Of("#")!=0){ d.MM_p[j]=new Image; d.MM_p[j++].src=a[i];}} } function MM_swapImgRestore() { //v3.0 var i,x,a=document.MM_sr; for(i=0;a&&i0&&parent.frames.length) { d=parent.frames[n.substring(p+1)].document; n=n.substring(0,p);} if(!(x=d[n])&&d.all) x=d.all[n]; for (i=0;!x&&i
Home Nationale ParkenBezienswaardighedenUpdate
Reisverslag 2016 ~ week 1
Week 1 Week 2 Week 3 Foto's Gastenboek All pictures and text © copyright hanz & henriëtte meulenbroeks
 
Inleiding

Just a spin around the block”, zei de man van National Autoverhuur lachend toen wij onze Chevrolet na de vakantie bij hem inleverden. Blijkbaar kwam hij het niet elke dag tegen dat er na 3 weken autohuur 4.336 extra mijlen op de teller staan!

Natuurlijk wisten we al tijdens de voorbereidingen voor deze vakantie dat we weer een behoorlijke afstand af zouden gaan leggen. We wilden immers drie ver van elkaar gelegen Nationale Parken gaan bezoeken, namelijk Mount Rainier, North Cascades en Glacier. Maar tegelijkertijd wilden we niet vastzitten aan de regio noordwest. Stel je voor dat het hartstikke slecht weer zou zijn, dan moesten we wel de mogelijkheid hebben om naar een ander gebied uit te kunnen wijken. En dus werd Salt Lake City onze aankomst- en vertrekplaats. Met heel wat passen en meten wist ik de voornaamste bestemmingen in één route te persen. Dat zag er prima uit, zo vonden we. Totdat een week of twee voor vertrek de twijfel toesloeg, dit waren toch wel héél erg veel mijlen, zelfs voor lange-afstand-vreters zoals wij. Op het laatste moment hebben we North Cascades daarom uit de route gehaald, dat gaf ons een dag extra in Mount Rainier en een dag extra in Glacier.

Kort voor ons vertrek zagen de weersvoorspellingen voor het noordwesten er prima uit. Reden genoeg dus om definitief voor de geplande route te kiezen. Inclusief de vele mijlen, en – al wisten we dat op het moment van vertrek uiteraard nog niet – ook inclusief een heuse “Hoge Noodlanding”, een uniek moment in Yellowstone National Park en zowaar ook nog een val in een afgrond!!

De route
Dag 1:  Amsterdam – Salt Lake City – Wendover
Dag 2:  Wendover – City of Rocks – Shoshone Falls - Twin Falls
Dag 3:  Twin Falls – Leslie Gulch – Caldwell
Dag 4:  Caldwell – Dry Creek Falls – Cascade Locks
Dag 5:  Cascade Locks – Eagle Creek Trail  -  Cascade Locks
Dag 6:  Cascade Locks – Panther Falls – Tamanas Falls – Cascade Locks
Dag 7:  Cascade Locks – diverse watervallen – Mount Rainier NP – Packwood
Dag 8:  Packwood – Mount Rainier NP – Packwood
Dag 9:  Packwood – Mount Rainier NP – Packwood
Dag 10: Packwood – Steptoe Butte SP – Colfax
Dag 11: Colfax – Lake McDonald
Dag 12: Lake McDonald – Going-to-the-Sun Road – Many Glacier
Dag 13: Many Glacier
Dag 14: Many Glacier – Two Medicine – Livingston
Dag 15: Livingston – Yellowstone Lake
Dag 16: Yellowstone NP
Dag 17: Yellowstone Lake – McKee Spring Petroglyphs - Vernal
Dag 18: Vernal – McKonkie Ranch Petroglyphs – Fantasy Canyon – Vernal
Dag 19: Vernal – Dinosaur National Monument – Vernal
Dag 20: Vernal – Salt Lake City
Dag 21 en 22:  Salt Lake City – Vancouver - Amsterdam – Gerwen

 
Dag 1 : donderdag 23 juni : amsterdam - salt lake city - wendover

Gereden:  134 mijl

We hadden gekozen voor een rechtstreekse vlucht van Amsterdam naar Salt Lake City. Heerlijk, daarmee voorkwamen we de ‘Halen we onze aansluiting?’- en de ‘Komen de koffers mee op de tweede vlucht?’-stress. We zaten na onze take off in Amsterdam dan ook lekker op ons dooie gemak de ruim 10 uur durende vlucht uit te zitten, alles ging heel voortvarend. We vlogen boven IJsland door. Gek, we keken nu heel anders naar dat kleine landje zo diep beneden ons dan tijdens al die voorgaande keren. Want wat hebben we het daar enorm naar onze zin gehad, vorig jaar. We herkenden zelfs de vulkaan Snæfellsnesjökull waar we omheen gereden zijn. Leuk om zo even aan die prachtige vakantie terug te denken.

Ik ben zowaar even in slaap gesukkeld, dat gebeurt me niet zo gauw op de heenreis. Toen ik weer wakker werd, besloot ik om even de benen te gaan strekken. En tegelijk maar even van het toilet gebruik te gaan maken. Er stond één persoon voor me te wachten….., en te wachten….., en te wachten….. Langzaam aan drong het tot me door dat dat niet kwam omdat er andere passagiers waren die erg veel tijd nodig hadden, nee, er bleek iets mis te zijn met de toiletten. Een stewardess gaf aan dat we maar even naar achteren moesten lopen, dan konden we daar van het toilet gebruik maken. Maar ook daar was er een probleem, de toiletten spoelden niet meer door en de stewardessen hadden duidelijk geen idee hoe ze dat op moesten lossen. “If you gotta go, you gotta go!”, was het commentaar van een van de dames, en ze gaf me toestemming om toch nog even te gaan plassen. Okay, heel fris was het niet, maar ik was uiteraard wel blij dat ik nog even had kunnen gaan.

Niet lang daarna (ik was een van de laatste passagiers die nog van het toilet gebruik had mogen maken) kwam de mededeling dat het probleem dus echt niet kon worden opgelost. Bij de toiletten werden nu spuugzakken ter beschikking gesteld voor wie het écht niet meer hield. Ik heb overigens vrijwel niemand meer richting de toiletten zien lopen, dus ik heb niet de indruk dat er veel mensen van dit alternatief gebruik hebben gemaakt. © copyright  www.ontdek-amerika.nlOp gegeven moment gaf de flight tracker aan dat het nog zo’n 2 uur vliegen was naar Salt Lake City. Een lange zit dus voor de mensen die nog niet naar het toilet waren geweest. Te lang blijkbaar, naar het oordeel van de crew, we kregen namelijk te horen dat we een tussenlanding zouden gaan maken in Minneapolis. Het zou nog 1 uur gaan duren voordat we daar konden gaan landen.

We vroegen ons af of dit nou wel zo’n goede actie was. Want hoeveel tijd zou het wel niet gaan kosten om iedereen in Minneapolis uit te laten stappen en daar op de luchthaven van het toilet gebruik te laten maken? En wat zou er daarna gebeuren? Zouden we met dit vliegtuig verder kunnen of zou er misschien zelfs een ander vliegtuig moeten worden ingezet. Dan zou het nog veel meer tijd gaan kosten. En dat allemaal voor één uur plas-tijdwinst. Nou ja, we hadden natuurlijk wel makkelijk praten omdat we allebei al een keer waren geweest, er waren ongetwijfeld ook veel mensen aan boord voor wie de acute nood heel wat hoger was.

Een uurtje later was onze “Hoge Noodlanding” in Minneapolis een feit. We kregen te horen dat we moesten blijven zitten, en al snel verscheen er een onderhoudsploeg die meteen met de toiletten aan de slag ging. Ze waren nog maar nauwelijks binnen, toen werd er al omgeroepen dat twee toiletten alweer gebruikt mochten worden. Hans liep naar achteren, daar heeft ie zowaar nog even lekker een luchtje kunnen scheppen op het liftplatform van de onderhoudsploeg. Ook de andere toiletten werden heel snel alweer ‘in gebruik’ verklaard. Zo snel, dat wij toch wel het ernstige vermoeden hadden dat er helemaal geen sprake was van een technisch probleem, maar van een onderhoudsprobleem. Was de onderhoudsploeg in Amsterdam voor ons vertrek misschien vergeten om de toiletten te legen??

Even stond er een rij van benepen kijkende mensen in het gangpad, en even later kwamen diezelfde mensen met opgeluchte gezichten weer voorbij. Ondertussen waren er natuurlijk heel wat passagiers die beseften dat ze hun aansluitende vlucht in Salt Lake City niet zouden gaan halen, ik hoorde hier en daar wat telefoongesprekken waarin ze hun familieleden van de vertraging op de hoogte stelden. Een stel Duitsers eiste op hoge toon dat ze het vliegtuig uit wilden, en dat ook hun koffers eruit moesten worden gehaald. Ze wilden liever vanuit Minneapolis naar hun eindbestemming Denver vliegen. Maar ze kregen geen toestemming, ze moesten gewoon – net zoals alle andere passagiers – mee naar Salt Lake City.

