zo’n ontzettend mooie plek is om te zien, maar vooral omdat de hele voorgeschiedenis het zoveel extra’s had gegeven. Dat spannende gevoel van “Kunnen we een permit bemachtigen” en “Zullen we de juiste route wel vinden?” ontbrak deze keer, maar desalniettemin hadden we er heel veel zin in om Blue Canyon weer te gaan bekijken. Inmiddels zijn er al heel wat forumleden naar deze plek geweest, en we wisten dat ook Jan en Marjan – met wie we vorig jaar naar White Pocket waren geweest – van plan waren om hier naar toe te gaan. Van hun weblog wist ik dat ze een paar dagen geleden nog in Sedona zaten, het zou dus zomaar kunnen dat ze vandaag in deze omgeving rondhingen. “Volgens mij zien we Jan en Marjan zometeen” zeiden we onderweg tegen elkaar, grotendeels voor de grap maar tegelijkertijd toch ook wel een beetje met het gevoel dat het best wel eens écht zo zou kunnen zijn. En wat denk je….. op het moment dat we de prachtige rotspunten van Blue Canyon bereikten zagen we daar een Suburban staan….. Ons voorgevoel dat we Jan en Marjan hier zouden zien werd meteen nog een heel stuk sterker, we wisten immers dat zij in een Suburban rondreden. En ja hoor, even verder liep Jan over het zandpad!!!

Copyright © www.ontdek-amerika.nlJan was natuurlijk hartstikke verbaasd om ons daar ineens te zien, niet gek natuurlijk want het is toch wel een ongelooflijk toeval. Hij vertelde dat Marjan wat verderop was, hij was teruggelopen om de auto op te halen. Wij lieten ons de kans niet ontgaan om even vooruit te rijden, we zagen Marjan druk in de weer met het fotograferen van de kleine rode rotsen met de prachtige witte strepen…. Ze keek niet om toen wij er aan kwamen, ze dacht natuurlijk dat het hun eigen auto was die ze hoorde. Hans draaide z’n autoraam open en riep “Heeft u een vergunning?”. In het Nederlands dus… had ie ’t maar in het Engels geroepen dan was het effect nog veel leuker geweest! Marjan schrok, besefte dat een Hopi Indiaan toch echt geen Nederlands spreekt, en zag direct daarna wie daar in de auto zaten…..

Copyright © www.ontdek-amerika.nlNatuurlijk hebben we een hele tijd met elkaar staan te kletsen, allereerst over het uitzonderlijke toeval dat we elkaar hier tegenkwamen. Wij wisten vanochtend toen we wakker werden nog niet eens dat we vandaag naar Blue Canyon zouden gaan, en ook Jan en Marjan hadden nog maar net besloten hier naar toe te gaan. Ze vonden het een geweldige plek, we hadden ook niet anders verwacht hoor. Want ook al waren wij hier nu voor de tweede keer, we keken opnieuw onze ogen uit. Natuurlijk vergaten we helemaal dat we ons eigenlijk in hadden moeten smeren, op gegeven moment voelde ik de zon flink op m’n huid branden. We hadden ook honger ondertussen, dus hebben we onze stoelen tevoorschijn gehaald en we hebben met z’n vieren even lekker zitten picknicken. In de schaduw, dat wel gelukkig!

Copyright © www.ontdek-amerika.nlNa de picknick namen we afscheid van elkaar, Jan en Marjan gingen Blue Canyon nog wat beter verkennen, en wij besloten om verder te rijden. We maakten nog een paar korte stops omdat we graag wat foto’s wilden maken van de dicht op elkaar staande rode rotsen, en van de groengekleurde rotsbodem aan de noordzijde. Toen al het moois weer achter ons lag, en we dus zonder verdere stops door wilden rijden, zagen we ineens twee paarden voor ons lopen. Eentje bruin, de ander wit met bruine vlekken. De beesten hadden bijzonder veel belangstelling voor ons, ze liepen recht op ons af en vervolgens maakten ze twee rondjes rondom de auto. Het wit/bruine paard kwam naast mijn autodeur staan, het leek wel of ze verwachtte dat ze iets te eten zou krijgen of zo. Wat zou ik graag de deur hebben opengedaan om die prachtige beesten aan te halen…. maar ja, we hadden geen idee hoe ze zouden reageren. Toch maar niet doen, dus. Natuurlijk heb ik wel volop – door de autoruit heen – foto’s gemaakt. Waarbij ik in mijn enthousiasme weer helemaal vergat dat er ook nog knopjes op mijn toestel zitten waarmee ik toch wel eerst even een goede instelling moet zien te fabriceren. Resultaat: de door mij gemaakte foto’s zijn véél te donker. Gelukkig nam Hans mijn toestel al gauw van me over (op de zijne zat niet de goede lens), en zo kunnen we hier dus toch een mooi plaatje van de paarden laten zien.

We maakten er maar meteen een hele drukke dag van, we hadden nog volop energie en inspiratie om ook die andere mooie plek, Coal Mine Canyon, nog eens te gaan bekijken. Vorig jaar hadden we de voorzijde bekeken, nu wilden we ook de achterzijde wel eens zien. Via een dirtroad reden we een aantal mijlen het achterland in, met rechts van ons Ha-He-No-Geh Canyon en links de veel bekendere Coal Mine Canyon. De zon stond helemaal verkeerd, recht tegenover ons, en we hadden al gauw door dat de vroege ochtend een veel beter tijdstip zou zijn om hier foto’s te kunnen maken. Omdat het zo’n mooie plek is zijn we er nog wel een tijdje blijven hangen, toen de zon begon te dalen bleek het toch wel mogelijk te zijn om een paar mooi belichte plekjes te vinden. Net op dat moment sloeg bij mij de vermoeidheid opeens in alle hevigheid toe….. Tja, wat wil je, gisteren die lange reisdag en dan nu meteen een ontzettend drukke vakantiedag. Tijd dus om naar ons motel te gaan.