Uiteindelijk viel het oponthoud in Minnepolis ons reuze mee, één uur na de landing taxieden we alweer naar de startbaan. We hadden zo rond half 1 ’s middags in Salt Lake City aan moeten komen; uiteindelijk landden we er om half 4, drie uur later dus dan gepland. Toch bleek het oponthoud nog niet helemaal achter de rug te zijn, alle gates waren bezet en we moesten ruim een kwartier wachten voordat we naar een gate konden taxiën en het vliegtuig uit mochten. En de stewardessen bleven zich maar tegenover iedereen verontschuldigen, gelukkig voor hen waren de meeste passagiers heel begripvol. Behalve die Duitsers, dan.

We hoopten dat we nog genoeg tijd en energie over zouden hebben voor de lange rit die we nog voor de boeg hadden (ja hoor, we zijn meteen al op dag 1 begonnen met kilometervreten!) Maar bij Immigration zakte ons de moed toch wel even in de schoenen. Wat stonden daar ongelooflijk veel mensen, en dat terwijl er maar drie beambten in de hokjes zaten om die enorme rij weg te werken! Heel langzaam schuifelden we naar voren, dit zou ons opnieuw erg veel tijd gaan kosten. Maar de oplossing was nabij! Een medewerker van de Airport vroeg aan alle wachtende mensen wie er al ooit eerder bij binnenkomst in Amerika Esta had gebruikt? Wij dus! En zowaar, wij mochten zomaar de lange rij laten voor wat ie was, en ons aansluiten in de veel kortere rij voor Amerikaanse Staatburgers. Daar konden we op een machine onze paspoorten scannen, een fotootje maken, en onze vingerafdrukken achterlaten. Kijk, da’s nou eens een mooie service voor Amerika-verslaafden zoals wij!

Nadat we onze koffers hadden opgehaald, liepen we de bloedhete buitenlucht in. Bam…. zomaar ineens 34° Celcius op onze nog nergens aan gewend zijnde lijven. Gelukkig hoefden we maar een klein stukje te lopen, de hal met de autoverhuurmaatschappijen was heel dichtbij. Meestal huren we een auto bij Alamo, maar deze keer moesten we bij de balie van National zijn. Bij Alamo kunnen we vaak zelf uit een rij auto’s kiezen, maar nu kregen we de autosleutels al bij de balie uitgereikt en stond ’t dus al vast met welke auto we op pad zouden gaan. Het bleek niet de Jeep Grand Cherokee te zijn waar we op hadden gehoopt, maar een auto uit de categorie ‘gelijkwaardig’. Een Chevrolet Equinox, om precies te zijn. Natuurlijk hebben we gecontroleerd of die aan al onze wensen voldeed: genoeg kofferruimte (check), goede banden (check), een reserveband en krik aanwezig (check). Mooi, nu konden we eindelijk beginnen aan de eerste van de vele mijlen die we nog voor de boeg hadden.

Nadat we bij de Walmart onze gebruikelijke eerstedagsinkopen hadden gedaan, zetten we koers naar het westen. Het eerste stukje ging voortvarend, maar na zo’n 10 minuten rijden belandden we zomaar in een file. Jee, wat was dat nu? Moesten er echt ’s avonds om half 7 nog zoveel automobilisten Salt Lake City uit? Ja hoor, voor de zoveelste keer deze dag liepen we vertraging op, pas na een half uur langzaam aanschuiven was de drukte voorbij. We waren nog steeds optimistisch, we hadden nog ruim 2 uur de tijd voordat de zon onder zou gaan, terwijl we voor de rit naar de Bonneville Salt Flats nog anderhalf uur nodig zouden hebben. Dat paste precies!

Via Interstate 80 reden we door een enorm dal. Voor ons was ’t best een boeiende route, met al die zoutvlaktes direct naast de weg en de bergen op de achtergrond. Amerikanen die hier regelmatig rijden zullen waarschijnlijk minder interesse hebben in het landschap, de waarschuwing dat Drowsy Drivers moeten stoppen, zoals op grote borden langs de weg te lezen stond, kunnen we dan ook best begrijpen. Ondertussen hield ik goed in de gaten of chauffeur Hans ook niet wat last zou gaan krijgen van drowsiness, het was immers niet niets om na zo’n lange heenreis ook nog eens zo’n eind te gaan rijden. Maar nee hoor, het ging allemaal prima.

In mijn routeboek had ik informatie over twee plekken vanwaar we de Bonneville Salt Flats het beste zouden kunnen bekijken. Eerst zouden we een stopplaats direct naast Interstate 80 tegenkomen, een stuk verder zouden we via een zijweg naar de plek toe kunnen rijden vanwaar je met de auto de zoutvlakte op kan gaan. Omdat het ondertussen al zo laat was geworden, besloten we om ons tot maar één plek te beperken. De stopplaats lieten we dus rechts liggen, we gingen meteen door naar plek nummer twee. Maar daar aangekomen wachtte ons een teleurstelling. De zoutvlakte was heel erg nat, van al die prachtige witte zoutranden die we thuis op foto’s al hadden zitten te bewonderen was niets te zien. En de vlakte oprijden….. uhhhh…… nee…. echt niet hoor! Als we daar überhaupt al aan zouden hebben getwijfeld, dan had de personenauto die direct naast de weg op de zoutvlakte stond ons wel op andere gedachten gebracht. De wielen zaten hartstikke vast, die ging er echt niet meer op eigen kracht uitkomen!          

Heel even hebben we overwogen om terug te rijden naar de stopplaats naast de Interstate. Maar we wisten niet zeker of die vanaf de andere rijbaan ook bereikbaar zou zijn, we liepen dus het risico dat we heel ver in oostelijke richting door zouden moeten rijden voordat we weer de juiste richting in zouden kunnen draaien. En dat terwijl de vermoeidheid nu toch wel serieus begon toe te slaan. Er was dus maar één goede keuze mogelijk, en dat was: doorrijden naar ons motel in Wendover. En ons maar even verzoenen met het feit dat deze eerste dag niet helemaal gelopen was zoals we voor ogen hadden gehad. Gelukkig maakte de wetenschap dat we gedurende de komende drie weken nog veel andere mooie dingen op de planning hadden staan heel veel goed.

 
Dag 2 : vrijdag 24 juni : wendover - city of rocks - shoshone falls - twin falls

Gereden:  325 mijl

In het vliegtuig, gisteren, hadden we last gehad van toiletten die niet meer doorspoelden. De afgelopen nacht hadden we juist last van het omgekeerde, we hoorden voortdurend ergens eens toilet doorspoelen. En dat was niet goed voor onze nachtrust. Toch waren we heel vroeg alweer klaarwakker, de jetlag trekt zich immers niets aan van vervelende toiletten. En toen kwamen we dus tot de ontdekking dat het niet het toilet van de buren was dat de hele nacht door lawaai had gemaakt, maar ons eigen toilet! Chips, als we dat hadden beseft hadden we de watertoevoer wel even dichtgedraaid.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlEnkele minuten nadat we bij ons motel vertrokken reden we de staat Utah uit en de staat Nevada in. Met bijbehorende casino’s, uiteraard. Nét te laat zagen we het tankstation aan de rechterkant van de weg. Ach, geen probleem, we kunnen nog een heel eind rijden dus we tanken later vandaag wel. Na een half uur rijden bereikten we het plaatsje Oasis. Waar in geen velden of wegen een tankstation te bekennen was. Nog eens een half uur later was het plaatsje Montello aan de beurt. En ja hoor, daar vonden we wel een tankstation. Dat dus gesloten was. Volgens het bord zou het om 9 uur opengaan, en het was nu nog net geen kwart voor negen. Uiteraard hadden we geen zin om een kwartier lang zomaar te gaan staan wachten, ik raadpleegde de kaart en zag daar nog drie plaatsnamen aan onze route liggen. Onze tank was nog lang niet leeg, geen probleem dus om nog even door te rijden.