Het is een cliché-zinnetje, maar wel eentje die perfect aangeeft hoe we ons voelden: moe, maar voldaan. En een beetje pijnlijk, we waren iets roder gekleurd dan dat de bedoeling was!
 
Dag 4 : dinsdag 21 april : tuba city - white mesa arch - toadstool hoodoo - page

Gereden : 171 mijl, waarvan 35 mijl dirtroad
White Mesa Arch Trail : 6 kilometer
Toadstool Hoodoo Trail : 3 kilometer

Copyright © www.ontdek-amerika.nlGeef een rots een naam, en iedereen wil ‘m zien”, heb ik ooit eens gelezen. En ja hoor, ’t werkt! Jaren geleden reden we voor het eerst over State Route 160, en toen moeten we die twee potige – en op dat moment voor ons nog naamloze – rotsen nabij het plaatsje Tonalea toch echt hebben gezien. Maar uiteraard stop je niet zomaar voor elke rots, we zijn er destijds dus zomaar aan voorbij gereden. Voor twee rotsen met de prachtige naam The Elephant Feet wilden we natuurlijk wél graag even stoppen! Die naam is wel perfect gekozen hoor, op de foto kan je wel zien waarom.

State Route 160 loopt dwars door het Navajo Reservation heen; op het moment dat we de verharde weg verlieten en een gravelweg opdraaiden bevonden we ons dus echt midden in het indianengebied. Het is gewoon een openbare weg dus we deden niets verkeerds, maar toch voelt het een beetje vreemd aan om daar te rijden. Een beetje een “We horen hier eigenlijk niet thuis”-gevoel. We kwamen nergens bordjes met “No Trespassing” of andere obstakels tegen, dus reden we gewoon verder. Op zoek naar White Mesa Arch.

Zoals we al verwachtten was het niet moeilijk om te ontdekken waar de arch staat, we zagen ‘m al op kilometers afstand! Maar om er dichtbij te komen, dát bleek toch heel wat lastiger te zijn dan we vooraf hadden ingeschat. We wisten dat we ergens een smal zandpad in zouden moeten rijden, en dat we daar o.a. een windmolen aan zouden treffen. We vonden een smal zandpad dat er goed berijdbaar uit zag en dat precies de goede richting in leek te gaan. Maar al na twee, drie minuten rijden werd het pad veel slechter, de bandensporen waren diep uitgesleten en de middenberm was daardoor zo hoog geworden dat we er lang niet zeker van waren of onze high clearance wel high genoeg zou zijn. Copyright © www.ontdek-amerika.nlHet pad ging recht op een wash af, het leek er even op dat het daar abrupt ophield. Maar nee, het pad maakte een bocht naar rechts en ging rakelings langs die wash af, de zijkant van het pad was hier helemaal afgebrokkeld. Tja, wat nu? Keren was hier onmogelijk, er was geen windmolen te zien en vanwege die bocht gingen we dus niet meer in de richting die we voor ogen hadden. Hans is even uitgestapt om de situatie voor ons verder te verkennen, gelukkig zag hij zo een plek waar we veilig konden keren. Een paar minuten later – toen we de gewone gravelroad weer bereikten – kon ik weer opgelucht ademhalen.

We vonden een tweede zandpad. Dit was veel beter, we zagen de verwachte windmolen, we gingen precies de goede richting in en het pad bleef min of meer berijdbaar. In onze beschrijving stond vermeld dat we een oude indianenwoning tegen zouden komen, en ook dat klopte precies. We reden vlak langs een oud, enigszins vervallen, maar zo te zien nog wel bewoond huis. Wat hebben de mensen die hier wonen toch een compleet ander leven dan wij, daar kunnen wij ons niets bij voorstellen. Direct voorbij het huisje werd het pad onbegaanbaar, Copyright © www.ontdek-amerika.nlverder rijden was absoluut onmogelijk. Rechts van ons lag een vlak gebied, direct daarachter zagen we White Mesa Arch liggen. Het was moeilijk om in te schatten hoe ver het lopen zou zijn, het zou best kunnen dat er kloven in de bodem zouden zitten, waardoor we niet in een rechte lijn naar de arch zouden kunnen lopen. Maar nu we zo dichtbij waren, gingen we het natuurlijk wél proberen!

Eerst maar eens even flink insmeren met zonnebrandolie en goed nadenken of we alle spullen voor onderweg (water, foto-apparatuur, GPS, wandelstokken) bij ons hadden. Terwijl we daar bij de auto met de voorbereidingen bezig waren kwam er opeens een kudde schapen over een heuveltje naar ons toelopen. Direct gevolgd door een paard dat werd bereden door een oude Indiaanse man. Het wat onbehaaglijke “We horen hier eigenlijk niet thuis”-gevoel stak meteen weer de kop op, ik had geen idee hoe de man op onze aanwezigheid zou reageren.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlDe man droeg een lange broek, een dikke winterjas, handschoenen! Heel wat anders dan wij, in onze zomerse broeken en shirts. Zijn gezicht droeg duidelijk de sporen van de hitte waarmee hij ongetwijfeld al jarenlang te maken heeft gehad, het was zo verweerd en doorgroefd dat we het moeilijk vonden zijn leeftijd te schatten. Zestig, zeventig misschien…. In eerste instantie zei hij niets, dus besloten wij maar om het gesprek te beginnen. We vroegen hem of het mogelijk was om over de vlakte naar White Mesa Arch te lopen. Gelukkig, hij bleek bereid te zijn ons te helpen, want hij antwoordde dat dat inderdaad mogelijk was. Tenminste, we denken dat hij dat zei…. hij sprak zo onduidelijk dat we hem bijna niet konden verstaan. Ons gesprek verliep dan ook heel moeizaam, maar zeker niet onvriendelijk. Op gegeven moment vertelde hij nog uit eigen beweging dat het pad doorliep tot dicht bij de arch, we zouden er dus met de auto naar toe kunnen rijden. Tja, we hadden gezien hoe dat pad er bij lag dus dat leek ons niet zo’n goed idee, maar we waren toch blij dat de indiaan zo liet merken dat hij er geen bezwaar tegen had dat wij hier rondstruinden. Hij wilde weten waar wij vandaan kwamen, ik kon me niet voorstellen dat hij ooit van “the Netherlands” of “Holland” had gehoord dus antwoordden we maar met “Europe”. Waarna hij ons compleet verraste met de vraag wat ons vliegticket had gekost!! Hij kende iemand die naar Rusland was gevlogen, en die had daarvoor 2.000 dollar betaald. We stonden echt helemaal perplex, dat het gesprek zo’n wending zou nemen hadden we dus echt niet verwacht.

Wat zouden we ontzettend graag een paar foto’s van deze markante man hebben gemaakt. Maar we weten dat Native Americans het vaak niet op prijs stellen als zij worden gefotografeerd, sommigen van hen schijnen er van uit te gaan zij dat door het maken van een foto van hun ziel worden beroofd. We hadden natuurlijk kunnen vragen of hij het goed vond, maar omdat het gesprek zo moeizaam verliep en we er lang niet altijd zeker van waren of we hem wel goed begrepen, hebben we dat maar niet gedaan. De schapen waren inmiddels alweer over de volgende heuvel verdwenen, onze Indiaan ging achter hen aan. Ons toch wel in verbazing achterlatend, we wisten eigenlijk niet goed wat we van deze ontmoeting moesten denken. Vreemd, heel vreemd. Waarschijnlijk dacht hij hetzelfde over ons, rare Europeanen die helemaal naar Amerika reizen om naar een rotsboog te komen kijken….

Copyright © www.ontdek-amerika.nlHet bleek ongeveer twintig minuten te kosten om de met lage struiken begroeide vlakte te voet over te steken, daarna ging het verder over een slickrockplateau. We moesten nu wel wat klimmen, niet veel, maar wel wat steil hier en daar. White Mesa Arch kwam zo steeds dichterbij, en de enorme grootte ervan werd dan ook alsmaar duidelijker. Op het hoogste punt meet het gat 26 meter, en de breedte van het gat is bijna 17 meter. Dat is toch wel dubbel zo hoog en anderhalf keer zo breed als de bekende Delicate Arch in Arches National Park. Op de foto’s die we van elkaar maakten, met de boog als omlijsting, zijn we dan ook maar hele kleine mensjes. Niet alleen de grootte maakte indruk op ons, ook het gesteente, grijswit en rood getint, en de vorm van de boog waren erg mooi. Het had allemaal wel heel wat meer tijd en moeite gekost dan we hadden verwacht om deze plek te bereiken, maar het was die extra inspanning absoluut waard.

Toen we weer naar de auto terugliepen zagen we rechts van ons een omheining, daarachter lag een privé kerkhofje. Daar zijn we maar gauw aan voorbij gelopen, het zou vast niet op prijs worden gesteld als we deze plek uitgebreid zouden gaan bekijken. Copyright © www.ontdek-amerika.nlNiet lang daarna bereikten we de auto, volgens onze GPS hadden we in totaal 6 kilometer gelopen.

We keerden terug naar de bewoonde wereld; in Page informeerden we aan de balie van de Super 8 of er een kamer vrij was voor twee nachten. Ja hoor, geen probleem, we konden er alleen nog niet op terecht omdat het nog lang geen inchecktijd was. Onze gegevens werden vastgelegd, de betaling zou wel worden geregeld als we straks – na inchecktijd – weer terug zouden komen.

Ondanks dat White Mesa Arch wat meer tijd had gekost dan dat we hadden verwacht, hadden we nog wel tijd genoeg over om naar Toadstool Hoodoo te gaan. In 2006 waren we daar ook al eens, we zagen dat er inmiddels een paar kleine dingen veranderd zijn. Er staat nu een informatiebord bij de trailhead, er zijn cairns geplaatst, de trail register is verplaatst. En behalve dat is er nóg iets veranderd: drie jaar geleden zagen we hier helemaal niemand, maar inmiddels is het een vrij drukke trail geworden. De kleine parkeerplaats was bijna helemaal vol, we kwamen tijdens onze wandeling dan ook diverse groepjes mensen tegen. Gelukkig is er ook één ding hetzelfde gebleven, de omgeving is nog steeds even schitterend! We hebben er dan ook weer volop van genoten om hier rond te dwalen, waarbij we niet alleen Toadstool maar ook de vele andere hoodoos die hier te vinden zijn uitgebreid hebben bekeken en gefotografeerd.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlTerwijl we daar over het slickrock liepen, voelde ik een bekend en helaas ook verontrustend pijntje onder mijn rechter grote teen. We hebben tijdens het afgelopen jaar flink wat gelopen, thuis in de Gerwense bossen, en vooral de laatste maanden heb ik al vaker last van dat plekje gehad. Eerst negeerde ik het, gewoon doorlopen en hopen dat het niet erger wordt. Maar het werd dus wél erger, bij elke stap voelde ik mijn teen een beetje luider protesteren. Verdorie, zo snel verergerde dat tijdens onze Gerwense wandelingen nooit, ik baalde dan ook behoorlijk dat het hier – zo vroeg tijdens onze vakantie – al zo grondig mis ging. Het leek wel of het pad terug naar de auto veel langer was dan tijdens de heenweg! Eenmaal in de auto deed ik natuurlijk meteen mijn schoen uit, mijn teen was me, al wiebelend, bijzonder dankbaar voor deze vrijheid. Het zere gevoel trok gelukkig heel snel weg.