De weg boog weer terug, de staat Utah in. Tot onze schrik zagen we een bord waarop stond vermeld dat we gedurende de komende …. mijlen geen services meer tegen zouden komen. (Welk getal er op die puntjes hoort te staan weet ik even niet meer, maar het waren er genoeg om ons serieus ongerust te maken.) En inderdaad, de plaatsen waarvan ik gehoopt had er te kunnen tanken bleken niet meer dan hele kleine gehuchten te zijn. Zonder tankstation, dus. We bereikten een splitsing waar we linksaf moesten, richting City of Rocks National Reserve. Of we in het daarbij gelegen plaatsje Almo een tankstation zouden vinden, tja… mischien wel, misschien niet. We vroegen het nog aan een stel jonge vrouwen die ons in een pick-up truck voorbij reden, en die spontaan stopten toen ze ons daar langs de weg zagen staan. Maar helaas, ook zij waren er niet helemaal zeker van of we in Almo zouden kunnen tanken. Er was dus maar één verstandige beslissing mogelijk, we gingen rechtsaf…. Even tanken in het 18 mijl verderop gelegen plaats Snowville, direct naast Interstate 84.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlMet de tank weer gevuld konden we nu dan toch echt koers zetten naar alweer een nieuwe staat: City of Rocks ligt namelijk in Idaho. Heerlijk om weer even helemaal in the middle of nowhere te rijden, via de gravelweg Ey Road. De rotsomgeving daar vormde al een mooi voorproefje voor wat we zo meteen te zien zouden krijgen. Tijdens die mooie rit zag ik Hans ineens met een ongeruste blik naar het dashboard kijken. “Hmmm, ’t lijkt wel of we een lekke band hebben….” zei hij. Oh nee hè…. niet wéér alsjeblieft….., we hebben onze portie ‘lekke banden’ inmiddels toch wel ruimschoots gehad!! We stapten uit, en checkten alle banden. En, opluchting, er was niets aan de hand. ’t Lampje op het dashboard bleek dan ook geen lekke-band-waarschuwing te zijn, maar een traction-control-mededeling inzake de slipperige gravelweg.

City of Rocks National Reserve is een park dat, zoals de naam al aangeeft, bestaat uit mooie rotsformaties. Een paradijs voor klimmers, maar natuurlijk ook voor mensen die wat minder sportief zijn (wij, dus) maar die wel graag zo’n mooi gebied willen zien. Het landschap is miljoenen jaren geleden gevormd; door beweging ontstonden er scheuren in de aardkorst, langs die breuklijnen werden aan de ene kant rotsen omhoog geduwd, terwijl aan de andere kant de grond omlaag zakte waardoor er valleien ontstonden. Behalve de mooie rotsen en valleien kan je ook hier nog een vleugje geschiedenis meekrijgen, over de pioniers die tijdens de 19e eeuw door dit gebied zijn gereisd. Er was dus genoeg te zien om ons een paar uurtjes te vermaken.

Het was wel hoog tijd om eens de benen te strekken, we hadden immers gisteren en vandaag al heel wat uren zittend doorgebracht, in het vliegtuig en in de auto. Onze eerste ‘wandeling’ was die naar de kleine Window Arch. Nou ja, wandeling…… de rotsboog lag op maar zo’n 100 meter van de parkeerplaats vandaan dus heel erg moe zijn we er niet van geworden. D© copyright  www.ontdek-amerika.nle Creekside Tower Trail was al ietsjes serieuzer, met een lengte van ongeveer 2 kilometer. Leuk om zo even midden tussen de rotsen rond te lopen, vooral de bekende Morning Glory Spire was mooi om te zien. We waren wel blij dat het niet zo enorm warm was, zoals gisteren in Salt Lake City. Daar was het maar liefst 34° Celcius, en in de auto hadden we de temperatuurmeter zelfs de 38° Celcius zien aantikken. Maar nu kwam het kwik maar net boven de 20° uit, een  heel verschil dus. Toch voelden we zelfs nu de warmte van de rotsbodem omhoog stralen, waardoor het veel warmer leek dan het daadwerkelijk was.

Lekker op ons gemak hebben we een tijdje in het park rondgereden, op diverse viewpoints zijn we gestopt om van het uitzicht te genieten. En om te kijken naar de sportievelingen die bezig waren om de rotsen te beklimmen. Wat we ook erg leuk vonden, dat waren de rotsen waar de pioniers die hier zo’n 160 jaar geleden zijn langsgetrokken hun namen in hebben gekerfd. Ergens zou zelfs de boodschap ‘Wife Wanted’ moeten staan, samen met een tekening van het profiel van het gezicht van een man. ’t Zou leuk zijn geweest om deze vroege contactadvertentie in ons reisverslag te laten zien, maar helaas, we hebben de juiste plek niet gevonden.

Uiteindelijk hebben we het plaatsje Almo helemaal niet gezien, dus of er een tankstation ligt weten we nog steeds niet. We zijn het park aan de westzijde uitgereden, via een goed begaanbare gravelweg door een leuke rotsomgeving. Daarna moesten we een wat saaiere route overbruggen, via Interstate 84 reden we naar onze overnachtingsplaats Twin Falls. Het was natuurlijk niet zonder reden dat we juist in die plaats een motel hadden geboekt, we wilden namelijk graag de bekende Shoshone Falls gaan bekijken.

Shoshone Falls is een behoorlijk grote waterval, maar liefst 65 meter hoog en 300 meter breed. Het water valt niet over de volle breedte naar beneden, het zijn diverse afzonderlijke stromen en stroompjes waar tussendoor nog heel wat rots te zien. Wat ’t plaatje ons inziens alleen maar mooier maakte. Langs de Snake River zijn diverse viewing platforms aangelegd, waardoor we de waterval zowel van dichtbij als van iets verder weg goed konden bekijken. Heel dichtbij was wat minder geslaagd (véél te veel stuifwater), maar vanaf het verder weg gelegen platform vonden we het een prima waterval. We waren er ook precies op het juiste tijdstip, zo op de late namiddag stond Shoshone Falls prachtig in het zonlicht. En als bonus kregen we ook nog een regenboog net voor het water te zien.

Zo, dat was waterval nummer 1 van deze vakantie. Er zouden er nog heel wat gaan volgen. Maar eerst, morgen, nog even wat mooie rotsen. Want die horen er in een Ontdek-Amerika vakantie toch ook zeker bij!
 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl
Shoshone Falls, Twin Falls, Idaho
 

Dag 3 : zaterdag 25 juni : twin falls - leslie gulch - caldwell

Gereden:  297 mijl

Dankzij al onze Amerika-ervaring kunnen we vaak al tijdens onze voorbereidingen behoorlijk goed inschatten of een geplande bestemming hoog zal gaan scoren in ons favorietenlijstje. Toen we foto’s vonden van Leslie Gulch wisten we ’t dan ook meteen: Hier willen wij naartoe!

© copyright  www.ontdek-amerika.nlLeslie Gulch is onderdeel van de Owyhee Canyonlands, een rotsachtig gebied dat miljoenen jaren geleden is ontstaan door vulkanische activiteit, en daarna door wind- en watererosie verder is vormgegeven. Owyhee Canyonlands ligt op de grens van de staten van Idaho en Oregon, het is bijna net zo groot als Yellowstone National Park. Het grootste deel is voor de gemiddelde toerist helaas onbereikbaar, maar Leslie Gulch is daarop een welkome uitzondering.

We wilden graag vroeg aan de dag beginnen, vandaar dus dat we op ons horloge half 7 als wektijd hadden ingesteld. Wat helemaal overbodig bleek te zijn, op onze tweede ochtend in Amerika was de jetlag de wekker nog ruimschoots vóór. Vandaar dus dat we op het tijdstip dat de wekker afliep al startklaar in de auto zaten. Na een flinke rit via Interstate 84 en US Highway 95 draaiden we de onverharde McBride Road op. ’t Was toch weer even spannend toen we de bewoonde wereld verlieten, we hadden nergens actuele informatie over de toestand van deze onverharde weg gevonden. De McBride Road bleek echter een zeer goed begaanbare gravelweg te zijn en ook de Succor Creek Road die we daarna een stukje moesten volgen was een makkie. Daarna hadden we nog één dirtroad te gaan, de Leslie Gulch Road. Een beetje washboard, een klein stukje dat wat rotsachtig was, en daarna werd ’t gewoon weer een prachtige gladde zand- en gravelweg. De weg kringelde wat door een heuvelachtig gebied, en begon toen een stukje te stijgen. Ons ‘vol-verwachting-klopt-ons-hart’-gevoel steeg lekker mee, we wisten dat nu snel de afdaling in de canyon zou gaan volgen.

Het moment waarop we de canyon inreden was geweldig! Plotseling werden we omringd door de meest fantastische rotsformaties…. links van ons, rechts, en ook vóór ons. De weg liep tussen vrij hoge glooiende hellingen door, vooral de diversiteit aan kleuren was heel bijzonder. Op sommige plekken waren de hellingen helemaal groen uitgeslagen, we denken dan ook dat er veel koper in de rotslagen zit. En op die hellingen stonden zwarte rotspunten, groene rotspunten, en ook rotspunten in allerlei lichte en donkere bruintinten. En wat kleine boompjes en struiken daar tussendoor, kortom, het was schitterend!

© copyright  www.ontdek-amerika.nlHet gebied wordt beheerd door de BLM (ofwel: het Bureau of Land Management). Er stonden enkele informatieborden, op een daarvan konden we lezen dat de kloof is vernoemd naar ene Hiram Leslie die hier in 1882 door de bliksem is gedood. En op een ander bord stond vermeld dat hier de grootste bighorn sheep populatie van heel de Verenigde Staten leeft, we hoopten dan ook dat we ergens wel een groep van die beesten zouden zien lopen. Maar wat denk je, we hebben niet één schaap gezien….

Een kleine 8 mijl nadat we de kloof waren ingereden, eindigde de weg bij de Owyhee River. Eigenlijk mochten we daar niets eens staan met onze auto, het was een plek die alleen maar was bestemd voor het te water laten van boten. Maar er was in de verre omtrek geen mens of boot te zien, dus we hebben de auto gewoon laten staan om uitgebreid te kunnen genieten van de prachtige omgeving. De donkergroene heuvels met de donkere rotspunten daarop deden ons aan IJsland denken, daar hadden we een dergelijke combinatie zeker ook tegen kunnen komen. We zouden erg graag een stuk langs de oever hebben gelopen, maar de steile heuvels aan weerszijden van de boat ramp versperden ons de weg. Als ´t niet zo bloedheet zou zijn geweest hadden we misschien nog wel een poging gewaagd om zo´n helling te beklimmen. Maar met deze hitte was ´t echt geen optie om daaraan te beginnen. We reden een klein stukje terug, tot aan een ruime picknickplek met daarop een stuk of 10 overdekte picknicktafels en zowaar ook nog een pit-toilet. Dank je, BLM, voor beide voorzieningen zijn we jullie zeer erkentelijk! Wat is het toch heerlijk om op zo’n mooie plek (lekker in de schaduw!) je boterhammen te eten.

De Juniper Gulch Trail is niet al te lang en ook niet erg zwaar. En omdat het inmiddels ruim boven de 30° Celcius was, was deze wandeling duidelijk de beste keuze. We liepen een kloof in die aan de bovenzijde vrij breed was, maar onderin juist heel smal. ’t Nadeel daarvan was, dat we weinig vrij uitzicht hadden op de mooie rotsen die zich hier juist wat hoger boven ons bevonden. Even leek het of we niet verder konden, er lag een chockstone ingeklemd tussen de wanden van de kloof. Maar er was nog net een klein gaatje waar we ons tussendoor konden wringen. Zonder rugzak, want voor die extra ballast was niet genoeg ruimte. Dat werd dus weer het inmiddels voor ons welbekende ritueel: eerst wurmde ik me door de kleine opening, daarna gaf Hans één voor één onze spullen aan, en als laatste mocht hij zich er ook nog doorheen wringen. Kort voorbij dit obstakel zag Hans dat het mogelijk zou moeten zijn om via de helling links van ons omhoog te klimmen. Hij ging op verkenning uit, en riep al snel dat ik ook boven moest komen. Vanaf dat moment steeg de wandeling in ons waarderingslijstje van ‘best wel mooi’ naar ‘helemaal fantastisch’. We hadden nu veel beter zicht op Juniper Gulch, in welke richting we ook keken, overal zagen we prachtig gekleurde rotsen. Via een wat zanderig pad konden we nog een stukje verder lopen, tot aan het einde van de kloof. Het zou zeker nog wel mogelijk zijn geweest om de wandeling daar met wat klim- en klauterwerk voort te zetten, maar dat hebben we maar niet gedaan. We waren al dik tevreden met wat we gezien hadden.

Ook de Dago Gulch Trail stond als zeer aanbevelenswaardig in ons roadbook omschreven. Maar, eerlijk is eerlijk, daar zijn we het niet mee eens. © copyright  www.ontdek-amerika.nlDe Dago Gulch Trail volgt een afgesloten weg, en dat loopt nu eenmaal wat saaier. Zeker omdat er ook veel minder mooie rotsformaties te zien waren. Rechts van ons bevond zich een gladde rotswand die bestond uit witte, rode en groene vulkanische assen. Dat was zeker mooi om te zien, al maakte het op ons dus wel minder indruk dan Juniper Gulch. En warm dat het was….. we zweetten ons helemaal te pletter. De omgeving was heel open, we konden dus een behoorlijk eind in de verte kijken. En het zag er niet naar uit dat het daar veel mooier zou gaan worden. We besloten dan ook om om te draaien. En wat denk je….. de terugweg was veel indrukwekkender dan de heenweg. Want met onze blik zo weer richting Leslie Gulch gericht, zagen we zomaar weer een aantal mooie rotsformaties.

We hadden nog twee wandelingen uitgezocht. Maar één daarvan zou vrij inspannend zijn, met klimpartijen daarbij. En de andere was behoorlijk lang. Beide opties leken ons niet echt slim, met meer dan 30° Celcius op de teller (en dat dan ook nog eens in combinatie met de van de rotsbodem omhoog stralende warmte). Jammer, we hadden echt heel graag nog méér van deze omgeving willen verkennen. In plaats daarvan zijn we nog een keer naar het einde van de Leslie Gulch Road gereden. Zodat we plekken die de eerste keer nog te zwaar in de schaduw hadden gestaan, nu ook nog eens in het zonlicht konden fotograferen. Op de picknickplaats hebben we even lekker zitten relaxen. En ik kan wel zeggen, een salade uit de supermarkt smaakt op zo midden in de natuur véél lekkerder dan een salade in restaurant.
 
Dag 4 : zondag 26 juni : caldwell - dry creek falls - cascade locks

Gereden:  373 mijl

Eigenlijk hadden we één dag langer in de staat Idaho willen blijven. Maar tijdens het plannen lukte het niet om de dagen lekker gevuld te krijgen; de eenvoudigste oplossing was dan ook: gas erop, Idaho achter ons laten, en lekker doorrijden naar Columbia River Gorge in de staat Oregon. Daar liggen immers méér dan genoeg watervallen om ons dagenlang bezig te houden.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlDe lange rit van Caldwell naar Cascade Locks ging zeer voorspoedig. Er waren enkele momenten waarop we flink in hoogte stegen, en daarbij werd wel duidelijk dat onze Chevrolet Equinox een minder krachtige motor had dan de auto’s waar we normaal gesproken mee rondrijden. Het geluid van de motor viel in de categorie: “Pffff, ik heb hier eigenlijk helemaal geen zin in!”, maar gelukkig werd elke heuveltop toch met succes beklommen. Drie jaar geleden, tijdens ons vorige bezoek aan de staat Oregon, was Hans zeer gecharmeerd van het feit dat je daar zelf niet mag tanken. Lekker toch, om lui in de auto te blijven zitten terwijl iemand van het tankstation de tank volgooit en tegelijkertijd ook nog eens de autoruiten schoonmaakt. Maar helaas voor hem: blijkbaar geldt deze regel niet in de hele staat, bij een groot tankstation in de plaats Pendleton moest hij verdorie gewoon zelf tanken. Daar was hij het helemaal niet mee eens, hoor! Ondertussen nam ik even een kijkje in de grote winkel die bij het tankstation hoorde. Ik was juist heel aangenaam verrast, want ik vond daar een heel leuk souvenir voor kleindochter Oona. Normaal gesproken zoeken we ons iedere vakantie helemaal suf naar iets leuks en komt het op de laatste dag aan voordat we daadwerkelijk iets kopen, en nu zat het souvenir zomaar al op dag 4 in de koffer! Al betekende dat overigens niet dat we nu klaar waren, want sinds maart van dit jaar zijn we óók de zeer trotse opa en oma van een prachtige kleinzoon, en hem mogen we natuurlijk niet overslaan bij de jacht op leuke souvenirs.

Tijdens het laatste deel van de rit was het nog even genieten toen Mount Hood recht voor ons, in het verlengde van de weg, prominent in beeld kwam. Niet lang daarna arriveerden we in Cascade Locks, de plaats waar we de komende drie nachten zouden gaan verblijven. Ondanks de vele mijlen die we al achter de rug hadden was het nog vroeg in de middag. Dat kwam natuurlijk ook doordat we een uurtje extra hadden vandaag, in Oregon is het een uur vroeger dan in Idaho. We hadden dus nog ruimschoots de tijd om een watervallenwandeling te gaan doen. We kozen voor de vrij onbekende Mossy Grotto Falls, een beetje tricky wel want onze routebeschrijving was heel summier en we hadden echt geen idee of we de waterval zouden kunnen vinden.