Ik weet niet wat er met de motels aan de hand is, dit jaar, maar de Super 8 in Page was nu al de derde plek waar de naam Meulenbroeks niet in het computersysteem te vinden was. Hallo, we hebben een paar uur geleden hier ook aan de balie gestaan en toen is toch echt vastgelegd dat wij hier graag twee nachtjes willen slapen. Maar nee hoor, Meulenbroeks, die kennen we niet hoor. Er was nog plaats genoeg, dus we konden toch een kamer boeken. Maar dit was wel een goede les voor ons, voortaan moeten we altijd om een schriftelijke bevestiging vragen.

Tja, wat doe je zoal op je motelkamer? Allereerst de airco aan, want het was er warm. De laptop aan, want we willen een verslag en foto’s online zetten. En de douche aan, want een frisse wasbeurt was ook geen overbodige luxe. De airco deed het, maar niet met overtuiging. Zelfs op de hoogste stand kwam er maar een armzalig klein beetje verkoelende lucht de kamer binnen. Internet werkte ook, maar het leek wel of er een of andere beveiliging op zat want het uploaden van onze gegevens wilde niet lukken. De douche werkte prima, alleen de afvoer had er geen zin in, het water stroomde niet weg. Al met al kunnen we dus wel concluderen dat de Super 8 van ons, zowel qua klantvriendelijkheid als qua comfort, een dikke onvoldoende krijgt toebedeeld.

 
Dag 5 : woensdag 22 april : page - yellow rock - cottenwood canyon road - bryce canyon

Gereden : 136 mijl, waarvan 50 mijl dirtroad
Yellow Rock Trail : 5 kilometer

Copyright © www.ontdek-amerika.nlDaar stonden we dan, ’s ochtends in alle vroegte, onder aan de steile helling die we zouden moeten beklimmen om bij Yellow Rock te kunnen komen. De gevréésde steile helling, want in elk reisverslag waarin Yellow Rock voorkomt wordt ie genoemd: extreem steil, en erg verraderlijk vanwege de losse steentjes die er voor zorgen dat je makkelijk uitglijdt. Precies het soort helling dus waar ik een vreselijke hekel aan heb.

Terwijl we omhoog klommen probeerde ik de gedachte aan de onvermijdelijke afdaling, straks aan het einde van onze hike, zoveel mogelijk van me af te zetten. En eigenlijk was het niet eens zo moeilijk om níet aan de afdaling te denken, ik had het er al druk genoeg mee mijn aandacht bij de beklimming te houden. Het begin viel nog wel mee, maar hoe verder we kwamen, hoe steiler het werd. Vooral het allerlaatste stukje ging voor mijn gevoel loodrecht omhoog, gelukkig maar dat net hier wat rotspunten naast het pad zaten waar ik me aan vast kon houden.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlEenmaal boven zijn we eerst eens even rustig aan de kant gaan zitten, zogenaamd om van het uitzicht te genieten maar in werkelijkheid natuurlijk vooral om eens even flink uit te puffen en af te koelen. Met het uitzicht was overigens ook niets mis hoor, de Cottonwood Canyon Road lag diep beneden ons en we konden de scheve rotsen van de Cockscomb zo mooi van bovenaf bekijken. Toen we weer op adem waren gekomen, begonnen we aan het tweede deel van de hike. Yellow Rock was nog niet te zien, maar dankzij onze routebeschrijving en de her en der geplaatste cairns konden we toch heel eenvoudig de juiste route vinden. En al snel kwam die prachtige gele rots in beeld, en hoe dichterbij we kwamen, hoe beter we de prachtige structuren en de subtiele kleurnuances konden zien. Ongelooflijk, wat is dit toch weer een apart en bijzonder mooi stukje natuur.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlUiteraard wilden we Yellow Rock niet alleen van beneden af zien, de top die nog zo’n 100 meter boven ons lag moesten we natuurlijk ook kunnen bereiken. Nou, dat viel best nog tegen hoor, de klim omhoog was zwaarder dan ik verwachtte. Halverwege hield ik het dan ook even voor gezien, het was tijd voor een nieuwe rustpauze. Alleen voor mij, Hans ging wel in een keer door naar de top. Ik heb echt zitten genieten daar, wat een prachtige lijnen zag ik overal rondom me, en dan die kleuren… geel natuurlijk, maar ook veel oranje en rood. Na een tijdje riep Hans dat ik toch echt ook boven moest komen, ik was inmiddels weer goed genoeg uitgerust om ook die laatste klim nog aan te kunnen. Eenmaal boven werd ik dus getrakteerd op een van de mooiste uitzichten ooit tijdens al onze vakanties; ik durf het zelfs wel het állermooiste uitzicht te noemen. Aan alle kanten om ons heen, 360 graden rondom, zagen we de rotsformaties in de meest prachtige rotsen en kleuren. Magnifiek…. onze tocht naar Yellow Rock mag letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt van deze vakantie worden genoemd.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlOp de weg terug naar beneden zagen we nog veel meer mooie structuren in de zandstenen rotswand van Yellow Rock, overal gele, oranje en rode lijnen en kringen. Onze fototoestellen hadden het er maar druk mee, we hebben vooral heel veel ‘laag bij de grondse’-foto’s gemaakt. Het omlaag lopen over dat schuine slickrock was overigens niet al te best voor mijn voeten, was het gisteren vooral mijn grote teen die zeer deed, nu begon ik mijn rechtervoet eigenlijk aan alle kanten te voelen. Links deed ook mee met het protest, maar wel heel wat minder luid. Op het gedeelte tussen Yellow Rock en de steile helling staan veel kleine bomen, en we zijn in de schaduw van een van die bomen gaan zitten voor een uitgebreide pauze. Schoenen uit, tenen wiebelen…. Het hielp wel, na de pauze deden m’n voeten gelukkig weer iets minder zeer.