Tja, op onze eigen website hebben we ooit geschreven dat het niet slim is om in het weekend naar de watervallen van Columbia River Gorge te gaan. Veel te druk….. en vooral ook: veel te weinig parkeerplaatsen. Hadden we nu maar wat beter naar ons zelf geluisterd! De parkeerplaats bij de Eagle Creek Trailhead puilde helemaal uit, er reden al diverse auto’s rond die tevergeefs op zoek waren naar een plaatsje. Er stonden ook veel auto’s in de berm naast de weg; de grote letters ‘TOW’ die op de autoruiten waren gekalkt waren een wel heel duidelijke waarschuwing dat foutparkeren geen echt slimme actie zou zijn. Als het überhaupt al zou hebben gekund, want zelfs alle foutparkeerplekken stonden al helemaal vol.

In mijn roadbook vond ik een andere waterval die ook, qua afstand, in een halve middag goed te doen zou zijn. Voor de Dry Creek Falls Trail zouden we de auto moeten parkeren bij de Bridge of the Gods Trailhead. Maar ook die parkeerplaats bleek helemaal vol te staan. Balen….. we beseften dat het geen enkele zin had om naar een van de andere trailheads te rijden, daar zou het immers vast niet anders zijn. Wat nu? De oplossing was gelukkig heel nabij. Letterlijk. Want toen we wegreden van de volle parkeerplaats zagen we vrijwel meteen het hotel waar we de komende nachten zouden gaan slapen. Hé, kwam dat even goed uit, we konden gewoon bij ons hotel parkeren en van daaruit te voet naar de Bridge of the Gods Trailhead.

’t Eerste gedeelte van onze wandeling ging via de bekende Pacific Crest Trail, het wandelpad dat helemaal van zuid naar noord door de staten California, Oregon en Washington loopt. Het pad steeg heel geleidelijk en was eenvoudig begaanbaar. Een makkie, dus. De enige moeilijkheidsfactor was de temperatuur….. het was maar liefst 35° Celcius! Wat waren we blij dat we door een bosgebied liepen en dus niet, zoals gisteren, over een hitte-weerkaatsende rotsachtige ondergrond. Precies zoals in onze routebeschrijving stond vermeld, bereikten we na 1 mijl lopen een oude weg die onder een stel electriciteitsdraden doorliep. “Turn right here and follow the road a short distance under the powerlines to the resumption of the trail”, stond er op mijn blaadje. Dus wat doen we, we gaan netjes rechtsaf die oude weg op, en zoeken naar de plek waar het wandelpad weer verder zou moeten gaan. Die zouden we dus na ‘a short distance’ moeten vinden. Maar ja, wat is ‘a short distance’? Is dat 10 meter, 100 meter , 300 meter? We liepen nu vol in de zon, we zweetten ons te pletter. Dat zou niet zo erg zijn geweest als we nu maar dat vervolg van het wandelpad zouden hebben gevonden. Maar nee hoor, we zagen helemaal niets wat daarop leek. ’t Was echt even balen hoor, we hadden geen idee hoe we nu verder moesten.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlWe zijn uiteindelijk maar teruggelopen naar de plek waar we rechtsaf waren gegaan. Er was daar wel een wandelpad dat rechtdoor ging; dat klopte dan wel niet met onze routebeschrijving maar we zijn toch maar dat pad ingelopen. Je moet wat, hè. Zo’n vijf minuten later kwamen we een paar andere wandelaars tegen. Uiteraard hebben we aan hen gevraagd of dit nu het pad richting Dry Creek Falls was. En wat waren we blij met hun antwoord….. ja, dit was de juiste route! En met die wetenschap liepen we toch weer heel wat prettiger.

En zo stonden we dus even later bij Dry Creek Falls. Een smalle, 15 meter hoge waterval in een uit basalten rotswanden bestaande kom. Het water kwam terecht in een kreekje met veel rotsblokken daarin, en met veel begroeiïng langs de oevers. Het was fijn om lekker dicht bij het water te gaan zitten, de waternevel zorgde voor een heerlijke koude douche. Dit zijn toch de momenten waarvoor je ’t doet: even zalig nietsdoen en genieten van de mooie waterval. Dat ‘zalig nietsdoen’ was mijn taak, Hans had geen tijd om te rusten want Dry Creek Falls moest natuurlijk wel van alle kanten op de foto worden gezet.

Lekker afgekoeld en uitgerust begonnen we aan de terugweg. We waren nog geen minuut onderweg toen we werden aangesproken door een vrouw die ons tegemoet kwam, ze zag er wanhopig uit. Of wij wisten of het water in de kreek drinkbaar was? Ik had geen idee….. ik kon alleen maar aangeven dat ik regelmatig lees dat water in dit soort kreekjes vaak verontreinigd is en dat het daarom niet wordt aangeraden het te drinken. De vrouw gaf aan dat ze al haar water al op had…. blijkbaar had ze onderschat hoeveel water ze nodig had op zo’n hete dag. Gelukkig hadden wij wel ruimschoots genoeg meegenomen, we konden nog wel wat van onze voorraad missen. Hans goot de helft van ons water in haar lege flacon, de vrouw begon er meteen heel gulzig van te drinken. “Doe nou rustig aan”, dacht ik bij mezelf, “straks zit je wéér zonder.” Maar ja, ik had geen zin om daar iets van te zeggen. Ik hoopte wel dat ze straks, op de terugweg, niet opnieuw in de problemen zou komen.

Tja, die terugweg….. Het leek wel of het nóg warmer was geworden, zelfs in de schaduw hadden we nu last van de hitte. Mijn rug deed pijn, mijn voeten deden zeer….. Dat viel tegen zeg, dit was immers een vrij eenvoudige wandeling van in totaal slechts zo’n 7 kilometer lang. Hoe zou dat morgen zijn, de dag waarop we de langste wandeling van deze vakantie hadden gepland? Ik had er een hard hoofd in of dat wel haalbaar zou zijn. Wat was ik blij toen we op onze hotelkamer aankwamen, daar kon ik al die hitte van me afspoelen, en daarna lekker lui op bed gaan liggen. Nadat ik weer was opgeknapt, hebben we even overlegd. Durven we (beter gezegd: durf ik) het wel aan om morgen ruim 20 kilometer te gaan lopen? Met de nodige twijfel heb ik ja gezegd. We spraken af om heel vroeg te vertrekken, zodat we tijdens het begin van de lange dag de hitte nog voor zouden zijn.
 
Dag 5 : maandag 27 juni : cascade locks - eagle creek trail - cascade locks

Gereden:  10 mijl

Gisteren, op zondagmiddag, was er geen enkel plekje vrij op de parkeerplaats van de Eagle Creek Trail. Maar nu, op de zeer vroege maandagochtend, hadden we het complete parkeerterrein helemaal voor onszelf. Het was nog net geen 6 uur toen we aan de trail begonnen, en de temperatuur was heerlijk. Lekker koel, maar wel nét warm genoeg om zonder vest te kunnen gaan lopen.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlDe eerste 3 kilometer hielden we er een lekker tempo in, even profiteren van de aangename wandeltemperatuur. En bovendien, dit stuk van de trail hadden we drie jaar geleden ook al eens gedaan, we hoefden nu dus niet te stoppen bij Metlako Falls en ook de omweg naar het Lower Viewpoint van Punchbowl Falls konden we overslaan. Bij het Upper Viewpoint zijn we wel gestopt, we hadden immers nog niet ontbeten en dit was natuurlijk een hele mooie plek om even wat boterhammen te verorberen.

Voorbij Punchbowl Falls kwamen we op voor ons nieuw terrein. En meteen ook bij het eerste obstakel, de brug waarover we de kleine Tish Creek hadden moeten oversteken lag er schots en scheef bij. Flink beschadigd door een boom die in december tijdens een storm was omgevallen. Gelukkig had ik al op internet gelezen dat het nog wel steeds mogelijk was om de overkant van Tish Creek te bereiken. We moesten even wat boulder hoppen via rotsblokken die in het kreekje lagen, en daarna via een glibberige wand omhoog klimmen. Heel erg moeilijk was het niet, dus al snel stonden we aan de overkant van het kreekje.

Bij de start van de trail liepen we op gelijke hoogte met Eagle Creek, maar inmiddels waren we al een heel eind boven het water uitgestegen. Direct naast het pad lag een steeds dieper wordende afgrond, op de smalste delen zat een stalen ketting waaraan we ons voor de zekerheid vast zouden kunnen houden. Maar nergens werd het echt eng, die houvast hadden we niet nodig. Na een kleine 5 kilometer lopen zagen we het water van Loowit Falls aan de overzijde van de kloof een kleine 30 meter omlaag vallen. Het water kwam terecht in een poel, vandaar stroomde het over een schuin aflopende rotswand nog een paar meter verder omlaag, zo Eagle Creek in. Zo op de vroege ochtend stond de waterval helemaal in de schaduw, perfect dus om ‘m op de foto te zetten.