Tja, toen moesten we dus ook nog via de steile helling naar beneden. Op de heenweg had ik de gedachte daaraan goed van me af kunnen zetten, maar nu de helling weer dichterbij kwam voelde ik me er toch wel wat zenuwachtig voor worden. Ik besloot om de tip die ik in een reisverslag had gelezen op te volgen: niet lopend, maar glijdend op m’n kont naar beneden! Copyright © www.ontdek-amerika.nlIk had me daar al op voorbereid, ik had speciaal voor deze hike van thuis een oude lange broek en handschoenen meegenomen. De broek had ik uiteraard al aan, de handschoenen zaten in de rugzak en die werden nu dus tevoorschijn gehaald. En het ging prima! Al zittend, met m’n handen als steun op de grond, gleed ik vlotjes naar beneden. De broek mocht kapot, m’n handen waren beschermd, ik kan het iedereen die deze afdaling lastig vindt aanraden om het om deze manier te doen. Ik heb niet het hele stuk zo gedaan hoor, alleen de steilste gedeeltes.

Ik was blij toen we weer bij de auto aankwamen, hoewel het qua afstand geen lange hike is was het toch behoorlijk inspannend geweest. We zijn in totaal ongeveer vier uur onderweg geweest, inclusief de drie pauzes. We moesten nu nog wel een beslissing nemen: we hadden onze tweede overnachting in de Super 8 in Page geannuleerd dus we wisten nog niet waar we zouden gaan slapen, vannacht. Terug naar Page en een ander motel zoeken was een mogelijkheid, we hadden daar nog wel wat dingen op de planning staan. We konden er ook voor kiezen om door te rijden en aan het eind van de vakantie naar Page terug te gaan, als daar dan nog tijd voor zou zijn. Dat leek ons het beste idee, we gingen dus via de Cottonwood Canyon Road verder naar het noorden.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlHet was – op vijf dagen na – precies drie jaar geleden dat we deze weg ook al eens hadden gereden. Toen was deze dirtroad in prima conditie, maar het wegoppervlak viel ons deze keer behoorlijk tegen. Vooral de spoorvorming viel op, het maakte de rit heel wat hobbeliger dan de vorige keer. Al had onze SUV er geen serieuze problemen mee, hoor. We hadden het weer prima naar onze zin tijdens deze rit, het is toch wel een van de mooiere dirtroads die we kennen. Vooral het stukje waar de weg omhoog loopt tussen de gekleurde rotsen door, dat is echt een topper.

Niet ver voor het einde van de Cottonwood Canyon Road kan je via een zijweg naar een slot canyon rijden, Round Valley Draw. Deze canyon stond, dankzij de zeer aansprekende foto’s die we op internet hadden gevonden, heel erg hoog op ons verlanglijstje. Maar er was één probleem: de ingang. Je kan de canyon alleen maar binnengaan door je via een vier meter diepe ‘schoorsteen’ naar beneden te laten zakken, en we wisten bij voorbaat al dat me dat zonder hulpmiddelen zeker niet zou gaan lukken. Copyright © www.ontdek-amerika.nlNu heb ik op een Duits forum gelezen dat in de plaats Escalante een lichtgewicht ladder geleend kan worden, en eigenlijk hoopten we dat ik met behulp daarvan wél de canyon in zou kunnen komen. Omdat we er nu toch in de buurt waren besloten we om even het omweggetje naar Round Valley Draw te nemen, zodat we konden bekijken of we de afdaling met ladder aan zouden durven. Het laatste stukje van de route, zo’n driekwart mijl, zouden we door een droogstaande wash moeten rijden.Helaas, toen we bij het begin van die wash aankwamen durfden we het toch niet aan om daar met de auto in te gaan. Er kwam nogal wat bewolking opzetten, en het risico om hier door een bui overvallen te worden leek ons toch wat te groot. En om nu nog eens twee keer driekwart mijl te gaan lopen alleen om die ingang te gaan bekijken, dat leek ook al niet zo’n goed idee. Zere voeten, weet je wel! Dus zijn we onverrichter zake maar weer naar de Cottonwood Canyon Road teruggereden.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlIn Cannonville zijn we naar het BLM-kantoor gegaan. De ranger daar kende de omgeving heel goed, hij bevestigde dat het behoorlijk moeilijk is om Round Valley Draw binnen te komen. Maar over die andere slot canyon die bekend staat om z’n moeilijke ingang, Zebra Canyon, was hij veel positiever. Dat zou vast moeten lukken, zo beloofde hij ons. Mede op zijn advies besloten we om Round Valley Draw definitief uit onze plannen te schrappen, jammer maar helaas. Zebra, ook al een bestemming waar we vooraf onze twijfels over hadden, was natuurlijk een prima vervanging.

Uiteindelijk kwamen we voor onze overnachting terecht in Bryce Canyon National Park. Zes jaar geleden waren we hier voor het laatst, en ik vond het echt geweldig om hier nog eens terug te komen. Veel hebben we niet meer gedaan hoor, alleen nog wat foto’s gemaakt tijdens zonsondergang. En genoten van het prachtige Amphitheatre, ook al hadden we het al vaker gezien, het blijft indrukwekkend. Het was al laat, en de temperatuur ging heel hard naar beneden. We stonden echt te rillen daarboven bij de uitkijkpunten, dus op het moment dat het te donker werd om nog te kunnen fotograferen zijn we snel de beschutting van de auto op gaan zoeken en naar onze motelkamer gereden. Daar was het tijd om mijn voeten eens te inspecteren, er bleek een flinke blaar op de hak van mijn rechtervoet te staan. Gek, dat was de plek waar ik nog het minste last van had! Nu hadden we wel een bescheiden voorraadje aan verbandmiddelen, betadine ed van thuis uit meegenomen, maar blarenpleisters, daar hadden we niet aan gedacht. Gelukkig bleek de winkel van het Ruby’s Inn Motel nog open te zijn, en zo konden we alsnog twee doosjes met blarenpleisters aan onze ehbo-voorraad toevoegen.
 
Dag 6 : donderdag 23 april : bryce canyon NP - Zebra Canyon - Escalante

Gereden : 82 mijl, waarvan 8 mijl dirtroad
Zebra Canyon Trail : 8 kilometer

Copyright © www.ontdek-amerika.nlDe Fairyland Loop Trail in Bryce Canyon National Park is bijna 14 kilometer lang, en er komen flink wat hoogteverschillen in voor. Niet echt een trail dus voor iemand met zere voeten. We zijn naar de trailhead gereden, waar we nog wel even onze fototoestellen uit de tas hebben gehaald, maar – helaas - de wandelschoenen toch maar niet. Het lopen van deze trail blijft voorlopig nog even op ons verlanglijstje staan.

Juist in dit gedeelte van onze reis had ik de ene na de andere hike gepland. Op papier leek de Zebra Canyon Trail - 8 kilometer lang en zonder noemenswaardige hoogteverschillen - daarvan de makkelijkste te zijn, en we besloten om die te gaan proberen. Dus reden we naar Escalante, boekten een nachtje in de Prospector Inn, en gingen vervolgens via de prima begaanbare Hole in the Rock Road naar het begin van de trail.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlWe hebben inmiddels een heel ritueel voordat we aan een hike kunnen beginnen: insmeren met zonnebrandolie, foto-apparatuur controleren, tassen vullen met water en snacks… Daar kwam nu dus nog een extra handeling bij: schoenen en sokken uit, en alle potentiële pijnlijke plekken netjes bepleisteren! Daarna konden we dan toch op pad, we liepen via een open terrein langs de bovenzijde van een droogstaande wash. Even verder werd de omgeving mooier, de wash loopt daar door een gebied met lage zandstenen heuvels die dankzij de golvende structuren een beetje doen denken aan de omgeving van The Wave. Wat minder spectaculair, maar desalniettemin toch prachtig om te zien. Op gegeven moment kwamen we een vrouw tegen die al op de terugweg was, ze vertelde dat ze net naar Zebra Canyon was geweest. Natuurlijk wilden we heel graag weten of de ingang van de canyon droog was – er staat daar immers heel vaak een flinke plas water, soms zelfs zo hoog dat je de canyon niet eens in kan gaan. “Het is er kurkdroog”, zo verzekerde de vrouw ons, en daar waren we natuurlijk heel blij om. Ze waarschuwde ons wel voor de wind, het waaide erg hard bij Zebra en daar had ze best wel last van gehad.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlEr stond inderdaad geen water bij de ingang, wel lag er een enorme hoop los zand. Bij elkaar gewaaid door de harde wind. We wisten dat hier in de buurt ook veel Moqui Marbles te zien zouden moeten zijn, dat zijn donkere, ronde, uit de kluiten gewassen kiezelstenen. Maar we konden er vrijwel geen vinden, waarschijnlijk lagen ze onder al dat zand verstopt. Over het losse zand heen ploeterden we Zebra Canyon in, we wisten dat we daar al snel een lastige doorgang tegen zouden komen. De wanden van de canyon komen daar aan de onderzijde in een V-vorm heel dicht bij elkaar, het is niet mogelijk om daar je voeten neer te zetten. Je zal dus – zo hadden we gelezen – je rug tegen de ene wand moeten duwen en je voeten tegen de andere wand, en zo zijdelings dit smalle gedeelte door moeten schuifelen. Maar opnieuw hadden we geluk, iemand was op het idee gekomen om een grote tak aan de onderzijde tussen de wanden in te klemmen; super handig… we konden nu ‘gewoon’ over die tak heenlopen. We moesten wel eerst onze rugzak en heuptas af doen, anders zouden we er echt niet doorheen hebben gekund. Hans ging eerst, toen hij zich door de smalle doorgang had gewrongen draaide hij zich om, kwam weer half terug en nam daar de rugzak van mij aan. Nadat hij die achter zich had weggelegd mocht hij dezelfde manoeuvre nog drie keer uitvoeren, voor mijn heuptas, zijn fotocamera en de mijne. Tenslotte was het mijn beurt om over de tak heen te lopen….

Copyright © www.ontdek-amerika.nlEindelijk stonden we dus echt in Zebra Canyon. Hier, helemaal in het begin, waren de wanden nog niet op hun mooist. Een paar meter verder maakte de canyon een bocht naar rechts; we moesten daar nog een klein klimmetje maken en toen bereikten we het gedeelte dat je altijd op de foto’s ziet: de golvende wanden met de prachtige zebra-achtige strepen. Aan de onderzijde staan de wanden zo dicht bij elkaar dat je er maar net één voet tegelijk neer kunt zetten. De canyon is wel heel erg kort, zo’n 25 meter maar, schat ik. Natuurlijk wilden we dolgraag meteen foto’s gaan maken, maar nu liet het geluk ons even in de steek. We hadden niet op een slechter moment hier kunnen zijn, de zon kwam net de canyon binnenvallen en één wand werd nu fel verlicht, terwijl de andere wand nog helemaal donker was. Absoluut onmogelijk dus om te fotograferen, het contrast was veel te groot. Natuurlijk waren we niet van plan om zonder foto’s hier weg te gaan, dus er zat maar één ding op: wachten!