De High Bridge was het volgende letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van de wandeling. We moesten hier oversteken naar de andere kant van de kloof, die op deze plek heel smal was. Eagle Creek lag een kleine 40 meter beneden ons, vanaf de brug hadden we naar beide zijden toe een prachtig zicht op de groen begroeide wanden van de kloof. We hadden verwacht dat we zo nu en dan door snellere wandelaars zouden worden ingehaald, maar nee, de Eagle Creek Trail was nu al heel wat kilometers exclusief voor ons tweeën. We waren al een aantal uur onderweg, en nog steeds hadden we geen mens gezien.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlHet ging echt lekker. Het lopen ging prima, de omgeving was schitterend, wat wilden we nog meer! We waren een kleine vier uur onderweg toen we Tunnel Falls bereikten, de meest spectaculaire waterval van deze trail. Het water kieperde hoog boven ons hoofd over de rotswand naar beneden, en kwam een heel stuk beneden ons in de rivier terecht. Het pad liep achter de waterval door, door een tunnel heen die daar 100 jaar geleden is in de rotswand is uitgehakt. Sindsdien is er niets meer aan veranderd, de tunnel ziet er nog net zo uit als een eeuw geleden. Super dat het ons was gelukt om deze plek te bereiken!

Ondertussen verschenen dan toch eindelijk de eerste andere wandelaars op de trail, al bleef het nog steeds uitzonderlijk rustig. Best wel leuk dat er zo nu en dan iemand door de tunnel heen liep, zo konden we de waterval/mens-verhouding goed zien en daar werd die waterval nóg een stukje imposanter door. We hebben lekker ruimschoots de tijd genomen om Tunnel Falls te bekijken en te fotograferen. En daarna besloten we zowaar om nog een klein stukje verder te lopen. Vierhonderd meter verder, om precies te zijn. Een gedeelte daarvan was best nog wel spannend, het pad staat daar bekend onder de naam Vertigo Mile, omdat de rotswand van het wandelpad tot aan de bodem van de kloof kaarsrecht en vooral ook heel diep naar beneden gaat. Niet echt iets dus voor mensen met hoogtevrees! Maar ook hier hing een ketting, op het allersmalste stukje heb ik die voor de zekerheid toch maar even vastgepakt. Direct voorbij de Vertigo Mile lag Twister Falls, opnieuw een zeer mooie waterval die ook nog eens – wat wilden we nog meer – netjes in de schaduw lag en dus goed fotografeerbaar was. Er stroomde nu een kreekje direct naast het wandelpad, we hadden dus even geen afgrond meer naast ons. Aan de oever zochten we een plekje waar we konden gaan zitten, het was hoog tijd om te lunchen. Heel comfortabel zat het niet, maar ach, we waren al lang blij dat we onze voeten even rust konden gunnen.

En toen moesten we dat hele lange eind, ruim 11 kilometer, ook nog terug. Natuurlijk ging dat niet meer zo vlot als in het begin, we hadden er immers al heel wat uren op zitten en bovendien was het ook flink wat warmer geworden. We spraken af om er ruimschoots de tijd voor te nemen, steeds als we een geschikte plek vonden om even te gaan zitten hielden we 5 of 10 minuten pauze. We waren zowat halverwege, toen het ineens mis ging. Er stak één klein steentje uit het pad omhoog, één klein vervelend steentje. Ik kwam met mijn voet tegen dat steentje aan, ik struikelde, verloor mijn evenwicht, en voelde hoe ik naar links toe viel. Naar de afgrond toe! Ik slaakte een gil, en in een reflex draaide ik de bovenzijde van mijn lichaam naar rechts toe, maar ik was te laat…..

© copyright  www.ontdek-amerika.nlHet volgende dat ik besefte was dat ik op mijn buik op de schuin aflopende rotswand onder het wandelpad lag. En dat ik naar beneden gleed….. en dat Eagle Creek toch wel akelig ver beneden me lag….. De daaropvolgende seconde was nog wel het meest verwarrend: ik voelde dat ik grip kreeg en dus niet verder gleed, en Hans plofte zomaar naast me neer!! Hij was me zomaar spontaan achterna gesprongen!! Daar lagen we dan samen, zij aan zij, op de schuine wand onder de Eagle Creek Trail. Hans nam meteen het initiatief: hij zei dat ik moest proberen naar boven te klimmen, tegelijkertijd duwde hij me omhoog. Op dit moment voelde ik even wat paniek opkomen, ik wist dat ik zelf stevig lag maar ik kon niet inschatten hoe de situatie voor hem was. Ik was bang dat hij zou gaan glijden, ik wilde dat hij eerst naar boven zou gaan. Maar ik wist ook dat dit niet het moment was om in discussie te gaan…. Dankzij Hans z’n zetje en wat struiken die ik vast kon grijpen, slaagde ik erin boven te komen. Daar heb ik zo snel als ik kon mijn Nordic Walking-stokken, die nog steeds om mijn polsen hingen, naar beneden gestoken om Hans houvast te geven. En gelukkig, ook hij kwam veilig boven!

Ik geloof niet dat Hans me ooit eerder zo vol verbazing aan heeft staan kijken. Ik was helemaal kalm, geen paniek, geen gebibber….. Om eerlijk te zijn, dat kwam vooral omdat het nog niet echt tot me was doorgedrongen wat er nu eigenlijk was gebeurd. Het was op dat moment vooral een ervaring die heel vreemd aanvoelde, dus niet zozeer akelig of angstig. Ik begreep wel dat ik ontzettend veel geluk had gehad dat ik juist op deze plek over de rand was gegaan, de rotswand was hier aanmerkelijk minder steil dan op de meeste andere plekken langs de trail, en bovendien lag er veel zwart zand. Dat valt toch wat minder hard dan op een kale rotswand. Hans was veel erger geschrokken:  hij had zich omgedraaid toen ik gilde, en nog net gezien dat ik over de rand ging. En meteen daarna zag hij me naar beneden glijden. Hij vertelde dat hij op dat moment dacht dat ik helemaal tot aan de bodem van de kloof door zou glijden, hij wilde me tegenhouden en besloot daarom dus me achterna te springen. En dat met zijn rugzak met foto-apparatuur op de rug, dat ding weegt echt loodzwaar!

Op het moment dat ik over de rand viel, waren er geen andere wandelaars in de buurt. Maar verderop werd het wel steeds drukker, zeker nadat we Punchbowl Falls weer waren gepasseerd. Een vrouw die we nabij die waterval tegenkwamen droeg een t-shirt waarop “May the Forest be with you” stond, toch wel een van de allerleukste t-shirt-teksten die ik ooit heb gezien! Rond vier uur ’s middags waren we eindelijk terug op de parkeerplaats, die inmiddels weer tot de laatste plek gevuld was. We waren trots op onszelf, we hadden er toch maar mooi 23 kilometer op zitten!

Pas ’s avonds, toen we Melanie en Rob op de hoogte brachten van ons avontuur, begon het écht tot me door te dringen hoeveel geluk ik had gehad. Dat ik juist dáár naar beneden was gevallen, en niet op een van de steile gedeeltes. Dat ik ook op de ‘goede’ manier was gevallen, met mijn gezicht naar de rotswand gericht. En dat ik niet veel verder naar beneden was gegleden. En ik merkte nu pas dat ik mijn knieën had bezeerd, vooral bij mijn rechterknie zat een flinke blauwe plek. Maar gelukkig deed die alleen maar pijn als ik erop steunde, tijdens het lopen voelde ik er niets van. En wat ook nog tot me doordrong: dat ik toch ook wel blij mag zijn dat mijn kerel na 35 jaar huwelijk nog steeds voor me in een afgrond wil springen!!
 
Dag 6 : dinsdag 28 juni : maart : cascade locks - panther falls - tamanawas falls - cascade locks

Gereden:  137 mijl

Deze hele dag konden we nog besteden aan de watervallen rondom de Columbia River Gorge. We hadden keus genoeg: ik had nog 12 mogelijke wandelingen in mijn routeboek zitten. © copyright  www.ontdek-amerika.nl’t Liefst zouden we naar de bijzonder mooie Mossy Grotto Falls gaan, maar we twijfelden. Vanwege de hoogteverschillen zou dit een erg zware wandeling zijn (en dat na de lange tocht van gisteren) en bovendien, de routebeschrijving was zo vaag dat we niet eens zeker wisten of de waterval überhaupt wel zouden kunnen vinden. Al met al leek het ons verstandiger om voor de tweede keus te gaan, voor Panther Creek Falls zouden we weliswaar veel verder moeten rijden, maar de wandeling zou – zo had ik gelezen – kort en eenvoudig zijn.