Copyright © www.ontdek-amerika.nlHelemaal achterin in de canyon is een ronding waar ik heerlijk bleek te kunnen zitten, het is ook echt de enige plek die daarvoor voldoende ruimte biedt. Terwijl ik daar lekker zat te rusten liep Hans nog wat door de canyon heen, hier en daar wat detailfoto’s makend. Ondertussen wakkerde de toch al harde wind nog verder aan, en daardoor werden de omstandigheden in de canyon er niet beter op. Het losse zand waaide met hele wolken tegelijk naar binnen, ik heb mijn camera ter bescherming maar onder mijn shirt gehouden. Na een tijdje was het zonlicht van de ene wand verdwenen, en werd juist de andere wand verlicht. Even peilen hoe snel de schaduw terrein won: we namen een in de canyonwand geperste Moqui Marble als oriëntatiepunt, en keken hoe lang die nog in de zon bleef. Niet lang, de schaduw schoof duidelijk zichtbaar over de canyonwand omhoog. Gelukkig maar, want we waren het toch echt wel beu om hier in die vervelende zandwolken te zitten. Toen het rechtstreekse zonlicht helemaal was verdwenen hebben we snel wat foto’s gemaakt; hoe mooi Zebra Canyon ook is, we waren blij toen we weer naar buiten konden.

De terugweg was zwaar, we hadden de wind pal tegen en we werden compleet gezandstraald. En het leek wel of iemand – terwijl wij in de canyon zaten – de heuveltjes waar we overheen moesten lopen stiekem wat hoger had gemaakt. Mijn voeten hielden zich redelijk goed, ik merkte dat ik over deze zachtere ondergrond wat beter kon lopen dan over het harde, schuine slickrock van gisteren. En ook de pleisters leken te werken. Maar desondanks bleek de hike voor mijn voeten toch een kilometertje of twee te lang te zijn…
 
Dag 7 : vrijdag 24 april : burr trail-wolverine loop trail-strike valley overlook-halls Creek Overlook

Gereden : 177 mijl, waarvan 91 mijl dirtroad
Strike Valley Overlook Trail : 1,6 kilometer

Copyright © www.ontdek-amerika.nlWe schrapten alle Hole in the Rock Road-wandelingen uit onze planning, het leek ons beter om mijn voeten een paar dagen rust te gunnen. Dat betekende dus dat we vandaag en morgen wat langere autoritten zouden gaan maken, en daarbij kwam de Wolverine Loop Road – die tijdens de voorbereidingen thuis wegens ‘niet zo heel interessant’ uit het to-do lijstje was verdwenen – toch weer in beeld. De Wolverine Loop Road is een vrij onbekende, 28 mijl lange dirtroad, waarvan het begin en het einde uitkomen op de Burr Trail.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlNu we deze route zelf hebben gereden snap ik best wel waarom er op internet niet zoveel over te vinden is, onderweg kom je namelijk nergens specifieke bezienswaardigheden of hoogtepunten tegen. Maar toch hebben we het prima naar onze zin gehad, de Wolverine Loop Road heeft een zeer hoog ‘in-the-middle-of-nowhere’-gehalte, en de omgeving was heel afwisselend. Open gebieden met zicht op hoge rotsen in de verte, een gedeelte waar we juist dicht langs de rotsen af reden, halverwege zagen we diepe kloven naast de weg, en wat verderop ook nog een stuk met veel meer struiken en kleine bomen. De route was vrijwel overal heel eenvoudig begaanbaar, ook toen we een stukje door een droogstaande wash moesten rijden en op het moment dat we een kreekje moesten oversteken.

We kwamen weer op de Burr Trail terecht dicht bij een van de mooiste plekken waar we ooit hebben gepicknickt, precies op de grens van Capitol Reef National Park. Ik lustte ondertussen wel een boterhammetje, maar ons plan om de picknick van drie jaar eerder nog eens over te doen kon helaas toch niet doorgaan. Want het waaide weer eens zo verschrikkelijk hard dat hier eten absoluut geen optie was. We hoopten maar dat we ergens verderop een beter beschutte picknickplek zouden kunnen vinden.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlMaar eerst gingen we een tweede poging doen om de dirtroad door Upper Muley Twist Canyon te gaan rijden; drie jaar geleden durfde ik die rit niet aan omdat er toen zoveel gemene puntige keien op het wegoppervlak lagen. Maar onlangs had ik gelezen dat de weg enigszins geëgaliseerd zou zijn; het reisverslag waarin dat stond was inmiddels wel weer meer dan een half jaar oud dus hoe de toestand nu zou zijn, daarvan hadden we uiteraard geen idee. Nou, het zag er inderdaad veel minder erg uit dan de vorige keer. Of léék dat alleen maar, omdat ik inmiddels heel wat meer gewend ben, wat dirtroads betreft? Hoe dan ook, ik ben ontzettend blij dat ik het deze keer wel heb aangedurfd om verder te gaan, de rotsomgeving waar de smalle weg tussendoor loopt is supermooi. Copyright © www.ontdek-amerika.nlWe kwamen nog wel wat lastige losse keien tegen, en een heel smal stukkie waar de auto tussendoor gemanoeuvreerd moest worden; op die momenten heb ik dus echt nog wel even met m’n billen zitten knijpen. Maar niet al te erg hoor, dit valt hooguit in de categorie “een heel klein beetje eng”.