En dus reden we via de Bridge of the Gods naar de staat Washington toe. Waar we precies zoals omschreven de grote pullout vonden waar we onze auto moesten parkeren. Het begin van het pad lag verscholen tussen de bomen. Gelukkig had iemand met grote letters “Falls” en daarnaast een pijl op het asfalt gekalkt, anders hadden we het echt niet kunnen vinden. Het pad ging flink omlaag, en al na zo’n 150 meter lopen zagen we Panther Falls voor ons verschijnen. Wauw, wat een beauty!! We hebben de laatste jaren heel veel watervallen gezien, ze zijn allemaal mooi maar sommige watervallen dan toch wel net weer wat mooier dan de anderen. En Panther Creek Falls is er zo een die echt bij de absolute toppers hoort. Twee waterstromen leken vanuit het niets op de groen begroeide rotswand voor ons te verschijnen, daar tussendoor vielen diverse smalle stroompjes naar beneden. En onderaan voegde zich een krachtige brede stroom bij het water van Panther Creek. Vanaf een houten platform hebben we de waterval uitgebreid staan te bewonderen. We zouden graag ook naar de voet van de waterval zijn gegaan, een shot van beneden uit zou ongetwijfeld ook erg prachtig zijn geweest. Maar er was nergens een acceptabele afdaling te vinden. Ach, we waren al bijzonder tevreden met deze blik van bovenaf.

We hadden nog steeds een groot stuk van de dag over. En die Mossy Creek Falls, die bleef toch wel heel erg in ons hoofd rondzeuren! De kans dat we nog ooit in Columbia River Gorge terugkomen is erg klein, dus als we nu geen poging zouden wagen….. En zo stonden we dus even later opnieuw op de Eagle Creek Trail parkeerplaats, er was nog genoeg plek deze keer. We liepen niet de Eagle Creek Trail op, maar kozen voor de tegenovergestelde richting. Het eerste stuk van de wandeling was niet al te prettig, we liepen een kleine 200 meter parallel aan Interstate 84, met het drukke verkeer dus pal naast ons. Daarna ging het verder via het asfalt van een oude, niet meer in gebruik zijnde weg. Via een bruggetje staken we Ruckel Creek over, meteen daar voorbij begon het serieuze deel van de wandeling. En met ‘serieus’ bedoel ik vooral: ‘serieus omhoog’!! Een smal pad kronkelde zich tussen de bomen door omhoog, na elke steile bocht kwam er weer een…. het leek wel of er geen eind aan kwam. Een keer moesten we onder een omgevallen boom doorkruipen, daarvoor moesten onze rugzakken even af. Ik merkte toen pas hoe allejezus zwaar die rugzak van Hans was…. hij had niet kunnen besluiten welke lenzen hij precies bij zich zou moeten hebben dus hij had alles in de tas laten zitten, en natuurlijk ook nog het statief aan de zijkant vastgegespt. En al dat gewicht moest dus mee naar boven toe….

 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl
 

Precies zoals gepland bereikten we een open plek. Van daaruit zouden we een niet officieel pad moeten vinden dat naar beneden toe zou lopen, helemaal terug tot aan Ruckel Creek. Maar, zoals we vooraf al een beetje hadden gevreesd, er was geen pad te vinden! Terwijl ik bij de fototas bleef zitten, even uitpuffen, ging Hans nog eens uitgebreid op zoek. Maar hij vond alleen maar steile hellingen waarover we niet af zouden kunnen dalen. Zonde zeg, we hadden die zware tocht naar boven dus echt voor niets gedaan. Desalniettemin vonden we het toch okay dat we het in elk geval wel hadden geprobeerd, als we dit niet hadden gedaan zouden we ons immers steeds af zijn blijven vragen of Mossy Grotto Falls voor ons haalbaar zou zijn geweest. En nu wisten we het: niet dus!

© copyright  www.ontdek-amerika.nlHet was inmiddels weer ruim boven de 30° Celcius. Met die temperatuur en met de zware klim nog in onze benen, leek het ons niet verstandig om nog een lange wandeling uit te kiezen. We besloten daarom naar Tamanawas Falls te rijden, even lekker een eind in de auto en daarna een redelijk eenvoudige hike. We reden naar de plaats Hood River, daar namen we State Route 35 in zuidelijke richting. Op gegeven moment verscheen de besneeuwde Mount Hood recht voor ons, in het verlengde van de weg. Net zoals twee dagen geleden, maar nu nog wat meer close-up. We zijn even gestopt om hier een foto van te maken. ’t Zal vast geen unieke foto zijn, we zagen diverse andere mensen naast hun auto’s staan die precies datzelfde plaatje aan het maken waren.

Het was best wel druk op de parkeerplaats bij de trailhead, maar gelukkig waren er nog wel wat plaatsen vrij. De trail stond in mijn routeboek als ‘easy’ omschreven, het viel dan ook wat tegen toen we merkten dat we toch nog flink moesten klimmen. Heel wat minder steil dan vanochtend, maar toch….. onze beenspieren protesteerden. De trail werd wat vlakker, nu was het vooral de hitte die het ons moeilijk maakte. Afgezien van deze ongemakken beviel de wandeling ons prima, het pad was overal makkelijk begaanbaar en het bosgebied waar we doorheen liepen was mooi. Met kabbelende beekjes, en zo…. Na drie kilometer lopen bereikten we een grote komvormige ruimte, aan drie zijden omgeven door ruige rotswanden, met daarin Tamanawas Falls als prachtige blikvanger. Half in de zon, half in de schaduw….. en ook nog eens met heel veel stuifwater, slechter kan je het als fotograaf niet treffen. Een mooi excuus om lekker lang op een van de rotsblokken stil te gaan zitten, we moesten immers wachten totdat de waterval volledig in de schaduw zou staan. Maar dat ging dus niet gebeuren, het zonlicht bleef volop op het bovenste deel van de waterval schijnen. Hans heeft z’n best gedaan om er nog een paar mooie foto’s van te maken, maar echt ideaal was het niet.

In de buurt van Tamanawas Falls zijn nog meer watervallen te vinden. Maar niet voor ons, wij vonden dat we ons wel genoeg hadden uitgesloofd. Tijd dus om terug te gaan naar ons hotel voor een welverdiende douche, en een lekker hapje eten in het naastgelegen restaurant.
 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl
Tamanawas Falls, Mount Hood National Forest, Oregon
 
Dag 7 : woensdag 29 juni : cascade locks - diverse watervallen - mount rainier NP - Packwood

Gereden:  290 mijl

Vandaag moest er weer wat afstand worden overbrugd, van Cascade Locks naar Mount Rainier National Park. We hadden er geen zin in om dat via de snelle interstate-route te doen, nee, we kozen ervoor om via een aantal boswegen te rijden. Dan konden we mooi onderweg nog wat watervallen meepikken, er was keus genoeg.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlWe begonnen met Steep Creek Falls. Die ons qua vorm deed denken aan Twister Falls, die we eergisteren aan de Eagle Creek Trail hadden gezien. Alleen hoefden we er deze keer niet zo ver voor te lopen, Steep Creek Falls lag namelijk direct langs de weg. Tijdens onze twee Columbia River Gorge bezoeken, en zeker ook tijdens onze IJslandreis van vorig jaar, hebben we veel absolute top-watervallen gezien. Steep Creek Falls kan die concurrentie niet aan. Maar toch waren we zeker tevreden dat we voor deze waterval hadden gekozen, ook de ‘klein-maar-fijn’-watervallen vinden we nog steeds erg leuk om te zien.

De volgende waterval zou zeker niet in die categorie gaan vallen, zo wisten we vooraf al. Want de naam Big Creek Falls gaf immers al aan dat het om een behoorlijk grote jongen zou gaan. Het was overigens niet echt makkelijk om Big Creek Falls te vinden: enkele jaren geleden zijn er nabij deze waterval veel bomen omgevallen, en sindsdien wordt het pad er naartoe niet meer onderhouden. Het was een gok waar we nou eigenlijk moesten parkeren, er waren twee plekken die er enigszins als een voormalige trailhead uitzagen, eentje rechts van de weg, de andere links. Met behulp van onze GPS, waarin we het waypoint van de waterval hadden opgeslagen, concludeerden we dat links de meest logische keuze was. In het begin vonden we nog wel iets dat op een pad leek, maar al snel kwamen we op een volkomen overwoekerd gedeelte waar we niet echt meer verder konden. Tijdens een tweede poging, waarbij we inderdaad veel omgevallen bomen zagen, lukte het wel om de waterval te vinden. Er lag zowaar nog een houten viewing platform, dat er aan de zijkanten vervallen uit zag. © copyright  www.ontdek-amerika.nlMaar o, wat jammer nu…… Big Creek Falls werd door een stel bomen grotendeels aan het zicht onttrokken. Zonde, want uit wat we nog wel konden waarnemen was het duidelijk dat dit een erg mooie waterval was. Hans ging zo ver als veilig was op de zijkant van het platform staan. Hij stak het statief met daarop de fotocamera naar links, ondertussen hield ik zijn rechterarm vast om te voorkomen dat hij al scheef hangend over de rand zou kieperen. En zo zijn we er zowaar nog in geslaagd om een foto van Big Creek Falls te maken!