Na drie mijl bereikten we het einde van de dirtroad, we parkeerden de auto en we trokken (ja hoor, toch nog!) onze wandelschoenen aan. Want natuurlijk wilden we nu wel even naar de 800 meter verderop gelegen Strike Valley Overlook, zoiets sla je niet over als je er zo dichtbij bent. Aan alle lovende woorden die ik al over dit uitkijkpunt had gelezen, mag ik er nu zelf ook een rijtje toevoegen: indrukwekkend, adembenemend, magnifiek…. Je kijkt uit over een deel van de Waterpocket Fold, dat is een 160 kilometer lange plooi in de aarde die is ontstaan doordat geologische krachten de aardkorst helemaal schuin hebben gedrukt. Echt geweldig om dit te kunnen zien. Het was overigens wel heel moeilijk om dit uitzicht te fotograferen, op een foto komt helaas niet echt goed over hoe indrukwekkend het hier is.

Terug bij de auto was het toch echt hoog tijd om een hapje te gaan eten. Het waaide ook hier erg hard, maar gelukkig net iets minder hard dan boven op de Burr Trail. We plaatsten de auto zo dat we in elk geval een beetje beschutting hadden tegen de wind, en daarna begon het gevecht met de plastic bordjes, de dekseltjes e.d., die om de beurt besloten om er – tijdens een windvlaag – vandoor te gaan. Echt comfortabel was ’t niet, om zo te moeten eten. Copyright © www.ontdek-amerika.nlTerwijl we druk in de weer waren met boterhammen smeren, eten, en het tegelijkertijd vasthouden van onze spullen, kwam er een Amerikaans echtpaar langslopen. Zoals zo vaak kregen we de vraag: “Where you’re from?”, en toen wij zeiden dat we uit The Netherlands kwamen reageerden ze heel enthousiast. Daar waren ze een aantal jaren geleden tijdens hun huwelijksreis nog geweest! Toch wel grappig dat wij zo geïnteresseerd zijn in Amerika, terwijl Amerikanen zich juist zo vaak door Europa aangetrokken voelen.

Via de Upper Muley Twist Canyon reden we terug naar de Burr Trail, een paar meter voordat we die bereikten kwamen er net twee auto’s via de Burr Trail aanrijden. De voorste draaide meteen ‘onze’ weg op, niet handig want zo breed was het daar niet. Het zou toch wel makkelijker zijn geweest als de bestuurder 10 seconden gewacht had, zodat wij eerst van de weg af hadden kunnen gaan. Blijkbaar zag hij meteen zijn vergissing in, want net zo plotseling als dat hij Upper Muley Twist Canyon was ingedraaid, zette hij nu zijn auto in de achteruit. Tja, die tweede auto was dus achter hem aangereden…. En dus waren wij getuige van een botsing op wel een van de laatste plekken waar je dat verwacht. Gelukkig was er alleen wat blikschade, de mensen van de twee auto’s leken bij elkaar te horen dus wij hebben ons er verder maar niet mee bemoeid.

Via de schitterende Burr Trail Switchbacks reden we naar beneden, direct daarna bereikten we de splitsing waar we drie jaar geleden linksaf waren gegaan, de Notom Bullfrog Road op. Deze keer gingen we rechtsaf, we wilden het zuidoostelijke deel van de Burr Trail ook wel eens zien. Al snel bereikten we een weggedeelte waar veel dips zaten, dat zijn plekken waar de weg ineens – over een korte afstand – wat dieper ligt. Copyright © www.ontdek-amerika.nlHier moet je echt niet rijden als het hard geregend heeft, voor het geval dat iemand dat niet uit zichzelf door zou hebben stonden er duidelijke waarschuwingsborden naast de weg! Op enige afstand van de weg zagen we een prachtige, uit heel donker gesteente bestaande mesa. Een beetje ‘maanlandschap-achtig’, precies waarvan wij houden dus.

Ons doel was – opnieuw – een uitzicht over de Waterpocket Fold. Dit overzicht heet Halls Creek Overlook, en de zijweg die daarnaar toe gaat heet dan ook de Halls Creek Overlook Road. Vooral het laatste stukje van deze weg viel me behoorlijk tegen, we reden hier over heel ongelijke rotsplaten met gemene randen erin, dit was er dus echt een van de “flink met m’n billen knijpen”-categorie. Ik was blij toen de auto ongeschonden de parkeerplaats bereikte. Het uitzicht was iets minder indrukwekkend dan dat vanaf de Strike Valley Overlook, maar desalniettemin nog steeds bijzonder mooi. Was ’t vanaf Strike Valley Overlook al een hele opgave om fatsoenlijke foto’s te maken, hier bleek het nog veel moeilijker te zijn. Wind, wind en nog eens wind! Alleen tussen de windvlagen door konden we zo nu en dan even snel een plaatje schieten.

Vanaf Halls Creek Overlook was ’t nog een heel eind rijden naar Torrey, het plaatsje waar we wilden gaan overnachten. De rit nam meer tijd in beslag dan we verwachtten, en onze hoop dat we nog op tijd in Capitol Reef National Park aan zouden komen – waar we in het Visitor Center wilden gaan informeren naar de conditie van de Cathedral Valley Loop – nam onderweg dan ook flink af. We redden het uiteindelijk net niet, op het moment dat we de parkeerplaats opreden zagen we dat de rangers net de deur van het Visitor Center op slot deden. Jammer, maar niet echt erg. Morgenvroeg hadden we tijd genoeg om alsnog even navraag te gaan doen.
 
Copyright © www.ontdek-amerika.nl Copyright © www.ontdek-amerika.nl Copyright © www.ontdek-amerika.nl
 

All pictures © copyright hanz en henriëtte meulenbroeks
Gastenboek
Links Contact Disclaimer