Voor Curly Creek Falls hoefden we maar een klein stukje te lopen, vierhonderd meter ongeveer over een vlak, breed pad. Wat deze waterval heel bijzonder maakte, dat was de combinatie met de twee natuurlijke bruggen waar het water achterdoor stroomde. Dat maakte Curly Creek Falls echt anders dan de meeste andere watervallen, we waren dan ook erg blij dat we ‘m in onze route hadden opgenomen. We stonden vrij ver van de waterval vandaan, maar gelukkig hadden we de telelens meegenomen zodat het toch prima lukte om dit prachtige plaatje op de foto vast te leggen. Het was bijna 12 uur toen we bij de auto terugkwamen, een mooie tijd dus om even te lunchen. ’t Was ook een fijne plek om even lekker te pauzeren, zo midden in het bos. En met nog een pittoilet naast de trailhead ook, dat was ook heel welkom.

We gingen verder naar waterval nummer 4 van vandaag. Dachten we. Tot het moment waarop we de splitsing van Forest Road 90 met Forest Road 25 bereikten, waar we rechtsaf moesten slaan. Daar stond een bord met de onheilspellende tekst: “Road closed ahead, due to snow fall”. What the heck….. hoezo snow fall? Mensen, het is 29 juni…..de afgelopen week is het steeds ruim 30° Celcius geweest. © copyright  www.ontdek-amerika.nlJa, ik weet dat Forest Road 25 in de winter wordt gesloten….. maar nogmaals, het is toch echt 29 juni vandaag! Tja, we konden ons niet voorstellen dat dat bord een paar maanden geleden had moeten worden weggehaald, maar dat ze dat waren vergeten. Dus iets zou er toch wel aan de hand zijn, verderop. Even waren besluiteloos….. als Forest Road 25 echt was afgesloten, dan zouden we een enorm eind om moeten rijden. Maar om nu tóch maar die weg in te rijden was ook weer zoiets, het risico dat we 10, 20 of misschien zelfs wel 30 mijl verderop een wegversperring tegen zouden komen was ons toch te groot. Terwijl we zo stonden te twijfelen, zagen we verderop langs de kant van de weg zo’n enorme truck staan, volgeladen met grote boomstammen. De chauffeur was net bezig om de lading vast te sjorren. We vroegen hem of hij wist wat er aan de hand was. De man bevestigde dat de weg inderdaad was afgesloten, niet omdat er nog sneeuw lag, maar omdat er maanden geleden een deel van de weg was weggespoeld. En ja, we zouden inderdaad een enorm eind om moeten gaan rijden. Drie-en-zestig mijl om precies te zijn, ruim 100 kilometer dus.

Natuurlijk houden we tijdens onze vakanties altijd het weerbericht goed in de gaten. Zodoende wisten we dat we de komende dagen meer kans op bewolking zouden hebben. Maar voor vandaag hadden we daar nog niet op gerekend, we baalden dan ook behoorlijk toen de zon het tijdens de saaie interstate-rit richting het noorden steeds meer liet afweten. We hadden er immers op gehoopt dat we Mount Rainier, die vaak achter een wolkendek schuil gaat, vanmiddag nog in volle glorie zouden kunnen aanschouwen. Tijdens het laatste stuk van onze lange omweg reden we naar het oosten, het binnenland in. En kijk, daar was de zon weer! En nog voordat we daadwerkelijk het park inreden zagen we de besneeuwde top van Mount Rainier voor ons verschijnen.

Er werd in het park flink aan de weg gewerkt. “Expect delays”, zo stond er op een bord bij de ingang te lezen. Ach ja, vertragingen horen er blijkbaar bij, tijdens deze vakantie. We kwamen inderdaad op diverse plekken werkmaterieel tegen, zo ook bij de bekende Christine Falls. Maar hoewel een deel van de kleine parkeerplaats aldaar door de zware werktuigen in beslag was genomen, was er zowaar toch nog een plekje vrij. Daar moesten we natuurlijk meteen even van profiteren. Helaas bleek Christine Falls half in de zon te staan, dit was niet het goede moment om deze dame op de foto te zetten. Ach, geen probleem, we komen hier morgen of overmorgen vast nog wel in de buurt voor een nieuwe poging.

Omdat het inmiddels weer lekker zonnig was geworden, besloten we niet langer naar watervallen te gaan kijken, maar om het in de hoogte te gaan zoeken. Het was al een heel eind in de middag, een lange trail zat er niet meer in. Maar de vier kilometer van de Snow and Bench Lake Trail, dat moest zeker nog kunnen. Ook hier hadden we geluk met het parkeren; de parkeerplaats stond helemaal vol maar er kwam net iemand aanlopen die naar zijn auto toe ging. We hoefden dus maar heel even te wachten. En zo begonnen we dus even later aan de wandeling die ons langs twee bergmeren zou voeren. © copyright  www.ontdek-amerika.nlNa 1200 meter lopen zouden we het eerste meer bereiken. Maar jee, wat waren die 1200 meter lang zeg, het voelde aan of we al minstens 2 of 3 kilometer gelopen hadden voordat er eindelijk een meer in zicht kwam. Dat meer lag een stuk beneden ons, ’t was een klein en best wel aardig meer om te zien, maar niet iets waarvan je zegt “dit hadden we zeker niet mogen missen”. We hebben even op de rotsbodem gezeten om uit te puffen, maar lang hielden we dat niet vol. Want we werden daar hartstikke lek geprikt door de muggen…. Helemaal gek werd ik ervan, ik was voortdurend bezig met het wegslaan van die vervelende beesten die ik continu op mijn gezicht, in mijn nek, op mijn armen voelde…. Blijkbaar was ik van ons tweeën het meest aantrekkelijke hapje, er waren weliswaar ook best wat muggen die de voorkeur gaven aan Hans maar het overgrote deel koos er voor in mijn oren en achter mijn shirt te kruipen. We zijn dan ook maar gauw weer verder gelopen. Om een stukje verder tot de ontdekking te komen dat dat kleine meertje dat we hadden gezien nog niet Bench Lake was, we hadden op dat moment dus nog niet eens 1200 meter afgelegd. Dat zou nog niet zo erg zijn geweest als Bench Lake ons wel had kunnen bekoren, maar helaas……

Het zal duidelijk zijn, ik had het absoluut niet naar mijn zin tijdens deze trail. We hebben overwogen om om te draaien, en terug te gaan naar de auto. Maar ja, Snow Lake was nu nog maar 800 meter verderop en het was toch ook wel zonde om dat over te slaan nu we al zo ver gevorderd waren. Vandaar dus dat we besloten om toch maar even door te zetten. Wat heb ik daar spijt van gehad. Want die 800 meter waren veel zwaarder dan ik had verwacht, er moest nog flink wat hoogteverschil worden overbrugd. En Snow Lake was saai….. hartstikke saai. Het meer ligt dan weliswaar in een berggebied, maar toen we eenmaal aan de oever stonden was er vrijwel niets van het berglandschap te zien. ’t Enige dat deze wandeling had opgeleverd, dat was een berglandschap aan muggenbulten op mijn rug….

Eenmaal terug bij de auto zijn we linea recta doorgereden naar onze overnachtingsplaats Packwood. Waar we gelukkig een supermarkt vonden die nog open was. Er stonden twee dringende zaken op ons boodschappenlijstje: Prikweg en Deet! Gelukkig bleken beide producten in de supermarkt verkrijgbaar te zijn. Het jonge winkelmeisje dat ons naar het juiste gangpad had gestuurd was zowaar nog bezorgd toen ze me zag krabben. “Don’t scratch, it’ll only get worse!”, zo liet ze me weten. En gelijk had ze, natuurlijk. Misschien heeft het aan de Prikweg gelegen, of misschien is het wel zo dat Amerikaanse muggenbulten minder erg jeuken dan de Nederlandse versie, maar al met al is de jeuk me erg meegevallen. Gelukkig. Maar desalniettemin was er één ding heel erg zeker, morgen zou de Deet als allereerste in onze rugzak gaan!

 

 
Week 1 Week 2 Week 3 Foto's Gastenboek All pictures and text © copyright hanz & henriëtte meulenbroeks
 
Links Contact Disclaimer